De kwestie van de veredelde kleerhangers

De Israëlische mode-industrie mag wettelijk niet langer werken met te magere modellen.

Maakt dat wat uit?

En moeten de modellen zo dun zijn van de mode-industrie,

of wil het publiek het?

De modellen zijn ongezond,

zoveel is zeker.

Het Franse model Isabelle Caro. Ze leed aan anorexia en overleed in 2010. Foto Hollandse Hoogte

Eigenlijk haalde Ananda Marchildon vorige week nóg een keer haar gelijk. In maart vorig jaar won het voormalige model een rechtszaak tegen een Amsterdams modellenbureau. Dat had haar ontslagen omdat ze te dik was. Dat ze de winnaar was van het tv-programma Holland’s Next Top Model mocht niet baten.

Ze vindt het „heel tof” dat in Israël sinds vorige week een wet bepaalt dat de Israëlische mode- en reclame-industrie niet langer mag werken met modellen wier BMI (Body Mass Index) lager is dan 18,5. Ze beschouwt het als erkenning: niet zij was gek, maar het modellenbureau.

Het stellen van een BMI van 18,5 is geen toeval. Het is het cijfer dat de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) hanteert als indicatie voor ondervoeding. Het komt erop neer dat een model bij 1.80 meter lengte niet minder dan 60 kilo mag wegen. Modellen mogen in Israël ook niet meer met hulp van ‘photoshop’ dunner worden afgebeeld dan ze zijn.

De Israëlische wetgeving is een initiatief van parlementslid Rachel Adato samen met oud-fotograaf en modellenagent Adi Barkan. Barkan werden de ogen geopend, zo vertelde hij aan The New York Times, toen in 1997 een meisje hem vroeg wat ze moest doen om op een topmodel te lijken. De vijftienjarige woog op dat moment amper veertig kilo. Over de noodzaak tot wetgeving zegt hij: „Er is geen tijd om zoveel mensen op te voeden. De verandering moet aan de mode-industrie worden opgelegd.”

Maar het is de vraag of dat werkt. In 2006 deed Spanje te dunne modellen in de ban. In 2010 volgde Australië met wetgeving over hun gewicht. Veel heeft het nog niet mogen baten. De wet wordt nauwelijks nageleefd, en bovendien: Madrid, Sydney en Tel Aviv maken niet de dienst uit in de modewereld. Dat doen Parijs, Milaan, New York en Londen.

Of, zoals het Nederlandse model Ananda Marchildon zegt: „Als de Israëlische modellen naar Parijs of Milaan gaan, dan gelden er andere regels. Of liever gezegd, geen regels.”

„Het is goed dat er aandacht voor is”, meent Cécile Narinx, hoofdredacteur van de Nederlandse editie van het modetijdschrift Elle. „Maar wetgeving? Die werkt alleen als ze ook wordt nageleefd.” Voor Elle geldt dat de modellen er gezond uit moeten zien. „Niet te jong en niet te dun, maar ook niet te oud en te dik.”

Symboolwetgeving is slechts een van de punten van kritiek op de Israëlische wet. Er is meer. Moet een overheid zich wel bemoeien met hoe een vrouwenlichaam er uit hoort te zien? Op de feministische website The Sisterhood, ‘where Jewish women converse’, klinkt de roep om terughoudendheid. „Het is niet de taak van de Israelische regering – of welke regering dan ook – om te reguleren hoe vrouwen er uit moeten zien.”

Ook is er kritiek op de term ‘echte vrouwen’, real women. Ben je pas een ‘echte vrouw’ als je over borsten en billen beschikt? Wie bepaalt dat eigenlijk? En wat zegt je BMI daarover? Universitair hoofddocent Sandra Mulkens van de capaciteitsgroep klinische experimentele psychologie aan de universiteit van Maastricht: „Als je lijdt aan anorexia, dan heb je in ieder geval ondergewicht, dus een BMI van 17,5 of minder. Maar niet iedereen met een BMI van 17,5 heeft ook anorexia.”

Het Israëlische topmodel Alisa Gourari ondervindt de nadelen van de nieuwe wet. Ze is 1.80 meter en haar gewicht ligt naar eigen zeggen bij een „gezonde 55 kilo”. Maar ze kan nu niet meer officieel aan het werk in eigen land.

Er dringen zich meer vragen op. Is er een direct aanwijsbaar verband tussen (te) dunne modellen en tieners en jonge vrouwen die aan anorexia lijden? Dat de zogenoemde ‘thin model media exposure’ direct zou leiden tot meer eetstoornissen, valt moeilijk vol te houden, meent Mulkens. „Dan zouden er namelijk veel meer mensen een ‘echte’ eetstoornis moeten hebben.”

Wat onderzoekers wel zeker weten, is dat een negatief idee over het gewicht van en de vorm van het eigen lichaam een „vastgestelde sterke risicofactor” is voor het ontwikkelen van eetstoornissen. En dan vraag je je af hoe meisjes aan zo’n zelfbeeld komen. Mulkens vindt het een idee om dat risico met „ minder onrealistische voorbeelden” aan te pakken. „Dunne modellen dragen niet bij aan een juiste beeldvorming van wat een normaal uiterlijk is bij jonge mensen”.

Ongezond zijn de modellen zeker, Ananda Marchildon kan erover meepraten. Toen ze het tv-programma Holland’s Next Top Model won, in 2008, maten haar heupen 94 centimeter. Onder druk van het bureau waar ze een contract voor 75.000 euro kreeg – het prijzengeld van de tv-wedstrijd – probeerde ze haar heupomvang terug te brengen naar 90 centimeter. „Ik at ’s ochtends twee eitjes – alleen het wit, niet het geel, en tussendoor een paar ongebrande, ongezouten noten of een blikje tonijn, op water natuurlijk. En ’s avonds at ik een stukje vis, of gestoomde kip.” Maar haar heupen wist ze niet te reduceren tot 90 centimeter en toen kon ze vertrekken. Later bepaalde de rechter wel dat ze recht had op het resterende prijzengeld.

Marchildons dieet was heilig vergeleken met dat van andere modellen. Het Russische catwalkmodel Kira Dikhtyar verklaarde vorig jaar tegenover de Amerikaanse nieuwszender FoxNews dat sommige collega’s bolletjes katoen eten om hun maag te vullen.

En waarom? Waarom tonen modeontwerpers hun kleding op dunne modellen, die soms niet meer lijken dan veredelde kleerhangers? Waarom boeken modebladen zestienjarige lichtgewichten om die kleding aan ons te laten zien?

„Het is de kip-of-ei-discussie”, zegt Elle-hoofdredacteur Narinx. „Modehuizen sturen nu eenmaal kleine samples. Een model met maat 36/38 moet dan passen in een broek maat 34. Soms knippen we zo’n broek aan de achterkant open. Maar je kunt erover discussiëren. Sturen de modehuizen kleine maten omdat de modellen zo dun zijn, of boeken de modebladen dunne modellen waardoor de modehuizen kleine maten moeten sturen?”

Ontwerpers laten zich niet graag horen in deze publieke discussie. Gevraagd naar het waarom van dunne modellen op de catwalks sneerde Karl Lagerfeld onlangs tegen het Britse Channel 4: „Modellen zijn dun, maar niet zó dun. Bovendien, minder dan één procent van de meisjes heeft anorexia. Maar meer dan 30 procent van de meisjes in Frankrijk is te dik .”

En de Nederlandse ontwerper Jan Taminiau laat via een woordvoerder weten: „Ook wij vinden dat modellen gezond moeten eten en leven. Maar we vinden het lastig dat het om een wet gaat die zich richt op cijfers. Het ene model is nu eenmaal bij een bepaald gewicht wel gezond, en een ander niet.”

Rest de vraag: wie kijkt er nu eigenlijk graag naar die dunne modellen? Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat mannen liever naar ‘echtere’ en dus wat dikkere vrouwen kijken. Dat zou te maken hebben met het instinct tot voortplanting. Kijken vrouwen dan graag naar een uitgeklede versie van de eigen soort? Daar laat wetenschappelijk onderzoek zich niet eenduidig over uit.

Maar misschien geeft het Duitse modeblad Brigitte ongewild antwoord op die vraag. In 2009 kondigde de hoofdredacteur aan niet langer dunne modellen in te huren voor de modereportages. Vanaf nu zou het blad met ‘echte vrouwen’ werken, vooral eigen lezeressen. Maar afgelopen september gaf Brigitte schoorvoetend toe dat het in die opzet niet was geslaagd. Model-zijn bleek een vak en niet iedereen is fotogeniek. En, nog belangrijker, de oplage van het blad was in die drie jaar niet gestegen, wat toch ook de bedoeling was.

Niettemin, de tijden veranderen. Cécile Narinx van Elle signaleert een grotere diversiteit onder modellen. „Meer karakter. Minder inwisselbaar.” Gevestigde ontwerpers als Miuccia Prada en Stella McCartney werken al met volwassener modellen.

Er is ook sprake van enige zelfregulering. Vogue-hoofdredacteuren uit negentien landen sloten vorig jaar zomer een convenant: niet langer zouden ze te jonge en te dunne modellen afbeelden. Hoewel Vogue-China en Vogue-Japan al snel de eigen afspraken niet nakwamen, deden de Amerikaanse, Britse en Italiaanse editie dat wel. Zij plaatsen het Amerikaanse model Kate Upton op hun pagina’s. Opmerkelijk, want Upton heeft cup C en, naar verluidt, heupen die maar liefst 6,35 centimeter breder zijn dan die van Kate Moss.

Uiteindelijk is de oplossing eenvoudig, zegt de moeder van Ananda Marchildon aan de telefoon. „Wij, de consumenten, kunnen ervoor zorgen dat graatmagere modellen verdwijnen. Door de kleren die ze showen niet meer te kopen.”

    • Yaël Vinckx