Rohingya's overal ongewenst

Birmese moslims stappen massaal in gammele bootjes om het geweld in Birma te ontvluchten. Maar geen enkel land wil de Rohingya’s opnemen.

Ze worden al de nieuwe bootvluchtelingen genoemd, de Rohingya’s uit Birma die door de Birmese regering niet als staatsburgers worden erkend, al wonen ze er vaak al generaties. Net als de Vietnamese bootvluchtelingen in de jaren zeventig en tachtig proberen de Rohingya’s bij duizenden op gammele schuitjes veiliger oorden te bereiken.

Maar niemand zit op de vervolgde islamitische minderheid zonder duidelijke nationaliteit te wachten. Als ze pech hebben, dat wil zeggen nog meer pech dan ze al hadden als Rohingya ter wereld te komen, stuiten ze na dagen varen op de kust van Thailand. Vroeger had dat als beleid illegale vluchtelingen zonder eten en brandstof weer de zee op te duwen. Tegenwoordig zijn de Thai humaner: ze verstrekken eten en brandstof voor ze de boten met illegale vluchtelingen weer wegleiden van hun kust.

Op nieuwjaarsdag stuurde Thailand zelfs een groepje van 73 Rohingya’s dat op toeristeneiland Phuket was geland, per bus terug naar de grens met Birma. Weg hoop op een betere toekomst, weg geld dat was betaald aan mensensmokkelaars om juist uit Birma weg te komen.

Een groepje van 49 vluchtelingen dat schipbreuk leed bij Singapore, een van de meest welvarende stukjes van Azië, werd opgepikt door een Vietnamees schip. Maar van een verblijf in Singapore kon geen sprake zijn. „Onze deuren openen voor vluchtelingen en asielzoekers zou uiteindelijk ernstige sociale, economische en veiligheidsproblemen met zich meebrengen voor onze kleine eilandstaat”, citeerde The Wall Street Journal het ministerie van Binnenlandse Zaken van de rijke stadstaat. Uiteindelijk ontfermde Maleisië zich over veertig van hen en Indonesië over de resterende negen.

De nood van de Rohingya’s, een van de meest vervolgde minderheden ter wereld, is vorig jaar nog groter geworden. Zo hoog dat volgens woordvoerders van vluchtelingenorganisatie UNHCR steeds meer vrouwen en kinderen de hachelijke tochten maken. UNHCR schat dat 485 mensen in 2012 verdronken.

Maar de Rohingya’s nemen liever zo’n risico dan nog langer in Birma te blijven. Daar zijn ze hun leven niet zeker. Bij bloedige gevechten met de boeddhistische meerderheid in het westen van Birma kwamen in juli en oktober vorig jaar zeker 170 mensen om het leven, merendeels Rohingya’s. Hele dorpen gingen in vlammen op. Zo’n 100.000 Rohingya’s zitten min of meer gevangen in barre kampen in de buurt van Sittwe, de hoofdstad van de provincie Rakhine. Hulporganisaties krijgen maar mondjesmaat toegang tot de kampen. „Ze hebben nauwelijks te eten, maar het ergste is dat ze geen enkele hoop meer hebben. Ze zijn alles kwijt en de Birmese regering doet niets voor hen”, zegt Chris Lewa van Arakan Project, een organisatie die zich al jaren voor de Rohingya’s inzet.

De vlucht naar het buitenland, hoe gevaarlijk en duur ook (van 300 tot 2000 dollar), is vooral voor mensen die bij de grens met Bangladesh zijn gestrand een optie. De favoriete vluchtroute voor Rohingya’s loopt vanouds naar Bangladesh. Het buurland waar ze volgens de meeste Birmezen ook thuishoren (zij duiden de Rohingya’s aan als Bengalen). Zo’n 230.000 Rohingya’s zitten al in Bangladesh, deels in vluchtelingenkampen. Maar de Bengaalse regering ontkent dat de Rohingya’s in hun land thuishoren en houdt de grens nu dicht voor nieuwkomers. Sommige Rohingya’s die Bangladesh , bereiken vluchten verder naar andere landen. „In kampen in Bangladesh hoorde ik hoe de familie soms dreigtelefoontjes kreeg van smokkelaars die meer geld wilden hebben om hun zoons in boten mee te nemen”, zegt Vivian Tan van UNHCR in Bangkok.

De meest geliefde bestemming op het moment is Maleisië, een overwegend islamitisch land dat zijn medemoslims niet meteen terugduwt in zee. In totaal staan er volgens UNHCR al zo’n 25.000 Rohingya’s geregistreerd in Birma en daarnaast zouden er nog eens tienduizenden illegale Rohingya’s verblijven. Sommige Rohingya’s arrangeren van daaruit de komst van meer familieleden.

Maar ook in Maleisië zijn er grenzen aan de gastvrijheid. Net als Indonesië, een nog veel groter islamitisch land in de regio, wil het dat de Birmese regering zelf meer doet om de Rohingya’s binnen het eigen land te houden.

Indonesië’s minister van Buitenlandse Zaken, Marty Natalegawa, constateerde gisteren bij een bezoek aan Rakhine dat er een „geweldig gevoel van wantrouwen” tussen boeddhisten en Rohingya’s heerst. Er is Indonesië en Maleisië veel aan gelegen de crisis snel op te lossen. Ze willen geen nieuwe twistappel binnen de Asean, het samenwerkingsorgaan van Zuidoost-Aziatische landen.

Maar in Birma lijken de geesten nog niet rijp voor concessies aan de Rohingya’s. Niet alleen de regering van president Thein Sein geeft hiervan blijk, ook oppositieleider Aung San Suu Kyi heeft zich nog nooit uitgesproken voor hulp aan de Rohingya’s. Ook de Nobelprijswinnares voor de vrede lijkt hen niet te erkennen als Birmese staatsburgers, waardoor die in Birma nog altijd bijzonder kwetsbaar blijven.