NMa tast mis bij ziekenhuisfusies

Telkens als ziekenhuizen willen fuseren, keurt de NMa dat goed. Ze is slecht geïnformeerd, aldus Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink.

Bijna alle Nederlandse ziekenhuizen onderzoeken de mogelijkheid om te fuseren met een concurrent. Een belangrijke oorzaak voor deze fusiedrift is het gunstige oordeel van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) over fusies van ziekenhuizen in Sittard en Heerlen, twee ziekenhuizen in Tilburg en ziekenhuizen in Haarlem en Hoofddorp. De indruk bestaat dat de NMa geen argumenten meer heeft om fusies van andere ziekenhuizen tegen te houden nu deze fusies erdoor zijn.

Verdere schaalvergroting zal leiden tot monopolievorming. Dit zal de prijzen van ziekenhuisbehandeling verder opdrijven en is schadelijk voor de kwaliteit van de zorg. De tarieven voor ziekenhuisbehandelingen zijn nu al hoger dan in de meeste andere Europese landen. Een nieuwe fusiegolf legt de bijl aan de wortel van de marktwerking in de zorg.

In het hoofdredactioneel commentaar van 5 januari schrijft NRC Handelsblad dat de bewijslast moet worden omgekeerd. Fusies moeten alleen worden toegestaan „bij aantoonbaar patiëntenbelang”.

Hierbij wordt vergeten te melden dat minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) in oktober al een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd heeft waarin ziekenhuizen worden verplicht een ‘fusie-effectrapportage’ op te stellen. Hierin moeten ze duidelijk maken welke voordelen een fusie biedt voor kwaliteit, toegankelijkheid en efficiency. Zo’n rapportage zal nauwelijks een barrière vormen voor ziekenhuizen die willen fuseren. Een mooi verhaal over de voordelen van hun fusie is zo te vinden.

De besluiten over ziekenhuisfusies geven een onthutsend beeld over de kwaliteit van de oordeelsvorming van de NMa. Bij de fusie tussen de twee Limburgse ziekenhuizen is de belangrijkste literatuurbron voor de NMa een interview uit het blad Skipr, een glossy die zichzelf aanprijst als een „crossmediaal communicatieplatform voor beslissers in de zorg”. Dit is vergelijkbaar met de Europese Centrale Bank die haar monetaire beleid baseert op een artikel in Quote.

De NMa voert bovendien gesprekken met belanghebbenden, waaronder zorgverzekeraars. Kunnen zorgverzekeraars voldoende tegenwicht bieden aan een gefuseerd ziekenhuis, en kunnen ze patiënten naar andere ziekenhuizen sturen als een gefuseerd ziekenhuis de tarieven onredelijk verhoogt? Twee zorgverzekeraars – CZ en VGZ – zeggen met enige bravoure dat ze patiënten indien nodig naar andere ziekenhuizen zullen sturen. De derde verzekeraar – Achmea – denkt evenwel „een groot afbreukrisico” te lopen, „omdat patiënten dat niet accepteren”. Met zulke tegenstrijdige opvattingen zou je verwachten dat de NMa verder onderzoek doet, maar nee. De NMa negeert de opvatting van Achmea en baseert haar conclusie op wat CZ en VGZ vertellen. Ook negeert ze een recent Nivel-rapport waaruit blijkt dat patiënten zich niet (willen) laten sturen door hun verzekeraar.

Politici zullen zich terecht zorgen maken over de fusiegolf. Helaas kunnen Kamerleden en de minister weinig of niets doen om deze fusiegolf te stoppen. De NMa beslist over fusies, niet politici. Wel kan de minister wat doen aan de kwaliteit van de besluitvorming van de NMa. Het zou goed zijn als minister Kamp (Economische Zaken, VVD), verantwoordelijk voor de NMa, maatregelen neemt om de deskundigheid van de NMa over ziekenhuisfusies te vergroten.

Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht. Henriëtte Maassen van den Brink is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Maastricht.

    • Wim Groot
    • Henriëtte Maassen van den Brink