Brieven

Stoppen met hulp is geen oplossing voor dat geweld

Adriënne van Diepen doet een oproep om geen ontwikkelingshulp meer te geven aan landen waar vrouwenrechten alleen in theorie bestaan, naar aanleiding van de moord op ‘Amanat’ – haar echte naam is Jyoti Singh Pandey – die in India overleed na een groepsverkrachting (Brieven, 7 januari). Deze trieste gebeurtenis heeft terecht veel losgemaakt. Het onrecht dat vrouwen wordt aangedaan in India en tal van andere landen is onacceptabel, maar stoppen met hulp is niet de oplossing. Vrouwen in deze landen verdienen juist onze steun.

Daarom geeft Nederland jaarlijks 42 miljoen euro aan organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten. Dat doen we in India, maar bijvoorbeeld ook in Zuid-Soedan, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Zo dragen we bij aan projecten die de politie en rechterlijke macht trainen om geweld tegen vrouwen tegen te gaan. Ook steunen we projecten voor vrouwen en meisjes op het gebied van onderwijs, kredietverlening en seksuele gezondheid.

Kortgeleden heeft de Tweede Kamer mij opgedragen nog meer geld vrij te maken voor vrouwen. En dat doe ik met overtuiging.

Lilianne Ploumen

Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (PvdA)

Die demotie is al decennia sluipend aan de gang

De ophef over de plotselinge demotie bij Capgemini (NRC Handelsblad, 7 januari) begrijp ik niet zo. Demotie is al jaren aan de orde van de dag, voor wie niet in een veilige loonschaal zit.

Trucs die werkgevers toepassen:

Hbo-functies voortaan inschalen op mbo-niveau;

Mensen in minder uren hetzelfde werk laten doen. Dit kan heel eenvoudig met flexmedewerkers;

Oudere werknemers eruit werken en nieuwe aannemen, tegen een niet-onderhandelbaar loon. De trend werd gezet door het HOS-akkoord voor onderwijzers, in 1985.

Het is een groot misverstand dat oude werknemers duur zijn. Duur zijn mensen die al lange tijd bij een bedrijf werken. Het is immers goedkoper om nieuwe mensen aan te nemen, door de voortdurende verslechtering van arbeidsvoorwaarden in de laatste decennia.

Zzp’ers maken al jaren demotie mee. Kranten vertellen mij dat ze opeens nog maar 175 euro in plaats van 200 euro betalen voor een stuk, of dat ze voor opiniestukken – in tegenstelling tot vroeger – helemaal niet meer betalen. Bladen halveren hun tarieven zelfs. Zelfstandige adviseurs krijgen eenzijdig een korting opgelegd van 20 procent. Alles onder de noemer ‘tariefaanpassing’.

Al deze demoties hebben niets te maken met prestaties en zijn al decennia aan de gang; demotie is breder dan een aangepaste CAO. Onder het mom van een ‘flexibele arbeidsmarkt’ zal dit beleid alleen maar erger worden. En wie minder verdient, zal minder uitgeven. Hoe zou het dan komen dat de economie achteruitgaat?

Renzo Verwer

Amsterdam

Een morningafterpil is iets anders dan abortus

Jaap de Bruijn stelt het gebruik van de morningafterpil (MAP) op één lijn met een „abortus” , vindt beide praktijken „agressie tegen zwakke en weerloze individuen” en acht de MAP daarom „moreel onaanvaardbaar” (Brieven, 8 januari). Ik ben het niet met hem eens, maar een gedachtewisseling over dit soort ethische thema’s is lastig, omdat allerlei persoonlijke motieven een rol spelen. Ik wil me daarom maar even beperken tot de feiten.

Van zwangerschap is sprake vanaf het moment dat een vrucht zich heeft ingenesteld in het baarmoederslijmvlies. Methoden en middelen om innesteling te voorkomen, worden gerekend tot de anticonceptie – hoewel dat woord letterlijk ‘voorkomen van bevruchting’ betekent. Bekend is het ‘spiraaltje’, dat ook als morningafterspiraaltje kan worden gebruikt, met als voordeel dat dan ook een adequate anticonceptie voor de toekomst is geregeld.

De MAP voorkomt geen bevruchting, maar wel innesteling en dus zwangerschap. Er is dus geen sprake van een soort vroege ‘abortus’. Bij het gebruik van de MAP is er zelfs een grote kans dat er helemaal geen bevruchting heeft plaatsgevonden (of zal plaatsvinden). Maar ook zonder MAP zullen niet alle vruchtjes erin slagen zich in te nestelen.

Op het moment van innestelen bestaat het vruchtje uit een niet met het blote oog waarneembaar bolletje cellen. Kun je dan al spreken van een individu? Dan zouden talloze „zwakke en weerloze” individuen dagelijks ongemerkt het leven laten.

Bert wiechers

Arts en docent medische vakken aan de opleiding verpleegkunde op hogeschool Windesheim

CPB breekt solidariteit af

Het Centraal Planbureau (CPB) stelt in zijn rapport De prijs van gelijke zorg dat gelijke toegang tot zorg, in de vorm van een standaard basispakket, de verhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden onder druk zet. Het komt erop neer dat mensen met een hogere opleiding relatief veel bijdragen, terwijl ze minder gebruikmaken van zorg dan lager opgeleiden. In de toekomst zal deze ongelijkheid volgens het CPB alleen maar toenemen. Mede daarom adviseert het CPB: „Door verkleining van het basispakket of verhoging van het eigen risico kan de zorg beter worden afgestemd op individuele voorkeuren.”

Na de inkomensafhankelijke zorgpremie wordt er wederom een categorische denkfout gemaakt ten aanzien van de bereikbaarheid van zorg. Zorg moet toegankelijk zijn voor iedereen. Als de toegang tot zorg direct of indirect inkomensafhankelijk wordt gemaakt, worden mensen met een laag inkomen sterk benadeeld, omdat zij relatief een hogere rekening krijgen voor hun zorgvraag. Dat laagopgeleiden een hogere vraag hebben, is niet op te lossen door hen meer te laten betalen, maar door de vraag te verkleinen. Geld heeft hierin geen effect, sturing door overheid en instanties voor een gezondere leefwijze en omgeving wel.

Willem van de Ven

Filosoof en ingenieur, Tilburg