Een 'onderaardse reis'

De Londense metro bestaat vandaag 150 jaar. In 1863 ging het eerste metrostel van de Metropolitan Railway rijden tussen Paddington en Farringdon, de verbinding naar de City. „Heden heb ik mij moeten getroosten een onderaardse reis te doen”, schreef destijds de correspondent van de NRC.

Underground railway: trial trip on the Metropolitan line, train passing Portalnd Road station, London. The line opened to the public in 1863. From World History Archive/Hollands>

Hoe zou het op 9 januari 1863 ondergronds zijn geweest? In elk geval waren de passagiers van die eerste metrorit ter wereld sneller van Paddington, in het noordwesten van Londen, in Farringdon, aan de rand van de City, dan ik op deze middag.

Rood sein, meldt de machinist al bij Edgware Road. Als Londenaar weet je dat de rit dan even kan duren. Voor elk station – en het zijn er op deze 3,5 mijl zeven – stopt de trein enkele minuten. De machinist en de blikken elektronische vrouwenstem buitelen over elkaar heen in het maken van excuses. Wat 16 minuten had moeten duren, duurt uiteindelijk een half uur.

Niet dat iemand daarvan opkijkt. In een Nederlandse trein waren de passagiers misschien met elkaar in gesprek geraakt. Niet in de Londense underground. Je communiceert hier niet met vreemden: je kijkt elkaar niet openlijk aan, praat al helemaal niet met elkaar.

De Tube is om in te dommelen. Om op het ritme van de rails weg te dromen – weggestopt achter oordopjes, boek of gratis krant. Meegevoerd op de warme wind die altijd in de tunnels aanwezig is. Het is de enige plek in Londen waar je geen mobiel bereik hebt en waar je dus even alleen kunt zijn. Waar je slechts wordt afgeleid door de stem van Archers-acteur Tim Bentinck die op de stations toestromende passagiers ‘mind the gap’ toeroept, of door de enkele bedelaar die tussen de poortjes heeft kunnen glippen en nu om geld komt vragen.

De eerste ondergrondse werd gebouwd en gefinancierd door de Metropolitan Railway, een private onderneming die speciaal was opgericht om de drie grote stations – Paddington, Euston en King’s Cross – te verbinden met de City, het zakenhart van de stad. De spoorwegen eindigden aan de rand van de stad en mochten vanwege een koninklijk besluit niet verder Londen in worden getrokken. Maar de straten van de stad waren vol, overvol, met paardenkoetsen en voetgangers. Londen was het hart van het Britse rijk, een kwart van de wereldbevolking woonde er. De enige manier was ondergronds.

De werkzaamheden begonnen in 1860, met een diepe geul die in Euston Road werd gegraven en na de bouw van de rails, stenen muren en een dak weer werd toegedekt. Duizenden bewoners moesten gedwongen verhuizen. „Het is een oneindige chaos van hout, schachten die op- en neergaan, kettingen en ijzeren emmers die de rommel van onder boven brengen”, stelde een toeschouwer in 1864.

De geschiedenis herhaalt zich: de toeschouwer wordt geciteerd op een omheining bij Paddington, waar CrossRail wordt gebouwd – dat een nog snellere verbinding tussen Oost- en West-Londen moet worden, en in 2018 af moet zijn. Het boren doet de grond trillen.

Die nieuwe lijn zal écht ondergronds zijn. Want zoals puristen graag vertellen – en je zelf snel merkt tussen Paddington en Farringdon – de eerste metrolijn ter wereld ligt grotendeels bovengronds. Zowel op de perrons op Paddington als die op Barbican en Farringdon sta je buiten, en ook het spoor ligt deels bovengronds. Dat gaf ten tijde van de stoomlocomotieven voldoende ventilatie.

Hoe dan ook was die eerste lijn bijzonder. Hoe bijzonder, blijkt wel uit het feit dat ook buitenlandse kranten erop af kwamen. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef de correspondent : „Wat een correspondent toch al niet moet doen om zijne lezers op de hoogte te houden van al hetgeen hier al zoo vermeldingwaardigs voorvalt. Heden heb ik mij moeten getroosten een onderaardse reis te doen.”

Het was er druk, schreef hij: „Eene ontelbare menigte verdringt zich onophoudelijk voor de stations, en is men dan eindelijk ten koste van een gescheurde jas, een gescheurde hoed enz. aan het gewenschte doen gekomen, dan klinkt u het ‘no room’ van de conducteur mistroostig in de oren.”

Tijdens de rit van de toenmalige correspondent praatten de passagiers wel, nadat de trein bij Portland had stilgestaan waardoor de tunnel zich vulde met stoom: „Eenige passagiers maakten zich hierover angstig, deelden hunnen angst aan anderen mede. Zoo doende werd het natuurlijk van kwaad tot erger: men wilde er uit.”

Maar concludeerde hij: „Wanneer de signalen nu maar goed werken, geen gewelven instorten, en de beambten goed hun dienst doen, dan is het zeer ligt mogelijk dat het eene speculatieve zaak is, die weldra door andere maatschappijen zal nagevolgd worden.”

Hij kreeg gelijk. De ondergrondse trein was een succes: de eerste zes maanden maakten dagelijks 26.000 passagiers gebruik van de metro. Vooral de working class was enthousiast. Arbeiders konden door de underground verder weg wonen, in goedkopere en vooral grotere kamers. Een tweede lijn, de District Line, werd vijf jaar later gebouwd. En met elke nieuwe lijn breidde Londen zich uit: geografisch en in bewonersaantallen.

Nu worden op een metrospoornet met een totale lengte van 253 mijl (404 kilometer) dagelijks 4 miljoen ritten gemaakt. Voor een rit die in 1863 twee penny kostte, betaal je nu 4,50 pond (5.50 euro) – als abonnementhouder 2,10.

    • Titia Ketelaar