Verleden is tastbaar in beelden Honert

Beeldende kunst

Martin Honert, Kinderkreuzzug. T/m 7/4 Hamburger Bahnhof, Berlijn. Inl: hamburgerbahnhof.de ****

Ergens, diep onder het fundament van Martin Honerts oeuvre, moeten jeugdtrauma’s schuilen van oceaandiepe proporties. Dat besef je op zijn mooie, grote en zwaar melancholieke tentoonstelling in het Hamburger Bahnhof in Berlijn. De expositie staat vol objecten die verwijzen naar een jeugd in de jaren vijftig en zestig: modelbouw, religie, jeugdboeken. Gelatinepudding en nachtmerries.

Dat de emoties je niet meteen om de oren vliegen komt doordat Honert een bijzondere vorm voor zijn werk heeft gevonden. Al sinds het begin van de jaren negentig (toen hij een tijdje populair was – hier spreekt het jeugdsentiment van de criticus) zet Honert zijn foto’s, herinneringen en kindertekeningen om tot driedimensionale beelden. Letterlijk. Honert maakt zijn beelden zo dat je meteen ziet dat ze zijn afgeleid van herinneringen en technicolourfoto’s die door hun vormbeperking de werkelijkheid bijna noodzakelijkerwijs vertekenen – Honert bakt het ‘patina van de tijd’ in zijn beelden mee.

Hoe hij dat doet is het beste te zien op een van zijn beroemdste beelden: Foto (1993). Midden in de ruimte, op een platvormpje, zit een jongetje in onmiskenbare jaren-vijftigkleding aan een tafel. Hij kijkt benauwd. De tafel is te groot, het (geblokte) kleed is vreemd morsig-grijs, net als een deel van zijn gezicht. Realistisch-technisch klopt er weinig van, maar dat is het punt niet: Honert heeft zijn vervorming zo goed gekozen dat hij je meesleurt naar de wereld van herinneren en vergeten. De vertekening die je geheugen normaal in je herinneringen aanbrengt is bij Honert echt geworden, onderdeel van je dagelijkse leven. Dat is een opmerkelijke sensatie: juist doordat deze beelden zo pontificaal driedimensionaal zijn uitgevoerd en even veel ruimte innemen als jij, de toeschouwer, laat Honert zien hoe vluchtig herinneringen normaal worden beleefd. En hoe moeilijk je ze kunt vasthouden.

Die subjectiviteit, maar ook het belang van het gebruiken van ruimte, benadrukt Honert nog eens door zijn beelden uit te voeren in ‘ouderwetse’ technieken die je meteen associeert met de periode waarin die herinneringen zich afspelen: knullige reliëfs in dik plastic, modelbouwmateriaal. Dat maakt Honerts wereld niet alleen onontkoombaarder, hij zegt er ook iets belangrijks mee over de traditie van de beeldhouwkunst: dat beelden, mits goed gekozen en perfect uitgevoerd (Honerts productie is niet voor niets opvallend laag) schijnbaar ongrijpbare werelden tastbaar kunnen maken.

Dwalend door Honerts expositie moest ik vaak denken aan die beroemde (al bijna clichématige) L.P. Hartley-zin: „The past is a foreign country, they do things differently there.” Zelden zag ik dat beter verbeeld: lopend over Kinderkreuzzug tussen de driedimensionale kindertekeningen (soms zo knullig dat het grappig wordt) of kinderlijk fantasierijke modellen (Feuer uit 1992 waarin vuur is uitgevoerd in zinderend polyester is een klassieker) dwaalde ik door een land dat iedereen herkent en waarin herinneringen ineens driedimensionale werkelijkheid waren geworden, even dwingend aanwezig als wijzelf. Dat daaronder ongetwijfeld allerlei persoonlijke trauma’s schuilen doet er op dat moment al lang niet meer toe: met verve heeft Honert ze boven zichzelf uitgetild. Misschien wel van zichzelf losgemaakt.

    • Hans den Hartog Jager