Ik moet wel meedenken, maar ze doen er niks mee

Een lichttechnicus (35) van een theater in Gelderland wordt net als zijn collega’s tijdens vergaderingen door de directeur vaak gevraagd zich op te stellen als compagnon binnen de organisatie. „Als we dan gaan meedenken, merken we vaak dat onze suggesties in een gesprek tussen bestuur en directeur worden afgeschoten of we horen er helemaal niks meer over. Nu komen ik en mijn collega’s steeds meer op het standpunt: wees directeur en vertel ons wat we moeten doen, of neem ons serieus als compagnons. Is dit wel een handige aanpak van de directeur? ”

„Als je echt compagnons bent, werk je op gelijkwaardige basis samen en zo zit deze verhouding niet in elkaar, vermoed ik”, zegt Freek van Duijn, adviseur in de culturele sector en interim-manager bij vele culturele instellingen. „Technici zijn de grootste groep werknemers in een theater. Zij zijn altijd als eerste binnen en als laatste buiten. Vanachter het toneel zien ze wat wel en niet goed werkt. Maar dat geldt niet altijd voor het bedrijf. Als directeur zul je je werknemers dus moeten uitleggen waarom bepaalde dingen gebeuren en waarom bepaalde dingen niet kunnen. In theaters wordt vaak op het laatste moment nog een klein congres of een evenement georganiseerd. Dat kan voor technici lastig zijn, als hun hele planning daardoor ondersteboven komt te liggen en ze bijvoorbeeld menskracht tekort komen. Maar zoiets kan wel heel belangrijk zijn voor het theater omdat er ook geld moet worden verdiend. Dan moet je het als directeur echt goed uitleggen, zeker als het meer werk voor werknemers betekent. Zet je personeel niet voor een voldongen feit. Neem even de tijd om met hen te overleggen als er nog iets te kiezen valt. Laat het er nooit op aankomen dat je moet zeggen ‘doe het nou maar gewoon’ of ‘het is nu eenmaal zo’. Geef ook de technici enige mate van invloed op dat proces.”

Thomas van Dalen adviseert creatieve bedrijven en culturele instellingen. „Je kunt soms aan nieuwe podia zien wie er heeft meegepraat bij het ontwerp van het gebouw”, zegt Van Dalen. „Als ook technici aan tafel hebben gezeten, dan is het op dat punt van het gebouw heel goed geregeld. Maar er is ook nog horeca en natuurlijk de programmering. Het is aan de directeur om al die belangen bij elkaar te brengen. Een directeur moet de kaders heel duidelijk stellen. Voor een goede interactie moet je alle input verzamelen, maar laat weten dat jij uiteindelijk bepaalt. Vertel achteraf ook waarom je iets wel of niet doet. Het vergt talent om dat op een goede manier te doen. Al die belangen meewegen en de interactie soepel laten verlopen, is wel een duivelse klus.”

Ook een kwestie op het werk? Mail naar werk@nrc.nl. Kijk voor meer antwoorden ook op nrc.nl/carrière