Heel af en toe blijkt een arts onverbeterlijk

Ernst J.S. kon blijven werken omdat hij nooit voor de tuchtrechter heeft gestaan. „Wij kijken alleen naar wat er bij ons binnenkomt.”

Ex-neuroloog Ernst J.S., die terechtstaat wegens verkeerde diagnoses en onnodige behandelingen, is nooit voor het Medisch Tuchtcollege gedaagd. Hij liet zich in 2009 op aandringen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg zelf uitschrijven uit het BIG-register, waarin alle artsen vermeld staan, zo blijkt uit een door J.S. ondertekende overeenkomst met de inspectie. Daardoor kon hij zonder ‘medisch strafblad’ in Duitsland aan het werk. In theorie zou hij alsnog voor het tuchtcollege kunnen worden gedaagd voor de fouten die hij maakte als arts, maar de verjaringstermijn hiervoor is tien jaar. Eind 2003 vertrok J.S. bij het Medisch Spectrum Twente, het laatste Nederlandse ziekenhuis waar hij heeft gewerkt.

Hoe kan het dat een arts die verdacht wordt van zulke grove fouten nooit binnen zijn beroepsgroep op het matje geroepen is? Plaatsvervangend voorzitter Daan Asser van het Centraal Medisch Tuchtcollege in Den Haag, het hoogste medische rechtscollege, kijkt er niet van op. „Kennelijk is er bij het tuchtcollege nooit een klacht tegen hem ingediend en heeft ook de inspectie het niet nodig gevonden dat te doen.”

Had dat niet toch moeten gebeuren, zodat zijn fouten in elk geval geregistreerd hadden gestaan?

„Dat moet de inspectie weten. Wij kijken alleen naar wat er bij ons binnenkomt.”

Hoe bont moet een arts het maken om uit het register geschrapt te worden?

„Dat is in het algemeen niet te zeggen. Eén zaak of klacht zal er niet snel toe leiden. Misschien bij meerdere zaken achter elkaar, als de inspectie een zaak aanhangig maakt, als iemand bij herhaling ernstige fouten maakt. Zelf heb ik het nog nooit meegemaakt in een zaak.”

Is het mogelijk in een tuchtzaak te eisen dat een arts uit het register wordt verwijderd?

„Je kunt een klacht indienen en zeggen dat het heel ernstig is. Verder is de rechter daar onafhankelijk in.”

Ziet u vaker onverbeterlijke artsen voorbijkomen?

„De meeste tuchtzaken gaan over mensen die ongelukkig zijn over een behandeling. Echt harde fouten komen niet veel voor. Sporadisch wordt toch meermalen geklaagd over een arts en volgt een ingrijpende maatregel. Het zijn echt de uitzonderlijke gevallen.”

Wat vindt u ervan dat artsen doorwerken na uit hun beroep gezet te zijn, in een zelfstandige praktijk of in het buitenland?

„Dat is een zaak voor inspectie en ziekenhuizen. Daar hebben wij geen zicht op.”

Is het frustrerend?

„Je kunt er als rechter niet aan beginnen gefrustreerd te raken over wat er met je uitspraken gebeurt. Zodra wij uitspraak hebben gedaan, is voor ons de kous af. Frustrerend is als je bij herhaling dezelfde arts voor het hekje krijgt. Dat iemand zijn leven niet betert. Dat komt heel af en toe voor.”

Zet het tuchtcollege zulke artsen weleens onder druk zich vrijwillig uit te schrijven uit het register, in ruil voor het uitblijven van sancties?

„Dat is eerder iets wat de inspectie met iemand zou kunnen afspreken. Wij zijn alleen bevoegd om klachten af te handelen. Wij gaan niet nog eens konkelfoezen met zo’n arts.”

Functioneert het BIG-register voldoende als zeef voor slechte artsen? Patiënten kunnen erin zien welke zorgverleners een berisping, schorsing of ‘doorhaling’ hebben gekregen, maar waarschuwingen van het tuchtcollege en strafrechtelijke veroordelingen staan er niet in.

„Het is niet aan mij daar een oordeel over te hebben.”

Minister Schippers overweegt een internationale zwarte lijst van disfunctionerende artsen. Goed idee?

„Als dat zou moeten gebeuren, heeft het niets met tuchtrecht te maken, maar met hoe je de gezondheidszorg managet.”

Vermelding op zo’n lijst zou wellicht een aanvullende tuchtmaatregel kunnen zijn?

„Dan moet de wetgever dat vastleggen in de wet. Maar we hebben al voldoende maatregelen. Een schorsing van een half jaar bijvoorbeeld is heel zwaar. Artsen vinden een waarschuwing al verschrikkelijk.”