Bami met brulaap of piranhasoep

In 2009 ontmoette tekenares Marit Törnqvist schrijver Dorus Vrede in Paramaribo. Vlak daarna werd hij schoolhoofd in het binnenland van Suriname, waar hij zelf vandaan komt. Dit werd het begin van een culturele uitwisseling met kinderen van de Dr. Rijk Kramerschool in Amsterdam.

Deze zomer is Marit samen met Dorus de dorpen gaan bezoeken. Over het project is nu een tentoonstelling te zien in Amsterdam.

‘Wil je bami met brulaap of piranhasoep?’ Schrijver Dorus Vrede en ik staan in het plaatsje Atjoni bij een rommelig eettentje dat uitkijkt over de Surinamerivier. Zo meteen stappen we in een van de kleurige korjalen en gaan op weg naar het binnenland. Maar eerst willen we nog wat eten.

Terwijl Dorus zijn portie soep naar binnen slobbert, zie ik hoe mijn tekenmap en dozen vol papier en potloden en boeken de boot in worden gedragen. De gitaar van Dorus wordt erbovenop gelegd. En dan begint onze tocht naar de dorpen en de kinderen die ik alleen van brieven en tekeningen ken.

Isjerensia, Fiedelien, Victorien, Raidel, Rildo en Mugabe. Hoe zouden ze eruitzien? Mugabe schreef in een brief dat hij later president wil worden en Victorien heeft verteld dat ze een grote aap als huisdier heeft.

Zou het echt waar zijn? En zouden de kinderen echt elke dag in de rivier zwemmen tussen de kaaimannen en piranha’s?

De bootsman laveert tussen stroomversnellingen door, hij kent elke steen hier. Zo nu en dan komen er vissende jongens langs in boten van uitgeholde boomstammen. Na ruim anderhalf uur varen begint Dorus opeens te roepen naar de kinderen aan de waterkant: ‘Kom naar Pikin Slee op zaterdag! Kom naar het miniboekenfestival!’ De kinderen joelen terug. Ze weten ervan.

En inderdaad, de volgende dag staan er honderden kinderen voor de school in Pikin Slee op ons te wachten. ‘Wees welkom, wees welkom!’ zingen ze in hun blauw-groen geruite bloesjes. Uit een klaslokaal wordt een groot schoolbord gehaald en op de zanderige binnenplaats in de smorende hitte maak ik tekeningen voor de drommen kinderen terwijl Dorus gitaar speelt.

Daarna gaan we naar de zesde klas. Ik heb brieven bij me van de Amsterdamse groep 7. Van Philip, Finn, Jesse, Marente, Maria en Leona. ‘Nu wil ik je nog iets vragen over de liefde’, schrijven Rosalie en Sophia uit Amsterdam aan Rachel in Pikin Slee. ‘Heb jij verkering? En ken jij kinderen die al een kind hebben?’ Rachel beantwoordt de vragen zorgvuldig. Ja, ze kent kinderen in haar dorp die al een kind hebben maar zelf heeft ze geen verkering.

Lowies wil weten hoeveel vrouwen de vader van Alina heeft. Die antwoordt dat het er drie zijn. Timon vraagt wat er gebeurt met mensen die verbannen worden uit het dorp en Oberta schrijft dat niemand met ze mag praten.

Verder wordt er veel heen en weer geschreven over lievelingseten en lievelingsdieren. Rijst met kip of zoete cassave of patat en pizza en pannenkoeken. Apen en papegaaien, honden en konijnen…

Na schooltijd volgen we een juf in de richting van het dorp waar de kinderen wonen.

Auto’s zijn hier niet maar de medicijnman, Edje Doekoe, heeft een oude motor. Over de zandpaadjes rijdt hij langs de hutten met rieten daken waarin de kinderen op een houtvuurtje hun eten bereiden. Als je zeven bent moet je kunnen koken en wassen, zodat je je kan redden als je ouders opeens doodgaan.

We komen langs bij Victorien die onder een kokospalm zit en somber voor zich uit kijkt – haar grote aap is door iemand meegenomen naar het oerwoud en ontsnapt.

Bij de rivier is het druk. Vrouwen en kinderen staan in het water de was en de afwas te doen. Ze vangen ook kleine visjes. De jongens duikelen als dolfijnen door het snel stromende water.

De dag loopt alweer ten einde en de kapitein van het dorp, Theo, wacht op ons in zijn groengele korjaal. Met de wind in onze haren varen wij naar onze hut, waar Dorus mij de schrik aanjaagt met een vogelspin die hij doodslaat met een stok. Hij moet er smakelijk om lachen.

Ik dompel me met kleren en al onder in de rivier, moe en warm. De piranha’s en kaaimannen ben ik helemaal vergeten.

Piranhasoep & Pannenkoeken (post uit de jungle). 12 jan t/m 3 febr is er bij WG Kunst, Marius van Bouwdijk Bastiaansestraat 28. Amsterdam een tentoonstelling te zien vol met met verhalen, geluidsfragmenten en tekeningen uit het oerwoud van Suriname en uit de grote stad (Amsterdam). Wo t/m zo 13-17u, Er worden ook workshops gegeven. Inl: wgkunst.nl