Uiteindelijk waagt ook Nederland de gok

Nieuw kabinet, nieuw gokbeleid. Nederland schudt zijn tweeslachtige kansspelpolitiek af en opent zijn deuren voor online gokken. Een markt van zeker een paar honderd miljoen euro omzet per jaar. Mooi mee- genomen ook voor de schatkist.

Nederlanders wagen graag een gokje. Bijna 9 miljoen doen er minimaal eens per jaar mee aan een kansspel. Voor de recente oudejaarstrekking verkocht de Staatsloterij 6,1 miljoen loten, bij de veertien vestigingen van Holland Casino leggen spelers jaarlijks circa 500 miljoen euro neer. En in fruitmachines van gokhallen en cafés wordt elke maand 50 miljoen euro gegooid.

Net zoals Nederlanders graag online winkelen en bankieren, gokken ze ook via internet. Zo’n 550.000 mensen nemen wel eens deel aan een internetkansspel, blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Regioplan. De schattingen van de omzet op de Nederlandse onlinegokmarkt lopen sterk uiteen, van 160 tot 700 miljoen euro per jaar.

Er is alleen een probleem: die Nederlandse onlinemarkt bestaat officieel helemaal niet. Iedereen speelt noodgedwongen op buitenlandse websites. „Het bijzondere aan Nederland is dat er voor de onlinemarkt überhaupt niks geregeld is”, zegt Pauline de Zeeuw van het onderzoeksbureau Gambling Compliance.

Nederland staat daarmee vrijwel alleen in Europa. Van de 27 landen van de Europese Unie negeren alleen Ierland, Litouwen en Nederland het fenomeen internet in hun kansspelwetgeving. Daardoor is er geen onderscheid tussen bonafide en malafide aanbieders, zijn er geen waarborgen tegen kansspelverslaving en loopt de staat miljoenen aan belastinginkomsten mis.

Ondertussen lobbyen grote buitenlandse partijen, zoals Pokerstars en Betfair, al jaren voor het openen van de Nederlandse markt. Ook de huidige monopolisten – van Holland Casino tot Staatsloterij – wachten met smart op het moment dat hun gokwebsites de lucht in mogen. Drie grote exploitanten van gokhallen vormden in 2011 alvast een consortium om „actief en constructief” mee te denken over het online kansspelbeleid. Het luistert naar de naam D2D4: een openingszet bij schaken.

In het laatste jaarverslag (over 2011) noemt Holland Casino-topman Dick Flink de „nieuwe inkomstenbron” van online gokken „noodzakelijk” vanuit bedrijfseconomisch perspectief. „Het is dan ook van groot belang dat in 2012 fundamentele stappen gezet worden in de besluitvorming over de modernisering van het kansspelbeleid.”

Wat dat betreft is Flink op zijn wenken bediend. In het recente regeerakkoord van VVD en PvdA staan liberaliseringsplannen die tot voor kort ondenkbaar waren. Het kansspelbeleid gaat volledig op de schop: staatsonderneming Holland Casino wordt geprivatiseerd, de vergunningen voor loterijen moeten transparant worden gegund en de onlinegokmarkt wordt „gemoderniseerd”.

Die passages ademen de geest van een man: VVD’er Fred Teeven. Van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is bekend dat hij graag een kaartje legt. ‘Action Fred’ luidt zijn bijnaam in het circuit. Pokeraars die tight spelen, zetten alleen in met een goede hand kaarten. Het label action hoort bij spelers die vaak meegaan, agressief spelen en graag bluffen.

Teevens bijnaam past ook prima bij zijn handelwijze in het kansspeldossier. Action Fred beheert de portefeuille ook in het vorige kabinet. Onder zijn leiding maakt Justitie een draai van 180 graden.

Tweeënhalf jaar eerder waart er nog een compleet andere geest door de gangen van het ministerie aan de Scheldedoekshaven: gokken heet dan nog een gevaar voor de volksgezondheid en moet tot een minimum worden beperkt.

Vanuit die gedachte is het gokbeleid al sinds de Wet op de kanspelen uit 1964 vormgegeven. Uitroeien is onmogelijk, dus moet de goklust van landgenoten maar in goede banen worden geleid via (staats-)monopolies van onder meer Holland Casino en de Staatsloterij.

Terwijl de schatkist volloopt met kansspelmiljoenen hebben Teevens voorgangers Ernst Hirsch Ballin en Piet Hein Donner, beiden van CDA-huize, weinig op met gokken. „Een wat minder zinvolle activiteit”, zei Donner eens. „Windhandel”, zo omschreef hij de industrie.

Europa heeft echter grote moeite met die opstelling. Een restrictief kansspelbeleid zoals Nederland pretendeert te voeren, vindt Brussel prima, maar dan moeten de inwoners ook niet tot gokken worden verleid.

Edoch, in Nederland zwemmen de oranje vissen van de Staatsloterij frequent over het tv-scherm en vallen de schreeuwende brieven van de Postcodeloterij op vrijwel elke deurmat. Holland Casino en de loterijen geven al in 2006 samen bijna 100 miljoen euro aan reclame uit.

De Europese Commissie tikt de regering in 2008 dan ook op de vingers wegens deze tweeslachtige houding. Toenmalig minister Hirsch Ballin doet er weinig mee, maar het gedoogkabinet van VVD en CDA dat eind 2010 aantreedt, gooit het roer om. Door inkomsten in te boeken voor online gokken wijdt het regeerakkoord een kort zinnetje aan modernisering. Teeven gaat er enthousiast mee aan de slag.

Ondertussen heeft de Adviescommissie Kansspelen via internet haar eindrapport uitgebracht. Daarin wordt legalisering van online poker bepleit. „Fred springt eroverheen”, zegt een betrokken lobbyist.

Teeven presenteert in maart 2011 zijn kansspelnota. Hij wil niet alleen poker, maar meteen de hele onlinemarkt reguleren: sportweddenschappen, casinospelen, bingo, noem maar op. Een meerderheid van de Tweede Kamer acht modernisering op zijn plaats, maar heeft moeite met zijn tempo.

Bovendien is er een belangrijke hobbel: de gevestigde gokbedrijven – Postcode Loterij en Lotto in het bijzonder – willen géén verandering. Een belangrijke rol speelt het Goede Doelen Platform, waarin onder andere de ruim tweehonderd ontvangers van afdrachten van de Nationale Postcode Loterij, de BankGiro Loterij en de VriendenLoterij (ze vallen alle onder het bedrijf Novamedia) hun krachten hebben verenigd. Het Platform moet de aan kansspelen gelieerde inkomsten voor goede doelen veiligstellen en strijdt jaren tegen de liberalisering die nu op stapel staat.

Honderdduizenden Nederlanders beproeven hun geluk al online, maar regulering daarvan leidt volgens het Platform tot kannibalisatie respectievelijk verdringing. Want met legale online aanbieders zullen Nederlanders minder aan de Postcode Loterij meedoen en zal er minder geld voor goede doelen overblijven.

Het verdringingsargument is omstreden. In de jaren dat honderdduizenden Nederlanders online gaan spelen, stijgen de inkomsten van de goededoelenloterijen ook met 200 miljoen euro.

Kamerleden en bewindslieden krijgen diverse brieven van het Platform waarin wordt gepleit voor een eigen ‘routekaart’ die vooral voorziet in internetvergunningen voor de bestaande monopolisten. Het belang van de goede doelen wordt onderstreept met foto’s van zeehonden, arme kinderen en de Amerikaanse oud-president Bill Clinton, die de Postcode Loterij het „beste” noemt dat hij „ooit heeft gezien”. Veel politici blijken er gevoelig voor.

Tegelijkertijd huren de buitenlandse online gokbedrijven grote lobbykantoren in en beginnen zij rechtszaken. Internetaanbieders Ladbrokes en Betfair procederen tot aan de hoogste instanties tegen het Haagse kansspelbeleid dat de Lotto een doorlopend monopolie geeft. Uiteindelijk oordeelt de Raad van State in 2010 dat de regering Betfair in 2005 ten onrechte niet liet meedingen naar die Lotto-vergunning.

De opstelling van beide kampen leidt tot een patstelling. Een groot deel van politiek Den Haag is ontvankelijk voor de lobby van de goede doelen, maar de realiteit op de gokmarkt en de rechterlijke uitspraken nopen tot bijstelling van het beleid.

Tegen deze achtergrond is het opmerkelijk dat de monopolisten en buitenlandse gokbedrijven in november tamelijk onopgemerkt een ‘sectorakkoord’ sluiten dat de weg effent naar legalisering van internetgokken. Platform, Lotto, Staatsloterij, Holland Casino, speelautomatenbranche en online aanbieders blijken na de zomer in sneltreinvaart de rijen te hebben gesloten. „Nog niet zo lang geleden konden zij nauwelijks door een deur”, zegt Platform-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, die nauw is betrokken bij de deal.

In het akkoord scharen alle partijen zich achter een nieuwe koers. Daarin wordt de onlinemarkt vrijgegeven. In ruil daarvoor steunen de online aanbieders de versterking van de positie van bestaande loterijen, zodat de afdrachten aan goede doelen niet in gevaar komen. „Een krachtige basis voor toekomstige wetgeving”, stelt Rinnooy Kan.

Opmerkelijk is dat de partijen zich keren tegen „een fout” in het regeerakkoord. Daarin staat dat op internetgokken 29 procent kansspelbelasting zal worden geheven. De ervaring in het buitenland leert juist dat 29 procent te hoog is om succesvol te draaien. Spelers zullen dan naar malafide websites uitwijken.

Teeven spreekt in september zelf nog over een percentage onder de twintig. Ingewijden zeggen dat men op het ministerie „verbijsterd” is over het regeerakkoord. De onlinegokmarkt is in de meest conservatieve schatting goed voor minstens 160 miljoen euro omzet per jaar; 29 procent kan dus nooit de 31 miljoen opleveren uit het regeerakkoord.

Het ministerie zegt te bestuderen hoe in de wetgeving voor online kansspelen „zowel een aanzienlijke mate van kanalisatie wordt bereikt (leiden van vraag naar legaal aanbod), als invulling kan worden gegeven aan het regeerakkoord”.

Het wetsvoorstel gaat naar verwachting komend voorjaar naar de Kamer. Dan kan het snel gaan en krijgt ook de (nog) niet gokkende Nederlander nieuwe kansen.

    • Camil Driessen