Ratan Tata duikt op bij de UvA

Een bezoek aan zijn staalfabriek in IJmuiden, een museum, een gesprek met studenten in Amsterdam – India’s tycoon Ratan Tata deed een dagje Nederland.

De Indiase topman Tata vertelde Amsterdamse studenten hoe te ondernemen. Foto Olivier Middendorp

Het was dringen gisteren op de Universiteit van Amsterdam (UvA). De hal van de economische faculteit was stampvol met studenten. Zij kwamen voor Ratan Naval Tata, de meest invloedrijke zakenman van India. Gisteren was hij in Nederland om een eredoctoraat in ontvangst te nemen. En een dagje Nederland te doen, zoals het bezoeken van ‘zijn’ staalfabriek Tata Steel in IJmuiden.

Eind vorig jaar, de dag waarop hij 75 jaar werd, droeg Tata de leiding van het familiebedrijf over. Op de golven van de liberalisering van de Indiase economie groeide de Tata Groep onder zijn leiding uit tot een conglomeraat van bedrijven met een jaaromzet van iets meer dan 75 miljard euro. In Europa maakte Tata naam met grote overnames, onder meer van staalbedrijf Corus (2007) en Jaguar Land Rover (2008).

De toekenning van het eredoctoraat is niet onomstreden. Sruti Bala, assistent-hoogleraar bij het Amsterdam Centre for Globalisation Studies, stelde een protestbrief op. Deze werd ondertekend door twintig werknemers van de universiteit. Volgens hen wordt de geloofwaardigheid van de universiteit beschadigd als zij academische eer bewijst „aan het soort kapitalistische bedrijfspolitiek waar Tata voor staat”.

Voordat Tata samen met de Nederlandse astronaut André Kuipers het eredoctoraat in ontvangst nam, werd hij een uur lang door studenten ondervraagd. Bijzonder, want ‘de bescheiden architect’ geeft zelden interviews. Wie ís Tata, vroeg een van hen. „Ik ben een menselijk wezen”, lachte Tata, „75 jaar, van het mannelijke geslacht en heb heel mijn leven geprobeerd het goede te doen”.

Het is de rode lijn van zijn antwoorden. „Mijn doel voor India is dat iedereen gelijke kansen krijgt en dat het niet uitmaakt welke religie je aanhangt of uit welke kaste je komt.” Tata denkt dat „just doing business” niet de beste manier is om de armoede in India te bestrijden. Hij spreekt over enlightened business: kijk naar de vraag van mensen, en probeer daar aan te voldoen. „Blijven we producten maken voor de top van de piramide of gaan we ook naar de mensen kijken met een lagere welvaart? Als we producten voor hen kunnen maken en weten wat ze willen, dan kunnen we onze producten aan een veel grotere groep verkopen.”