Niet elk hart is bestand tegen een doodsschrik

We overzien vaak de gevolgen niet van een grap – zoals onlangs twee dj’s overkwam, met een zelfmoord tot gevolg. Geen kwade opzet, toch is er schuldgevoel.

Rower Ducked Getty Images

Half december betuigden twee Australische dj’s voor het oog van de wereld hun spijt over een uitzending als gevolg waarvan een Engelse verpleegster zelfmoord pleegde. Die wereld is dat inmiddels misschien al weer half vergeten, maar voor de Australische radiomakers zal het nieuwe jaar niet zo onschuldig begonnen zijn. Ik denk dat hun tranen oprecht waren en niet alleen voortkwamen uit het besef dat zij het bij hun publiek hadden verbruid. Er is misschien wel een heel leven voor nodig om in het reine te komen met wat zij bij hun slachtoffer en haar omgeving ongewild hebben aangericht.

Geen spijtbetuiging kwam er, voor zover ik weet, van de makers van een Braziliaans candid camera programma dat vrijwel op hetzelfde moment werd uitgezonden. Daarin werd een nietsvermoedende liftpassagier de stuipen op het lijf gejaagd. Het filmpje laat zien hoe tijdens de rit omhoog plotseling het licht uitvalt en en er plotseling een ‘spook’ opduikt, dat na een ijselijke kreet opnieuw spoorloos verdwijnt. Het filmpje werd op internet door miljoenen mensen bekeken. De meesten vonden het een goede grap.

Dat vonden de Australische luisteraars aanvankelijk ook van het gesprek tussen het gefingeerde Engelse koningspaar en de echte verpleegster van Kate Middleton. Even waren ook de Australische dj’s de helden van de dag. Tot de fatale afloop hen plotseling tot schurken maakte en de hele wereld er schande van sprak.

Dat had ook in Brazilië heel goed kunnen gebeuren. Niet elk hart is bestand tegen zo’n doodsschrik. En zelfs wanneer de makers van dát programma inmiddels tot inkeer zijn gekomen, zal hun wroeging lang zo diep niet gaan als bij de Australiërs. In Brazilië gebeurde er niets onherstelbaars.

Twee vergelijkbare uitzendingen hadden volstrekt verschillende consequenties, maar aan de makers daarvan is dat verschil niet toe te schrijven. In geen van beide gevallen hebben ze de mogelijke gevolgen overzien. En voor zover ze dat hadden móeten doen, weegt de schuld van de nalatigheid in het Braziliaanse geval misschien nog zwaarder. Dat er daarbij iets mis kon gaan was aanzienlijk plausibeler dan met het telefoontje naar het ziekenhuis van Kate Middleton.

Maar de omstandigheden bepaalden anders. De Brazilianen kwamen met hoogstens de schrik vrij; de Australiërs zullen hun leven lang geplaagd worden door diepe schuldgevoelens. Die verdwijnt niet met het besef dat het allemaal een tragische samenloop van omstandigheden was die zij nooit hebben gewild. De dood van de verpleegster is en blijft het gevolg van hun grap. De schuld zal op hun geweten blijven drukken.

We zijn er in de moderne tijd aan gewend geraakt schuld te verbinden met kwade opzet. De intentie bepaalt het morele gehalte van de daad, schreef rond 1800 de filosoof Immanuel Kant. Ons strafrecht heeft zich daar in belangrijke mate aan aangepast. Over ‘moord’ spreekt het wanneer de dader de opzet had het slachtoffer te vermoorden, over ‘doodslag’ wanneer die na mishandeling ‘toevallig’ overlijdt.

De jeugdige voetballertjes die, opnieuw in diezelfde weken, de grensrechter Richard Nieuwenhuizen doodschopten, hadden niet de bedoeling hem te vermoorden. ‘Doodslag’ zal dus het ernstigste zijn wat hen ten laste kan worden gelegd. Maar moordlust was net zo min aanwezig bij al die andere voetballers die zich, zo begrijp ik uit deze krant, week in week uit aan hetzelfde soort geweld schuldig maken, zónder zo’n dramatische afloop.

Die laatsten krijgen misschien een disciplinaire straf, maar komen niet in de krant en al helemaal niet voor de rechter. Zij hebben hetzelfde gedaan, maar hun schuld weeg minder zwaar omdat zij het geluk hadden dat het lichaam van de mishandelde het wèl hield. Ze zijn daarom niet deugdzamer, maar hebben ongelooflijk gemazzeld. Net zoals al die scholieren mazzelen die weleens een geintje uithalen met een klasgenoot, maar deze daarmee misschien nog nèt niet tot zelfmoord drijven.

In de filosofie heet dat sinds een aantal jaren moral luck. We doen iets (of laten na iets te doen) wat verschrikkelijke consequenties kan hebben, maar dankzij een genadig toeval worden die geen werkelijkheid. Ook de verkeersleiding van Schiphol had in diezelfde decemberweken een enorme mazzel, toen de twee vliegtuigen die zij boven Uithoorn in eenzelfde baan had geplaatst elkaar op het laatste moment ontweken. Dat was niet hun verdienste, maar die van de piloten die alert genoeg waren om adequaat te reageren. Zij redden daarmee niet alleen hun eigen leven, dat van hun passagiers en mogelijke slachtoffers op de grond, maar ook het geweten van de falende verkeersleiders. Was het misgegaan, dan hadden ook zij tot aan hun dood toe moeten leven met de gevolgen.

De consequenties van ons handelen doen ertoe, ook al hebben wij daar na onze daad geen greep meer op of hebben wij niet uit kwade trouw gehandeld. Schuld wordt dus niet alleen bepaald door onze opzet, net zomin als door onze onschuld. Want die regel geldt naar twee kanten. Hoe vaak zijn wij zelf niet net zo nalatig als de Amsterdamse verkeersleiders, zonder dat dat fatale gevolgen heeft? Meestal zullen we ons de mogelijke consequenties daarvan niet eens realiseren en ontsnappen wij op een haar na aan een verschrikking waarvan we zelfs geen weet hebben.

Aan het feit van de schuld doet dat niets af. De Australische dj’s zullen die hun leven lang met zich meedragen, net zoals de pesters van Tim Ribberink of Fleur Bloemen – ook al hebben velen wier hart niet is bezwaard precies hetzelfde gedaan. De Amsterdamse voetballertjes zullen zich terecht tegenover de rechter moeten verantwoorden. We hebben niet altijd greep op de gevolgen van onze daden, maar het zijn wel ónze daden en ze gaan óns geweten aan.

Ger Groot is filosoof en doceert wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en filosofie en literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het stuk Niet elk hart is bestand tegen een doodsschrik (woensdag 9 januari, pagina 16&17) staat: „Over ‘moord’ spreekt het [strafrecht] wanneer de dader de opzet had het slachtoffer te vermoorden, over ‘doodslag’ wanneer die na mishandeling ‘toevallig’ overlijdt.” Dit is onjuist. Er had moeten staan: ons strafrecht bepaalt dat zowel moord als doodslag zich kenmerken doordat zij opzettelijk worden gepleegd; bij moord is aanvullend sprake van voorbedachte rade, terwijl bij doodslag het opzet zich in een korte periode vormt. Als het slachtoffer ‘toevallig’ overlijdt, is er sprake van (zware) mishandeling met de dood als gevolg.

    • Ger Groot