Doktersbezoek

Bij de huisarts staat de deur van de wachtkamer altijd open waardoor je de assistent hoort praten aan de telefoon en haar aan de balie hoort overleggen met de dokter en patiënten. De wachtkamer zit vol, aan sommige patiënten zie je meteen wat ze mankeren, maar de meeste ziektes zijn onzichtbaar, misschien zelfs ingebeeld.

Ik doe alsof ik een boek lees, het is het verzamelde werk van Maarten Biesheuvel, de in leer gebonden editie, zevenhonderd pagina’s dundruk en luister naar de stem van de assistent, ze praat over slaappillen. Een slanke vrouw die ook in de wachtkamer zit, lijkt zich zorgen om mij te maken, fronsend kijkt ze van het boek naar mij en vraagt: “Is het zo erg met je?”

“Dit is geen Bijbel”, zeg ik tegen haar. “O, ik dacht al”, zegt ze. Ik durf haar niet te vragen wat ze dan dacht, ik ga uit van het ergste.

Ondertussen belt de assistent met een vrouw waartegen ze zegt dat ze acuut naar het ziekenhuis moet. Er is iets mis met haar nieren. “Ze wachten op je in het ziekenhuis”, zegt de assistent. Het lijkt me een hele geruststelling voor de vrouw dat er mensen zijn die op haar wachten, doktoren nog wel, maar de vrouw wil niet, ze blijft waar ze is. Ik kan de vrouw niet horen praten, maar de assistent klinkt wanhopig en zegt dat de vrouw serieus gevaar loopt als ze niet naar haar luistert.

“Het is geen grapje, mevrouw.” Na een paar minuten onophoudelijk aandringen lijkt de vrouw nog steeds niet overtuigd van een gedwongen opname in het ziekenhuis. Ze zegt: “Ik ga nog liever dood.” Ook dat hoor ik natuurlijk niet, maar de assistent zegt: “Oké, dus u gaat nog liever dood?” Waarna ze het definitief opgeeft en vraagt of de vrouw haar partner even aan de lijn wil geven.

De man komt niet aan de lijn maar staat na een paar minuten zelf voor de balie. De assistent legt opgewonden uit wat er aan de hand is, heel erg allemaal, de mensen in de wachtkamer kunnen alles volgen. De man vraagt met dichtgeknepen stem of zijn vrouw een nachtje in het ziekenhuis moet blijven.

“Absoluut”, zegt de assistent.

Ik ben getuige van een klein drama. Bijna vergeet ik wat ik zelf bij de dokter kom doen, zo werkt dat; het leed van de ander verlicht de pijn.

    • Maartje Wortel