‘Julius’ toont andere Erasmus

Erasmus ontkende het zelf hardnekkig, maar een Italiaanse onderzoeker toont overtuigend aan dat hij ‘Julius buiten de hemelpoort gehouden’ schreef.

Bovenlinks: paus Julius II geschilderd door Rafaël.

Hij had het niet geschreven, zei hij zelf. Veel lezers gingen daar wel vanuit, direct al na publicatie in 1517. Want al was Iulius exclusus e coelis (Julius buiten de hemelpoort gehouden) misschien politieker, polemischer en vileiner dan wat ze gewend waren van Desiderius Erasmus, lezers herkenden tegelijk de lichtvoetige en spitsvondige ironie van de rondreizende humanist. Het geschrift werd, in talloze varianten en kopieën, bijzonder populair. Een bestseller van zijn tijd.

Omdat Erasmus ontkende de auteur te zijn, en het een opruiende tekst tegen het pauselijk gezag betrof, ontstond een controverse die tot op de dag van vandaag voortduurt, met tientallen gerenommeerde wetenschappers aan beide zijdes van het debat. Een Italiaanse brengt hier nu verandering in, zegt een gerenommeerde groep internationale Erasmuskenners. Onder auspiciën van het Huygens Instituut voor Nederlandse geschiedenis verzorgen zij de eerste wetenschappelijke uitgave van het verzameld werk van Erasmus. Volgens de kenners heeft de Italiaanse Silvana Seidel Menchi, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Pisa, „onomstotelijk vastgesteld” dat Erasmus de auteur is. Erasmuskenner Jan Bloemendal, secretaris van de groep: „Het is indrukwekkend wat Seidel Menchi allemaal boven tafel haalt. Ze prikt niet alleen door de argumenten van de nee-zeggers, maar ze heeft door jarenlang spitten vooral ook de discussie rond het geschrift, met én zonder Erasmus, goed weten te reconstrueren. Bovendien blijkt dat Erasmus zelfs medeverantwoordelijk was voor druk en verspreiding van de tekst. Wie dit leest, kan niet anders dan concluderen: het is van hem.”

Op 17 januari presenteert het Huygens instituut ‘de Julius’, in het veertigste van 63 geplande delen. In een 224 bladzijden tellende inleiding bij het werk, laat Seidel Menchi zien hoe zij tot haar conclusie is gekomen. Bewijs vindt ze vooral in de correspondentie van Erasmus’ tijdgenoten, en in bronnen die hij moet hebben gebruikt bij het schrijven van de tekst, zoals pauselijke bullen.

Dat Erasmus ontkende de auteur te zijn, had te maken met het controversiële karakter van het verhaal. Daarin komt paus Julius II, die in 1513 overleed, dronken bij de hemelpoort. Als afgezant van Jezus op aarde heeft hij de sleutels. Die blijken niet te passen. De eerste paus, apostel, heilige én poortwachter Petrus blijkt niet van zins Julius toe te laten. Er ontspint zich een dialoog aan de voet van de hemel, met wrange terzijdes van Julius’ beschermengel. Petrus verbaast zich erover hoe een opvolger van hem zo ver van de christelijke leer heeft kunnen afdwalen. Julius, op zijn beurt, verwijt Petrus een ouderwetse, kleinzielige weerzin tegen vooruitgang. Dankzij hem, de grote Julius de Tweede, is de kerk van lijden, armoede en vervolging een bloeiende staat geworden. Een wereldmacht.

Wanneer Petrus niet onder de indruk blijkt, dreigt Julius hem te excommuniceren. De satire eindigt met een woedende paus, druk doende een leger op de been te brengen om tegen de hemel op te trekken. Sommige uitgevers uit de zestiende eeuw zetten op het omslag: „Lezer, houdt uw lachen in.”

Auteurschap van de dialoog verandert het beeld dat van Erasmus bestaat. Seidel Menchi, vanuit Italië: „De Julius bewijst dat Erasmus niet alleen de milde, wijze compromisfiguur is die veel wetenschappers van hem maken. Veel van hen vonden de tekst altijd te politiek om van Erasmus te zijn. Te gedurfd.” Maar het is niet zo dat Erasmus omwille van zijn imago niet het auteurschap op zich nam, zegt Seidel Menchi. „Vergeet niet dat het in zijn tijd ronduit gevaarlijk was een werk als de Julius te schrijven. De paus wordt beschuldigd van drankzucht, gierigheid en seks met jongetjes. Dat is niet niks. De opvolger van Julius II zou hem daarvoor kunnen excommuniceren, iets waar Erasmus weinig zin in had.”

Erasmus was afhankelijk van Julius, die hem dispensatie had gegeven: als monnik mocht hij inkomsten generen uit kerkelijke functies. Erasmus hoopte bovendien dat diens opvolgers, Leo X, hem zou ontslaan van zijn kloostergeloften. Dan kon hij, als wereldreiziger, niet meer worden teruggeroepen naar zijn klooster.

Het bewijs van Seidel Menchi vormt een soort postume genoegdoening voor tijdgenoten van Erasmus die zich opwonden dat de humanist geen verantwoordelijkheid nam voor zijn woorden nam. De bekendste: Ulrich von Hutten. Nadat Erasmus had geweigerd deze radicaliserende humanist te ontmoeten – argument: ik kan niet tegen oververwarmde hotelletjes in de winter – schreef Von Hutten een woedende aanklacht. De reactie van Erasmus? Von Hutten moet geen vertrouwelijkheden prijsgegeven. Seidel Menchi: „Wie liet blijken dat Erasmus de auteur van de tekst was, zette de vriendschap op het spel.”

    • Pieter van Os