Peer Gynt gaat eigenlijk over ouder worden

In een onbekorte nieuwe productie van Ibsens ‘Peer Gynt’ spelen acteurs Xander van Vledder (27) en Han Kerckhoffs (59) samen de hoofdrol.

„Peer Gynt is een wilde, woeste dromer, een fantast en leugenaar”, zegt acteur Xander van Vledder over de titelheld uit Ibsens toneelstuk Peer Gynt (1867).

In de regie van Matthijs Rümke bij Het Zuidelijk Toneel vertolkt de 27-jarige Van Vledder de jonge, onbezorgde kwajongen die Peer Gynt in zijn jeugdjaren is. Hij vliegt door de lucht op de rug van een berggeit, rooft op een bruiloft een bruid en laat haar in de steek, trekt de wijde wereld in en kroont zichzelf tot keizer in een zelfverzonnen wereld die hij Gyntiana noemt.

„Maar hij is ook een boef”, zegt de 59-jarige acteur Han Kerckhoffs die in hetzelfde stuk de oudere Peer Gynt speelt. „Een verbaal onderlegde boef, iemand die sympathie wekt maar die ook veel onheil aanricht. Hij is blind voor de gevolgen van zijn fantasieën. Zijn vroegere geliefde Solveig blijft hem eeuwig trouw, maar hij versmaadt haar aandacht.”

Jong en oud, een losbandige hemelbestormer en een verbitterde oudere man: in Ibsens stuk is het allemaal één personage. Toch besloot regisseur Rümke de held in tweeën te splitsen. Na afloop van een repetitie in de voormalige wolfabriek 3 Suisses in Tilburg zegt Rümke: „Ik heb het stuk in 1990 eerder geregisseerd, met één Peer Gynt. Volgens mij is het dramatischer om een jonge en oude acteur dezelfde rol te laten spelen. Als een 19-jarige jongen tegen zijn moeder zegt: ‘Ik word koning en keizer van de wereld’, dan ontlokt dat een glimlach. Zegt een man van tegen de 60 dat hij ‘koning en keizer van de wereld wordt’, dan is dat tragisch. Peer Gynt is eigenlijk een dramatisch gedicht. In de meeste opvoeringen wordt het heftig bewerkt en ingekort, en dan kan één hoofdrolspeler wel. Maar dan mis je waar het werkelijk over gaat: over ouderdom, over het voorbijgaan van de tijd.”

De twee verschillende leeftijden eisen elk een eigen fysieke uitstraling. Xander van Vledder zegt van zichzelf dat hij „een beweeglijk acteur is”. „Ik speel als jonge Peer zijn coming of age. Hij spiegelt leugens als waarheden voor, wordt verliefd en maakt alles kapot. Dat maakt hem herkenbaar. Voor Peer is het allerergste dat niemand hem gelooft in zijn fantasiewereld. Daarom verliest hij zich in details om toch maar geloofwaardig te zijn.”

De jongere Van Vledder en de oudere Kerckhoffs imiteren elkaars rol niet, dat hebben ze afgesproken. Ze dragen wel hetzelfde kostuum: een groen jasje met een wit overhemd daaronder. En in hun rolopvatting delen ze met elkaar de sympathie voor Gynt, al is het nog zo’n redeloze fantast.

Van Vledder ziet de oudere Peer als een „filosofisch iemand, een man die steeds verbitterder raakt”. En Kerckhoffs beschouwt de jongere Peer als een „energieke jongen met brutaliteit en bravoure. En toch ook iemand die naar de afgrond snelt. Zijn leugenachtige houding doet hem zelfs in het gekkenhuis belanden.”

Volgens Van Vledder is het voor de toeschouwers vanzelfsprekend dat ze in de eerste drie bedrijven een jonge speler zien en, na de pauze, de oudere. In dit opzicht is de regie chronologisch. Van Vledder: „Mijn Peer is er een met een verhoogde hartslag. Al speel ik de helft van het stuk, ik maak wel een belangrijke ontwikkeling door: in mijn slotbeeld gaat Peers moeder Åse dood. Dan toont hij veel gevoel. Hij neemt haar mee in een troostrijk fantasieverhaal en doet op die manier aan stervensbegeleiding. Telkens als ik het repeteer en speel, grijpt die scène me aan.”

Han Kerckhoffs is zich ervan bewust dat hij, na de pauze, „moet beginnen waar de machinerie van de eerste bedrijven is opgehouden”. Kerckhoffs bevindt zich tijdens het eerste deel „op gehoorafstand van het spel om contact te houden met de sfeer op de bühne”. Een van de beroemdste scènes uit Peer Gynt is die waarin Peer een ui schilt en, al pellend, erachter komt dat een ui geen kern heeft, geen hart. Dat is de metafoor van zijn eigen bestaan: hijzelf, aldoor rusteloos op zoek naar zijn identiteit, ontdekt dat hij zonder kern is, zonder identiteit. Meestal krijgt deze scène een melancholieke lading. Ditmaal niet. Terwijl Kerckhoffs de ui pelt en schil na schil weggooit, groeit zijn boosaardigheid. Het laatste restje ui springt weg uit zijn handen. Hij houdt niets over. Peer moet ontdekken dat hij misschien wel voor niets heeft geleefd, heeft gedroomd. Of, zoals regisseur Rümke het formuleert: „Je droomt ervan keizer te zijn en het lot maakt van jou een ui.”

Peer Gynt door Het Zuidelijk Toneel. Vertaling: Marcel Otten. Muziek: Strijbos & Van Rijswijk. Regie: Matthijs Rümke. Première 11/1 Theaters Tilburg. Inl: hzt.nl

    • Kester Freriks