Opinie

    • H.J.A. Hofland

Het gevaarlijke raadsel

De Syrische chaos kan nog groter en gevaarlijker worden. Eind vorig jaar kreeg het Israëlische ministerie van Defensie de overtuiging dat Syrische strijdkrachten bezig waren om wapens met gifgas te maken, bommen gevuld met het dodelijke zenuwgas sarin. De eerste projectielen waren al vervoerd naar een luchtmachtbasis. President Obama werd op de hoogte gesteld. Intussen werd het nieuws nog alarmerender. Als president Assad daartoe de opdracht gaf, konden deze wapens binnen twee uur operationeel zijn. Het deed in de verte denken aan een jaar of tien geleden, toen de Britse premier Tony Blair bekendmaakte dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens had die binnen drie kwartier gebruiksklaar konden zijn. President Bush wilde het toen graag geloven.

Obama heeft het probleem wat kalmer aangepakt. Via Assads bondgenoot Rusland liet hij weten dat de grens bereikt was. De Russische regering was het ermee eens. Misschien zijn er ook Arabische staten ingeschakeld om de Syrische president deze boodschap over te brengen. In elk geval lijkt het erop dat hij het voorlopig heeft begrepen. Eind vorig jaar leek deze crisis geruisloos te zijn afgewend, dankzij een zeldzame internationale samenwerking.

Assad heeft afgelopen zondag zijn schijn van gelijk evenwel opnieuw vergroot. Voor het eerst na lange tijd heeft hij weer een grote rede gehouden, in het operagebouw van Damascus, dat was gevuld met meer dan duizend leden van zijn claque. Zeker, hij had diep mededogen met het Syrische volk. „Ik kijk in de ogen van de kinderen en ik zie geen geluk.” Hij is bereid tot een dialoog met de oppositie en wil een ‘nationale verzoeningsconferentie’, verkiezingen en een nieuwe Grondwet, maar hij verzekerde dat de burgeroorlog wordt gewonnen. Er is geen sprake van dat de regering ook maar een duimbreed zal toegeven aan de terroristen. Die zijn juist de oorzaak van alle ellende. Na de toespraak kwam de televisie weer met de gebruikelijke beelden – explosies in de steden, doden en gewonden. Volgens de Verenigde Naties heeft de burgeroorlog zo’n zestigduizend mensen het leven gekost.

Toch houdt de president deze schijn van gelijk. Oorlog betekent chaos. Natuurlijk grijpen jihadisten, leden van Al-Qaeda, dan hun kans. Syrië is een land met een hoogst ingewikkelde bevolking. Sunnieten, shi’ieten, alawieten – onder alle bevolkingsgroepen zullen mensen zijn die een rekening te vereffenen hebben. In de oorlog profiteert iedereen zoveel hij kan. Dat mag waar zijn, maar tegelijkertijd wordt hiermee het gerechtvaardigd verzet van het Vrije Syrische Leger afbreuk gedaan. De president beweert dat „het Westen” zich heeft gemengd in de strijd. Bovendien heeft hij, ondanks zijn gifgas, nog altijd de steun van Iran, Rusland en China. Potentiële bondgenoten van de opstandelingen aarzelen. Er is wel veel sprake van, maar nog altijd is er geen no-fly zone ingesteld. Zo vergroot Assad de chaos en verkleint hij de kans op interventie.

Is er trouwens enige kans op een reële, gewapende interventie van een internationale vredesmacht? In Washington zijn de neoconservatieven weer op het oorlogspad – het echec van Irak is kennelijk vergeten – maar met de nieuwe minister van Defensie, Chuck Hagel, hebben ze geen kans. Bovendien zou een plan tot interventie met goedkeuring van de Verenigde Naties waarschijnlijk worden getroffen door een Chinees en een Russisch veto, zelfs ondanks het gifgas. Ten tweede is de bereidheid van de internationale gemeenschap verschrompeld tot vrijwel nul. Ten slotte ontbreekt het zowel in de Verenigde Staten als in Europa aan de bereidheid en het geld.

Het valt niet te becijferen hoe de oorlogen in Afghanistan en Irak de wereld hebben veranderd. In Libië is nog beperkte hulp gegeven – leading from behind – maar grootscheepse interventie waar dan ook in het Nabije Oosten is een ongeschreven taboe geworden voor de buitenlandse politiek. Zoals de Syrische problematiek bewijst, beperkt het Westen zich tot containment – de politiek waarvan het doel is om een conflict binnen de nauwste grenzen te houden. Zo sturen de Verenigde Staten, Nederland en Duitsland patriotraketten naar Turkije om de Syrische luchtmacht in bedwang te houden. Het doel is dus de bescherming van een bondgenoot en niet het verlenen van steun aan het Vrije Syrische Leger.

Het Syrische conflict toont hoe sterk de geopolitieke machtsverhoudingen zijn veranderd sinds het einde van de Koude Oorlog. We worden niet meer geconfronteerd met georganiseerde staten of bondgenootschappen. De tegenstander is de vreemde chaos, waar de vriend van vandaag de aartsvijand van morgen kan zijn. Na meer dan twaalf jaar ervaring toont de Syrische praktijk van het afgelopen jaar dat de politiek van het Westen hierop nog geen doeltreffend antwoord heeft gevonden – niet in de diplomatie en de buitenlandse politiek, noch in de bewapening. Het Midden-Oosten is bezig zich tot een nieuwe wereld te ontwikkelen, waarin we onze nieuwe weg nog moeten vinden. Hiervan is Syrië het jongste gevaarlijke voorbeeld.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.

    • H.J.A. Hofland