Omkoping door bedrijven wordt niet goed aangepakt

Dat blijkt uit een onderzoek naar bestrijding van omkoping door Nederlandse bedrijven in het buitenland.

Amsterdam. De Nederlandse opsporingsinstanties hebben de afgelopen jaren te weinig gedaan om omkoping in het buitenland door het Nederlandse bedrijfsleven aan te pakken. Tientallen signalen van dergelijke praktijken zijn niet of nauwelijks door het Openbaar Ministerie onderzocht. Dat roept de vraag op of Nederlandse opsporingsautoriteiten wel in staat zijn om dergelijke praktijken aan te pakken, terwijl Nederland in 2001 internationale verdragen ondertekende om dat te doen.

Dat concludeerde een werkgroep van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gisteren in een rapport. Sinds Nederland de verdragen ondertekende heeft geen enkel strafdossier tot vervolging geleid. Momenteel heeft het OM drie zaken in voorbereiding die mogelijk tot vervolging leiden.

Vorige maand liet anti-corruptiebureau Transparency International al weten dat er aanwijzingen zijn dat het Nederlandse bedrijfsleven op aanzienlijke schaal steekpenningen in het buitenland betaalt en dat justitie daar nauwelijks tegen optreedt.

De Raad van Europa gaat de vorderingen van het Nederlandse opsporingsbeleid op de voet volgen. Speciale aandacht krijgt het opsporingsbeleid in Nederland als het om zogeheten ‘brievenbusmaatschappijen’ gaat: internationale bedrijven die formeel in Nederland gevestigd zijn, maar vooral vanuit het buitenland opereren. NRC