Leefstijl is slechts één factor bij ziekte

Laagopgeleiden hebben hoge zorgkosten. Dat is begrijpelijk, zegt gezondheidseconoom Polder. Maar het ligt echt niet alleen aan leefstijl.

Mensen met een lage opleiding gebruiken meer zorg dan mensen met een hoge opleiding, en ze betalen er, bekeken over hun hele leven, minder voor. Dat blijkt uit De prijs van gelijke zorg, een rapport dat het Centraal Planbureau (CPB) gisteren uitbracht.

Het planbureau bracht de ongelijkheid in kaart in de verdeling van lasten en lusten van de collectieve zorgverzekering. Te zien is dat de scheefgroei toeneemt: mensen met een lagere opleiding vragen naar verhouding meer zorg, terwijl ze niet evenredig meer gaan betalen.

De vraag is waar dat grote verschil vandaan komt. Uit onderzoek blijkt dat lageropgeleiden gemiddeld ongezonder eten, meer roken, minder bewegen in hun vrije tijd en vaak ongezonder werk doen. Wel worden ze gemiddeld minder oud. Dit is echter niet tegen elkaar weg te strepen, schrijven de CPB-onderzoekers in hun rapport. Per saldo maakt een lager opgeleide meer gebruik van zorg dan hij of zij via premies en belastingen betaalt.

Maar het is „te simpel” om de grotere zorgbehoefte van lageropgeleiden alleen aan leefstijl toe te schrijven, reageert gezondheidseconoom Johan Polder. Het CPB-rapport gaat volgens Polder, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en onderzoeker bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Bilthoven, voorbij aan waarom mensen in de laagste categorie van opleiding belanden. „Vaak heeft dat ook te maken met ziekte”, zegt hij. „Bijvoorbeeld alle verstandelijk gehandicapten zitten al in deze groep. Ook ouderen in ons land zijn vaker lager opgeleid, en die zitten vaak in een verzorgingshuis. Zo bekeken is het natuurlijk niet verwonderlijk dat deze mensen meer zorg nodig hebben.”

De onderzoekers van het CPB delen de Nederlandse bevolking onder in vier opleidingscategorieën, waarvan lagere school en vmbo de laagste zijn. Maar in absolute aantallen vormt die groep van mensen die meer lusten dan lasten heeft van de zorg de minderheid van alle Nederlanders. De meeste Nederlanders betalen dus meer voor zorg dan ze gebruiken.

De verschillen in zorgconsumptie blijken volgens het CPB-rapport vooral in de AWBZ te zitten, opnieuw de voorziening waarvan vooral ouderen en langdurig zieken gebruik maken, zegt Polder. „Daarnaast zijn hogeropgeleiden doorgaans kapitaalkrachtiger waardoor ze op oudere leeftijd langer in hun eigen koophuis kunnen blijven wonen of particulier een huishoudelijke hulp kunnen inhuren. Daardoor hoeven zij minder vaak een beroep te doen op de AWBZ. Verhoudingsgewijs zal deze groep ouderen ook veel groter worden dan die van de lager opgeleide ouderen van nu, die vaak nog voor de oorlog geboren zijn.”

De verschillen in geneeskundige kosten tussen hoog- en laagopgeleid zijn minder groot, en als rekening wordt gehouden met verschillen in ziekte en gezondheid zelfs heel erg klein. „Leefstijl speelt een rol”, zegt Polder, „maar kan niet los gezien worden van andere factoren, zoals persoonskenmerken en omgevingsinvloeden.”