Conor O'Brien wil zo open zijn als een baby

Op Eurosonic voert Conor O’Brien de Villagers aan. Op zijn albums bespeelt hij alle instrumenten zelf. „Muziek op een plaat is niet meer dan een begin.”

Hij had het zelf kunnen zijn: het jongetje op de hoesfoto dat uitkijkt over een bontgekleurd landschap. Conor O’Brien wil met zijn groep Villagers telkens nieuwe gebieden verkennen. „In a newfound land you are free”, zingt hij op Awayland, het tweede album, dat deze week verschijnt. Het klinkt in veel opzichten anders dan het debuut Becoming A Jackal uit 2010. Toen schreef O’Brien eerst de teksten en bedacht hij er later de muziek bij. Nu experimenteerde hij met nieuwe muziekinstrumenten en elektronica. De woorden dienden zich pas later aan, in een onhoudbare stroom die zich niet door de wetten van het songschrijversambacht liet dwingen.

Conor O’Brien (29) groeide op in Dublin, onder de rook van de Martello Tower die een rol speelt in James Joyces Ulysses. „Als schooljongen kwam ik wel op die plek en werd me verteld hoe belangrijk de toren was in de Ierse literatuur. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik Ulysses nooit heb uitgelezen. Misschien een keer één hoofdstuk, omdat het moest voor school. Als ik op de pier stond en uitkeek over de zee, dacht ik aan heel andere dingen. Aan de nieuwste plaat van Smashing Pumpkins, bijvoorbeeld.”

Het jongetje op de hoes is niet Conor zelf, maar zijn neefje van zes. „Toen ik zo jong was keek ik vaak uit over het water en fantaseerde ik over de wereld aan de overkant. Ierland is eigenlijk maar een klein eiland. Dat merk je pas als je een tijdje weg bent geweest. De zucht naar avontuur van dat jongetje, de verwondering die je kunt hebben over dingen die ver weg zijn; dat gevoel wilde ik vangen op dit album. Awayland staat voor kinderlijke fantasie. Het is een woord dat nog niet bestond maar waarbij je een plek ver weg van hier kunt schilderen in je gedachten.”

Tapejes maken

Op zijn twaalfde leerde O’Brien drie gitaarakkoorden van zijn broer en begon hij meteen met iets wat op songschrijven leek. „Als jongste van vier kinderen kreeg ik alle platen en boeken die mijn oudere broers en zussen niet meer nodig hadden. Terwijl vriendjes na school buiten gingen voetballen, sloot ik me thuis op om tapejes van mijn probeersels te maken. Ik ging studeren om mijn ouders gerust te stellen. Engels en sociologie, toevallig twee vakken die me nu nog steeds goed van pas komen bij het schrijven van songteksten. Muziek is mijn roeping, daar kon geen universitair docent me vanaf brengen.”

De groepsnaam Villagers was er eerder dan de band zelf. O’Brien nam zijn nummers in zijn eentje op en realiseerde zich begin 2008 dat hij muzikanten moest verzamelen om de muziek live uit te voeren. „Ik wilde een gezichtsloze, inwisselbare naam omdat ik me van meet af aan realiseerde dat mijn band een wisselend collectief zou worden. Villagers was de perfecte naam om alle soorten muziek te maken. Mensen verwachten geen bepaalde stijl. Behalve dat er een volks element in doorschemert. Ik had er in eerste instantie geen moeite mee om als folkmuzikant beschouwd te worden. Al hoop ik dat ik dat etiket inmiddels heb afgeworpen.”

Debuutalbum Becoming A Jackal werd geroemd om de emotionele diepgang van de muziek; een kwaliteit die O’Brien op Awayland nog verder ontplooit. Hij schrijft roerende teksten waarin hij zijn prille indrukken als rondreizend muzikant heeft verwerkt: „from the Reeperbahn to the Sundarbarn” het immense mangrovebos in India waar hij op tournee overheen vloog. De pasgeboren baby die hij bezingt in Newfound land is „viciously free, so careless and wild”. Precies zo wil hij zijn: open voor alles en zich verwonderend over de schoonheid en de rampspoed die op zijn pad komt.

Het album is de weerslag van een leerproces, zegt Conor O’Brien over de technieken die hij zichzelf eigen moest maken om de muziek die hij in zijn hoofd hoorde vorm te geven. „Ik heb geleerd hoe ik drumcomputers moet bedienen, hoe ik synthesizer kan spelen en hoe ik subtiel op mijn gitaar kan tokkelen. Tot voor kort sloeg ik alleen heel bot de akkoorden aan. Het liefst was ik trouwens drummer geworden. Muziek op een plaat is niet meer dan een beginpunt voor de manier waarop de nummers zich op het podium gaan ontwikkelen. Ook dat is een avontuur: ik ben heel benieuwd waar deze nieuwe nummers me over twee jaar hebben gebracht.”

Awayland verschijnt op Domino/V2. Concerten 10/1 Doornroosje Nijmegen, 11/1 Eurosonic Groningen, 12/1 Hedon Zwolle.

    • Jan Vollaard