Met elke lijn breidt Londen zich uit

Vandaag bestaat de Londense metro 150 jaar. „Heden heb ik mij moeten getroosten een onderaardse reis te doen”, schreef de NRC-correspondent in 1863.

Engeland, London, 20110225. Subway in the centre of Londen. Metro in het centrum van londen. Reizigers op pad. Naamsvermelding verplicht; Foto: Sabine Joosten/Hollandse Hoogte sabine joosten/Hollandse Hoogte

Correspondent Verenigd Koninkrijk & Ierland

Londen. Hoe zou het op 9 januari 1863 ondergronds zijn geweest? In elk geval waren de passagiers van die eerste metrorit ter wereld sneller van station Paddington in Farringdon, dan ik op deze middag. Een stukje van 3,5 mijl, ruim 5,5 kilometer. Wat 16 minuten had moeten duren, duurt uiteindelijk een half uur.

Rood sein, meldt de machinist al bij Edgware Road. Als Londenaar weet je dat de rit dan kan duren. Voor ieder station – tussen Paddington in noordwest Londen en Farringdon aan de rand van de City zijn dat er slechts vijf – stopt de trein enkele minuten. De machinist en de blikken elektronische vrouwenstem buitelen over elkaar heen in het maken van excuses.

Niet dat iemand daarvan opkijkt. In een Nederlandse trein waren de passagiers misschien met elkaar in gesprek geraakt. Niet in de Londense underground. Je communiceert hier niet met vreemden: je kijkt elkaar niet openlijk aan, praat al helemaal niet met elkaar.

De Tube is om in te dommelen. Om op het ritme van de rails weg te dromen – weggestopt achter oordopjes, boek of gratis krant. Meegevoerd op de warme wind die altijd in de tunnels aanwezig is. Het is de enige plek in Londen waar je geen mobiel bereik hebt, en waar je dus even alleen kunt zijn. Waar je slechts wordt afgeleid door de stem van Archers-acteur Tim Bentinck die op de stations toestromende passagiers ‘mind the gap’ toeroept, of door de enkele bedelaar die tussen de poortjes heeft kunnen glippen en nu om geld komt vragen.

De eerste ondergrondse begon 150 jaar geleden met ritten. Hij werd gebouwd en gefinancierd door de Metropolitan Railway, een private onderneming die speciaal was opgericht om de drie grote stations – Paddington, Euston en King’s Cross – te verbinden met de City, het zakenhart van de stad. De spoorwegen eindigden aan de rand van de stad, en mochten vanwege een koninklijk besluit niet verder Londen in worden getrokken. Maar de straten van de stad waren vol, overvol, met paardenkoetsen en voetgangers. Londen was het hart van het Britse rijk, een kwart van de wereldbevolking woonde er. De enige manier was ondergronds.

De werkzaamheden begonnen in 1860, met een diepe geul die in Euston Road werd gegraven, en na de bouw van de rails en stenen muren en een dak weer werd toegedekt. Duizenden bewoners moesten gedwongen verhuizen. „Het is een oneindige chaos van hout, schachten die op- en neergaan, kettingen en ijzeren emmers die de rommel van onder boven brengen”, stelde een toeschouwer in 1864.

De geschiedenis herhaalt zich: de toeschouwer wordt geciteerd op een omheining bij Paddington, waar CrossRail wordt gebouwd – dat een nog snellere verbinding tussen Oost- en West-Londen moet worden, en in 2018 af moet zijn. Het boren doet de grond trillen.

Die nieuwe lijn zal écht ondergronds zijn. Want zoals puristen graag vertellen – en je zelf snel merkt tussen Paddington en Farringdon – de eerste metrolijn ter wereld ligt grotendeels bovengronds. Zowel op de perrons op Paddington als die op Barbican en Farringdon sta je buiten, en ook het spoor ligt deels bovengronds. Dat gaf ten tijde van de stoomlocomotieven voldoende ventilatie.

Hoe dan ook was die eerste lijn bijzonder. Hoe bijzonder, blijkt wel uit het feit dat ook buitenlandse kranten eropaf kwamen. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef de correspondent in Londen, in de editie van 14 Januarij, krant nummer 12 van 1863:

„Wat een correspondent toch al niet moet doen om zijne lezers op de hoogte te houden van al hetgeen hier al zoo vermeldingwaardigs voorvalt. Heden heb ik mij moeten getroosten een onderaardse reis te doen.”

Het was er druk, schreef hij:

„Eene ontelbare menigte verdringt zich onophoudelijk voor de stations, en is men dan eindelijk ten koste van een gescheurde jas, een gescheurde hoed enz. aan het gewenschte doel gekomen, dan klinkt u het ‘no room’ van de conducteur mistroostig in de oren.”

Tijdens zijn rit praatten de passagiers wel, nadat de trein bij Portland had stil gestaan waardoor de tunnel zich vulde met stoom:

„Eenige passagiers maakten zich hierover angstig, deelden hunnen angst aan anderen mede. Zoo doende werd het natuurlijk van kwaad tot erger: men wilde er uit.”

Maar concludeerde hij verderop in zijn verhaal:

„Wanneer de signalen nu maar goed werken, geen gewelven instorten, en de beambten goed hun dienst doen, dan is het zeer ligt mogelijk dat het eene speculatieve zaak is, die weldra door andere maatschappijen zal nagevolgd worden.”

Hij kreeg gelijk. De ondergrondse trein was een succes: de eerste zes maanden maakten 26.000 passagiers dagelijks gebruik van de metro. Vooral de working class was enthousiast. Arbeiders konden door de underground verder weg wonen, in goedkopere en vooral grotere kamers. Een tweede lijn, de District Line, werd vijf jaar later gebouwd. En met elke nieuwe lijn breidde Londen zich uit: geografisch en in bewonersaantallen.

Nu worden er dagelijks 4 miljoen ritten gemaakt, en telt de underground 253 mijl (ruim 400 kilometer). In 1863 betaalden reizigers twee penny voor een rit. Zo goedkoop is het al lang niet meer. Abonnementshouders betalen tegenwoordig 2,10 pond: 2,60 euro.

    • Titia Ketelaar