Schaatstalent moet ‘meerkamper’ worden

Schaatsers, shorttrackers en inlineskaters komen steeds vaker op elkaars terrein. Schaatsbond KNSB wil de uitwisseling tussen de drie disciplines structureel maken.

De successen van shorttrackster Jorien ter Mors op de langebaan zijn niet onopgemerkt gebleven bij de Nederlandse schaatsbond (KNSB). Jeugdige schaatsers, shorttrackers en inlineskaters zullen in de toekomst worden opgeleid in alle drie de disciplines, waarna zij zich op latere leeftijd kunnen specialiseren.

Arie Koops, directeur sport van de KNSB, ziet grote voordelen in de uitwisseling tussen de drie verwante disciplines binnen de bond. „Wij denken dat er nog meer samengewerkt zou moeten worden.”

De bond stak daarbij zijn licht op in de atletiekwereld, waar jongeren in het begin van hun loopbaan worden opgeleid als meerkamper. Gaandeweg wordt duidelijk op welk onderdeel hun grootste kracht ligt. „Het kan ook betekenen dat iemand op twee onderdelen heel goed is, zoals Jorien ter Mors in het shorttrack en op de langebaan laat zien. Maar dat is een uniek talent”, zegt Koops.

Ter Mors is niet de eerste buitenstaander die succes heeft op de langebaan, wel de eerste Nederlandse. In de Verenigde Staten en Canada is de uitwisseling tussen de verschillende disciplines al jaren aan de gang. Schaatsers als Bonnie Blair, Dan Jansen en Nick Thometz begonnen in de jaren tachtig hun seizoen met een paar maanden shorttrack omdat er onvoldoende 400-meterijs beschikbaar was. Shorttracker Shani Davis bleek beter uit de voeten te kunnen op de langebaan. De Koreaanse shorttracker Lee Seung-hoon liet in 2010 in Vancouver zien hoe soepel de overstap kan verlopen: hij wist de Koreaanse shorttrackploeg niet te halen, werd langebaanschaatser en won goud (tien kilometer) en zilver (vijf kilometer).

Inlineskaters als Derek Parra en Chad Hedrick hadden een andere reden voor de overstap: hun eigen sport bezit nog altijd niet de olympische status. De traditionele schaatswereld heeft het geweten.

Inmiddels laten tal van andere sporters zien dat de verschillen vrij snel te overbruggen zijn, zoals de Belg Bart Swings, van origine een inlineskater van wereldklasse, maar ook de Nederlandse sprintbroers Michel en Ronald Mulder. Dat geldt helemaal voor shorttrackster Ter Mors, die de langebaan louter gebruikt om te trainen voor haar ‘echte’ sport.

Het toont vooral aan dat iedereen van elkaar kan leren, zei de Nederlandse shorttrackbondscoach Jeroen Otter afgelopen weekeinde in deze krant. Zo kunnen de ‘langebaners’ veel opsteken van de bochtentechniek van de shorttrackers. Die hebben op hun beurt veel baat bij het trainen op de langebaan, omdat zij daar met hogere snelheden kunnen schaatsen dan op hun eigen baantje van 111 meter. De coach van Ter Mors denkt ook dat de langebaanschaatsers beter zouden worden als ze, net als de shorttrackers, meer ijsuren zouden maken en minder tijd zouden doorbrengen in het krachthonk.

Om al die kennis te bundelen zou Otter graag zien dat er op den duur één Jong Oranje komt voor de meest talentvolle shorttrackers, langebaanschaatsers en inlineskaters.

Voorlopig wil de bond vooral stimuleren dat de ‘Jong Oranjes’ regelmatig cross track met elkaar trainen, zoals afgelopen jaar al is gebeurd, zegt Koops. „We zien al langebaanschaatsers die regelmatig shorttrack doen, zoals de groepen van Jac Orie en Gerard Kemkers. En de shorttrackers van Jong Oranje zijn al eens op trainingskamp gegaan met de langebaanploeg van TVM. Die uitwisseling van schaatstechnische kennis is alleen maar goed.”

Maar één Jong Oranje voor alle disciplines moet niet het einddoel zijn, denkt Koops. „Het doel blijft dat we blijven winnen met shorttrack, langebaan en inlineskaten. Je moet niet hebben dat iemand op drie verschillende disciplines zevende kan worden op een WK. Dan heb je drie keer niks. Het gaat erom dat we kampioenen blijven produceren.”

    • Rob Schoof