Wie had het scherpste bijltje in de schuur staan?

Binnenkort wordt de prijs uitgereikt voor de meest venijnige boekrecensie van het jaar: The Hatchet of the Year.

Het was een van de grote evenementen van het afgelopen literaire jaar: de publicatie van Joseph Anton, het boek waarin Salman Rushdie beschreef hoe hij leefde in de jaren nadat er een fatwah over hem werd uitgesproken. Het boek wereldwijd in grote stukken besproken. Die waren niet allemaal positief. Neem nu het stuk dat Zoe Heller erover schreef voor The New York Review of Books: onder een kop die al weinig goeds doet vermoeden (‘The Salman Rushdie Case’) classificeert ze Rushdie als een ijdeltuit en zijn boek als het product daarvan.

Of Ron Charles, die voor The Washington Post gehakt maakte van Martin Amis Lionel Asbo, een satire op de Britse onderklasse. Amis was kort daarvoor van Londen naar New York verhuisd, wat Charles verleidde tot de zin: ‘als dit geklungel zo ongeveer is wat we van Amis kunnen verwachten, dan moeten we hem misschien wel terugsturen’.

The Hatchet of the Year wordt uitgereikt om ‘integriteit en humor in de literaire journalistiek te bevorderen’. De prijs valt enigszins te vergelijken met de Bad Sex Awad, waarbij ook op een vrolijke manier wordt afgerekend met slecht geschreven boeken.

De overige nominaties van dit jaar zijn een haatstuk in The New Statesman over de Hitler-biografie van A.N. Wilson, een artikel in The Sunday Times over Richard Bradfords The Odd Couple (‘een triomf van knippen en plakken’), een frontale aanval op een roman van Andrew Motion, een kettingzaagbeschouwing van de hand van Allan Massie, Camilla Long over Rachel Cusk en een artikel over het vaginaboek van Naomi Wolf.

Vorig jaar ging de prijs naar Adam Mars-Jones, die zich voor The Observer vrolijk maakte over het laatste boek van Michael Cunningham. 12 februari wordt de Hatchet toegekend.

    • Sebastiaan Kort