Mobieltjesmysterie

Als mysterie past het moeiteloos in het rijtje van het heelal, de piramides en het getal pi: waarom je tijdens het vliegen niet mag bellen met je mobiele telefoon. Natuurlijk ken ik wel zo ongeveer de redenen die genoemd worden – mobiele telefoons zoeken de hele tijd contact met voorbijschietende zendmasten op de grond en

Als mysterie past het moeiteloos in het rijtje van het heelal, de piramides en het getal pi: waarom je tijdens het vliegen niet mag bellen met je mobiele telefoon. Natuurlijk ken ik wel zo ongeveer de redenen die genoemd worden – mobiele telefoons zoeken de hele tijd contact met voorbijschietende zendmasten op de grond en zenden signalen uit die kunnen interfereren met vliegtuigapparatuur, wat in het mildste geval leidt tot irritant geknetter op de lijn en in het ergste geval zou kunnen leiden tot complete chaos en neerstorten en mensen die tóch hun reddingsvest in het vliegtuig opblazen omdat ze niet goed naar het veiligheidsfilmpje hebben gekeken omdat ze op dat moment aan het bellen waren.

Waarom is het geen terroristentactiek om een rolkoffer vol Nokia’s in te checken?

Maar toch: er is van alles dat moet op een vliegveld. Ik moet mijn nagelknipper inleveren omdat ik die anders kan gebruiken in een brute aanval op het linkeroog van een stewardess, ik moet door een security-scanner die mij onbeschaamd met zijn millimetergolven uitkleedt en ik moet mijn tube gezichtscrème in een plastic zakje stoppen, wat op de een of andere wijze zal verhoeden dat ik er aan boord een bom van kneed. Waarom worden die potentieel gevaarlijke telefoons dan niet afgepakt? En waarom is het geen beruchte terroristentactiek om een rolkoffer vol opgeladen Nokia’s in te checken en die vervolgens vanaf de grond continue te bellen?

Volgens mij verliezen steeds meer mensen met mij hun geloof in het vermeende mobieltjesrisico, wat in een vliegtuig bijvoorbeeld te horen is aan verhitte monologen als: „Natuurlijk mag ik mijn mobiel aanzetten! Dat maakt helemaal niks uit! Dat zeggen ze alleen maar om ons mak te houden! Ze willen ons overheersen! Zoals Hitler dat ook wilde! En het kuipje boter bij het ontbijt was verdomme veel te klein!”

Er loopt nu een onderzoek van de Federal Aviation Administration naar de gevolgen van het gebruik van mobiele elektronische apparaten tijdens een vlucht. Intussen mag er al bij Virgin Atlantic ‘onder speciale omstandigheden’ gebeld worden en bij Emirates in alle A380 toestellen. Het zal uiteindelijk wel worden toegestaan – iets waarvan ik eerst dacht: hoera! Een onzinnige regel die wordt opgedoekt! Het volk aan de macht! Tot ik laatst in een vliegtuig zat en voor het eerst een satelliettelefoon op de stoel voor me ontdekte. Opeens had ik de mogelijkheid mijn eerste telefoongesprek boven de wolkengrens te voeren. Ik belde mijn moeder („Mam! Ik zit in een vliegtuig! Dit is heel duur! Hou van jou! Ik hang weer op oké!”) en herinnerde me opeens hoe het is om maar heel even te kunnen bellen, dat je kwartje bijna wordt opgegeten door de machine en je heel veel wilt zeggen maar opeens niks meer weet en dus nog maar snel even in de hoorn roept dat het lekker weer is.

Straks zal iedereen in het vliegtuig oeverloos aan de telefoon hangen, vertellen over hun congres, dat de hotelkamer wat sjofel bleek, vragen wat er vanavond gekookt gaat worden. Overal om je heen hoor je gebel en bel je zelf, zoals op alle andere plekken. Opeens vond ik het mooi dat je nu nog echt moeite moet doen voor contact met de grond – en verder enkel omringd wordt door het gedreun van de motoren, het gekrijs van een baby en het gesnurk van je buurman.

    • Renske de Greef