Water staat Egypte aan de lippen

Na de val van president Mubarak hoopten de Egyptenaren ook op economische verbetering. Maar de toestand verslechtert juist snel.

An Egyptian woman exits an exchange store in the capital Cairo on January 6, 2013. A top International Monetary Fund official will visit Egypt on January 7, for talks likely to focus on the $4.8 billion loan agreement frozen last month because of political unrest in the country. AFP PHOTO / KHALED DESOUKI AFP

Samir Radwan, gewezen minister van Financiën van Egypte, was er graag bij geweest toen het Internationaal Monetair Fonds deze week in Kairo was voor gesprekken over een noodlening van 3,6 miljard euro. Dan was IMF-delegatieleider Masood Ahmed misschien niet uit Egypte vertrokken met de vage mededeling dat de gesprekken „productief” waren geweest.

Op een moment waarop het Egyptische pond aan een steile val is begonnen, de inkomsten uit het belangrijke toerisme zwaar zijn teruggevallen, en buitenlandse investeringen zo goed als niet-bestaand zijn, heeft Egypte meer dan ooit behoefte aan hulp van buitenaf. Vorige maand was de IMF-lening zo goed als binnen; nu is zij door de aanhoudende politieke onrust opnieuw op de lange baan geschoven.

„Ik ken Masood Ahmed goed,” zegt Radwan (65). „Dit is zijn manier om te zeggen: geen deal.” Hij kent ze allemaal. In zijn woonkamer staan foto’s van Radwan met president Barack Obama en IMF-baas Christine Lagarde tijdens de G11-top in Deauville. Toen Radwan Financiënminister was van februari tot juli 2011 had hij wel een deal met het IMF voor een lening van 2,4 miljard euro. „Het was een uitzonderlijk goede deal,” zegt hij. „Dominique Strauss-Kahn heeft nog lachend tegen zijn staf gezegd dat hij nog nooit zo’n gunstige lening had gezien.”

Vlak na de revolutie die president Hosni Mubarak ten val bracht, stond de wereld te trappelen om het nieuwe Egypte met raad en daad bij te staan. Maar het land werd toen nog tijdelijk bestuurd door legerleider Mohamed Tantawi, en die zei dat hij de natie niet wilde opzadelen met een schuldenlast. Egypte zei nee tegen de IMF-lening.

„Ik heb toen nog een ronde gedaan langs de Arabische hoofdsteden maar ik wist dat het geen zin had. Zonder IMF-deal ging niemand anders het risico nemen om ons geld te lenen. Zo’n IMF-lening gaat niet alleen over het bedrag: het is een signaal naar de buitenwereld toe dat je een betrouwbare partner bent.”

Egypte is dat steeds minder. In januari 2012, geconfronteerd met een verslechterende economie, vroeg het leger aan het IMF om de gesprekken te hervatten. Maar intussen was een nieuw parlement gekozen en de salafistische leden verzetten zich tegen een IMF-lening omdat rente in strijd is met de islam.

Toen de Moslimbroeder Mohamed Morsi in juni 2012 tot president werd gekozen, was de situatie nog verder verslechterd. De Moslimbroederschap vroeg aan Al-Azhar, de hoogste religieuze autoriteit in Egypte, om een fatwa (decreet) uit te vaardigen dat de IMF-lening ‘halal’ was, in overeenstemming met de islam. Zelfs de salafisten gingen ermee akkoord dat een rentevoet van 1,1 procent geen woekerwinst is. Het water stond Egypte inmiddels aan de lippen.

Het IMF ging opnieuw akkoord, zij het op minder goede voorwaarden. Op 19 december moest de deal zijn beslag krijgen. Op 9 december, temidden van het tumult over het decreet waarmee hij zichzelf buitengewone macht had toegekend, vaardigde Morsi een wet uit die de belastingen verhoogde op 25 producten en diensten. Ingewijden wisten dat dit verband hield met de eis van het IMF om het systeem van subsidiëring van basisproducten te verlaten.

Maar enkele uren later, in het midden van de nacht, trok Morsi zijn wet in via zijn Facebook-pagina. Morsi was gezwicht was voor de druk van de Moslimbroederschap, die liever geen onpopulaire maatregelen wilde op vijf dagen voor het referendum over de nieuwe grondwet.

Nu vraagt Egypte opnieuw om een lening. Maar de situatie is veranderd, zegt Radwan. „In mijn tijd had Egypte nog een internationale reserve van 35 miljard dollar, goed om de import te waarborgen voor elf maanden. Nu is dat nog 15 miljard dollar, goed voor drie maanden. Het pond was stabiel, nu staat het zwaar onder druk.”

Nee, Egypte gaat niet failliet, denkt Radwan. „Egypte is too big to fail. Het is niet in het belang van de Verenigde Staten dat Egypte ten onder gaat.”

Maar de politieke situatie blijft de economische wetmatigheden hinderen. De grondwet is nu wel goedgekeurd maar tussen nu en eind februari moeten nieuwe parlementsverkiezingen georganiseerd worden. Of de Moslimbroederschap het risico zal nemen om onpopulaire maatregelen te nemen in de aanloop naar die verkiezingen is twijfelachtig.

„Het probleem is dat ze na de verkiezingen nog slechtere voorwaarden gaan krijgen”, zegt Radwan. „Hoe langer je uitstelt, hoe groter het probleem wordt.”

Wat zou hij zelf doen? „Ik zou een deal sluiten met het IMF. De subsidies gaan momenteel voor 80 procent naar de 20 procent grootste verdieners. Dus die kunnen wel degelijk omlaag zonder de meest kwetsbare mensen te raken. Zorg ervoor dat arme mensen hun butaangas kunnen blijven betalen, maar hou op vijfsterrenhotels te subsidiëren.”

Hij zou wel keihard onderhandelen. „Ik zou heel duidelijk tegen Lagarde zeggen wat voor ons de grenzen zijn. De sociale cohesie is een rode lijn. Want een hongerrevolutie behoort steeds meer tot de mogelijkheden.”

Radwan weet heel goed dat het IMF niet zaligmakend is. Hij denkt met leedvermaak terug aan het Egypte-rapport dat het IMF publiceerde op 24 januari 2011, één dag voor het begin van de Egyptische revolutie. „Alles was briljant. De groei bedroeg 7,2 procent en de beurs van Kairo deed het het best in de hele regio. Het probleem was: de gewone man merkte daar niets van.”

In 2009 was Radwan co-auteur van het Arab Human Development Report. Dat concludeerde onder meer dat de Arabische wereld niet in staat is om „een aanvaardbare levenskwaliteit te garanderen voor de meerderheid van haar mensen”. Het was in zekere zin een waarschuwing voor de Arabische Lente die er zat aan te komen.

„Als gevolg van die Arabische Lente is ook het IMF veranderd,” zegt Radwan. „Er is besef gegroeid dat je niet alleen naar de economische indicatoren kan kijken zonder rekening te houden met de verdeling van de rijkdom. De les is dat je de onderste 40 procent niet ongestraft kan negeren.”

Maar de tijd dringt. „Straks valt er niets meer te verdelen behalve armoede.”