Snotter of ik schiet

Ondanks smalende kritieken werd Les Misérables een wereldwijde hit – behalve in Frankrijk zelf dan. De musical als tranendal.

Jean Valjean komt vrij. Na het stelen van een brood voor het kind van zijn zus en na diverse ontsnappingspogingen die zijn straf tot negentien jaar hadden doen oplopen, mag hij eindelijk weer gaan en staan waar hij wil.

De verfilming van Les Misérables laat zien wat de gelijknamige musical niet kon laten zien: dat Valjean in gevangenschap een sterk vermagerde man in lompen was geworden die als een galeislaaf werd afgebeuld – totdat inspecteur Javert zijn aartsvijand op vrije voeten moet stellen. En dan loopt de voormalige gevangene met opgeheven hoofd en wilskrachtige tred naar een schilderachtig landschap waar hij zich zingend afvraagt wat de wereld voor hem in petto heeft: „And now let’s see what this world will do for me...”

Dit is een musical waarin iedereen zijn gedachten duidelijk onder woorden brengt. Niets blijft onbenoemd; alle gevoelens en verlangens worden expliciet en liefst luidkeels bezongen. Wat dat betreft is er weinig verschil tussen het Franse duo Alain Boublil en Claude-Michel Schönberg, de makers van Les Misérables, en een toneelschrijver als William Shakespeare die zijn Hamlet, Richard III en Romeo & Juliet immers hetzelfde liet doen in de soliloquies, de klassiek geworden monologen die uiting gaven aan hun diepste beweegredenen. „To be or not to be” en „A kingdom for a horse” zijn, zo bezien, aria’s zonder muziek. Verder is er hooguit nog een verschil in taal: alles wat in deze musical wordt gezongen, is aanzienlijk simplistischer verwoord dan de clausen die Shakespeare zijn personages in de mond legde.

Boublil (tekst) en Schönberg (muziek) waren trouwens nooit van plan een musical te schrijven. Al was het maar omdat ze het genre nauwelijks kenden; hun vaderland heeft nooit een musicaltraditie gehad. „Van de geschiedenis van de musical hadden we geen enkel benul”, zei Boublil nadien. Hun muzikale bewerking van de negentiende-eeuwse revolutieroman van Victor Hugo was aanvankelijk een soort pop-oratorium – een typisch Frans genre met solisten die zich tijdens hun gezangen niet tot een tegenspeler wenden, maar rechtstreeks tot de zaal, en met songs in een pakkend popidioom met symfonische pretenties. Zelf noemden ze hun werk een tragédie musicale. Ze schreven het voor een dubbelelpee die in Frankrijk goed werd verkocht. Vervolgens besloot een theaterproducent het ten tonele te voeren. Drie maanden lang, in 1980, is Les Misérables met redelijk succes opgevoerd in het Palais de Sports in Parijs. En daarna leek het afgelopen.

Door de mangel

Tot de dubbelelpee, die buiten Frankrijk amper gehoor had gevonden, een paar jaar later in handen kwam van de Britse musicalmagnaat Cameron Mackintosh, producent van het internationale kassucces Cats. „Ik heb de plaat toen gedraaid zonder de Franse zangteksten te verstaan”, vertelde hij later in deze krant. „Het boek had ik nooit gelezen. Ik had hooguit wel eens een verfilming gezien. En toch hóórde ik het verhaal in de muziek. Daarom zag ik er iets in.” Mackintosh benaderde de auteur en de componist, waarna hij het originele script twee jaar lang door de mangel liet halen door een Engelse scenarist en een Engelse tekstdichter.

Alles wat in de Franse versie niet hoefde te worden uitgelegd omdat Hugo’s epos daar alom bekend was, moest voor niet-Franse toeschouwers worden verduidelijkt. De volgorde van de nummers werd overhoop gehaald om de dramaturgie te verbeteren en het publiek des te meer mee te slepen in het melodrama. Ook werden er nieuwe songs toegevoegd op de momenten waar de producent een extra crescendo wenste. Het resultaat was een listig geconstrueerd staketsel waarin de uitwaaierende vertelling uit het originele boek (1.900 pagina’s) was samengebald in een bijna drie uur durend exposé over de mateloze titanenstrijd tussen Valjean en Javert, en de vrouwen wier lot daarmee samenhangt. Met martiale koorzang, gedegen ballads en enkele epaterende theatereffecten – zoals de barricadehelften die uit de coulissen naar het midden van het toneel schuiven om daar, in elkaar grijpend, één metershoge barricade te vormen.

Hoog oplaaiende emotie

In samenwerking met de Royal Shakespeare Company, om de financiële risico’s te spreiden, bracht Mackintosh zijn productie uit op 8 oktober 1985. De meeste recensenten deden de hoog oplaaiende emoties smalend af als een sentimentele kledderboel, maar de kritieken werden volledig omvergeblazen door de mond-tot-mondreclame. Tot op de dag van vandaag wordt Les Misérables nog elke avond gespeeld in het Queen’s Theatre in Londen. De show is daarmee, ruim 27 jaar na de première, veruit de langst lopende musical van Londen. Overal ter wereld werden en worden eigen producties in de eigen taal gemaakt – in Nederland al twee keer. En in al die landen is het succes overweldigend. Behalve in Frankrijk. „Als er in Frankrijk één musical moet worden gespeeld”, aldus Mackintosh, „is dat natuurlijk Les Misérables. We hebben het in 1991 geprobeerd, uiteraard in het Frans. Een maand of drie liep het goed, en toen was het afgelopen. Er kwam geen hond meer. De Fransen zijn in veel opzichten een bizar volk, ook als het om musicals gaat.”

Des te wonderlijker is het, dat zo’n wereldwijde publiekstrekker tot voor kort geen hits heeft opgeleverd die ook buiten de context van de musical resoneren. Wie de show heeft gezien, zal het tot meemarcheren nodende Do you hear the people sing? niet gauw meer uit het hoofd krijgen. Maar toch zou het nog tot in 2009 duren voordat er een nummer tot de buitenwereld doordrong – dankzij Susan Boyle, de stevig gebouwde kandidate die in de tv-show Britain’s got talent furore maakte met het smachtende I dreamed a dream. In de film wordt de jammerklacht gezongen door Anne Hathaway, bijkans verstikt door tranen. Want ook de film draait er niet omheen: snotter of ik schiet. Zelden zijn er in de musicalgeschiedenis zo veel tranen geplengd als bij Les Misérables.

    • Henk van Gelder