De roltrap is stuk. Wen aan traplopen!

Deze crisis vraagt om een nieuwe manier van denken – een die niet draait om groei, maar om begeleiding van de krimp, schrijft Christiaan Weijts.

Een kapotte roltrap is veel zwaarder om te beklimmen dan een gewone trap. Zelfs als de treden even hoog zijn. Je rent door de stationshal, ziet in de verte het vertrekbord dat jou nog drie, vier minuten gunt, en je ontspant je. Je hele lichaam verheugt zich al op dat technische opkontje, die comfortabele zweefvlucht.

Dan merk je het: iedereen sjokt vermoeid omhoog, met koffers, tassen, buggy’s, je hoort het stommelen en zuchten, en wat gaat het traag, en traag en vooral ook tráág… enkeldiep door modderzeeën. Vreemd. Als er helemaal geen roltrap was, zou je je niet zo gekrenkt voelen. Waarschijnlijk stiefelde je fluitend de stenen treden op.

2012 was een kapotte roltrap. 2013 zal een kapotte roltrap zijn. Angela Merkel zegt het. Barack Obama zegt het. Zelfs Henk Kamp zegt het, verpakt in obligate franje van hoop: het komende jaar wordt loeizwaar.

Laten we eerlijk zijn. Er is niet zoiets als een double dip, een triple dip of een fiscal cliff. Er is één crisis die ergens in de afgelopen tien jaar is begonnen en die haar wisselende gezichten toont in steeds weer andere hoeken van de wereld.

Veel Europese landen en de VS hebben in de laatste decennia hun staatsschuld laten oplopen tot zestig tot honderd procent van hun bruto nationaal product. Dat trek je niet in twee of drie jaar recht, en ook niet in tien of twintig.

We kennen de feiten, maar willen ze niet kennen. Het Internationaal Energie Agentschap verwacht in 2015 de eerste olietekorten. Sinds 1990 is de wereldwijde oogst van voedingsstoffen met 25 procent afgenomen, terwijl de bevolking blijft toenemen. Het Rode Kruis verwacht de komende twee à vier jaar massale armoede in Europa. De VN voorspelde dat 2013 het jaar van de wereldwijde voedselcrisis wordt. De graanreserves zijn geslonken naar het laagste niveau sinds 1974. En dan is er nog de vergrijzing.

Hoelang gaat de crisis nog duren? Minstens tien jaar, zegt het IMF. Vijf jaar, zegt Merkel. Als zelfs instanties dit zeggen die beroepsmatig überoptimistisch moeten zijn om ‘onrust op de markten’ tegen te gaan, moeten we het waarschijnlijk nog wat realistischer inschatten: honderd jaar.

„Na honderd jaar crisis is het woord ‘crisis’ even verlept als de individuen die het vroeger moest wakker schudden.” Dat merkte Peter Sloterdijk al in 1983 op, in zijn Kritiek van de cynische rede. Als je bedenkt welke troep het woord in de dertig jaar erna heeft moeten opdeppen, dan was zijn status van verlepte vaatdoek nog een aanlokkelijke.

Almaar hameren op ‘de crisis’ geeft valse hoop. Alsof er een tijdelijk ontregelde toestand is die we straks weer te boven komen. In werkelijkheid is er een permanente verandering ingezet. Alleen wijzelf blijven achter, houden nog krampachtig vast aan een verouderd denkraam. In 2010 is de Crisis- en Herstelwet ingevoerd. Inmiddels is die met onbepaalde tijd verlengd, waarmee de naam een raar relict is. Een permanente crisiswet is een gewone wet.

Elke ochtend hoop je nog even dat een sensor jouw schoenzool opmerkt en diep verscholen in het mechaniek een prinses wakkerkust. En ziet, een wonder geschiedt steeds niet. En dan komt er dat onzichtbare omslagpunt waarop de roltrap niet langer tijdelijk defect is, maar permanent. Hij is een normale trap geworden, in een wat grotesk design. Een generatie kinderen groeit op zonder te geloven dat die stalen treden ooit vanzelf bewogen. Eens hadden we gevleugelde voeten als Mercurius.

Stampvoetend ging de prins tekeer in de hal van het paleis. Honderd jaar sliep de prinses al, en alle rivaliserende prinsen waren verstrikt geraakt in de doornstruiken, behalve hij. „Waar zijn mijn roltrappen?” riep hij. „Hoe dacht je dat ik zo bij de prinses in de torenkamer kan komen?” „Hoogheid, als u al die energie die u verbruikt met stampen nu eens…” begon zijn dienaar, maar voor die zijn zin kon uitspreken rolde zijn hoofd al over de grond.

We weten allemaal dat er een bepaalde grens is waarboven materiële welvaart niet meer substantieel bijdraagt aan ons levensgeluk. Daarboven gaan we ons bezighouden met kwaliteitswijn, maatpakken en tweede huizen. Een badkamer met ligbad is een wezenlijke vergroting van ons levensgeluk; een tv-toestel in die badkamer niet. We weten het en toch zijn we ervan overtuigd dat voor ons die welvaartsgrens nog niet bereikt is.

Sta op en wandel. In een permanente crisis blijven de roltrappen bevroren. Om ons heen wijst van alles nog op ongebreidelde groei en onbeperkt bunkeren. Er zijn reclameborden en autoshowrooms, er zijn nog blinknieuwe winkelcentra, maar ze hebben het aureool van kerstbomen na driekoningen.

In 2013 komt er geen autoRAI. In 2014 evenmin, en in 2078 ook niet. Om de paar jaar een nieuwe auto kopen is voorbij. Godzijdank. Dat spaart het milieu, spaart grondstoffen, en bespaart ons al die klotereclames vol ‘lichtmetalen velgen’. Het personeel van die opgedoekte fabrieken kan ofwel creperen ofwel windturbines in elkaar schroeven, of ziekenhuisbedden. Of betaalbare autogarages beginnen, waarbij je eens niet steevast het gevoel hebt dat ze je belazeren. De elite van straks bereidt zich in de luwte voor op het veranderende systeem. Een land als Noorwegen blijkt straks kant-en-klare duurzame infrastructuren te hebben liggen, om uit te rollen en te exporteren.

Sta op en wandel. Het is niet langer de vraag hoe we die roltrappen ooit weer gaan repareren, maar hoe we weer zelf leren lopen. We voeren nog steeds beleid dat gebaseerd is op het model van economische groei, terwijl we juist de krimp moeten begeleiden. Het land is nog ingericht volgens het achterhaalde model waarbij huizen- en kantoorprijzen altijd blijven stijgen, maar wie nu succesvol wil zijn, moet juist anticiperen op waardevermindering, op krimp en op manieren om levens aangenaam te maken zonder daarvoor nieuwe spullen te hoeven kopen.

Roltrappen leren beschouwen als normale trappen vereist een ander denkraam en vooral een nieuwe morele houding. De eerste aanzetten daartoe zien we deze week bij Capgemini, dat medewerkers vraagt een percentage van hun loon in te leven, ‘vrijwillig’ (lees: onder morele druk). Dat is niet leuk, zoals het ook niet leuk is om je huis met verlies te verkopen, maar zouden we echt ongelukkig worden met 10 procent minder loon en een wat kleiner huis?

Ik voorspel een herleving van klassieke deugden als temperantia (gematigdheid) en prudentia (voorzichtigheid). Klassiek, dat wil zeggen: los van hun historische herkomst raken ze in verschillende tijdperken weer actueel.

Zoals in de Renaissance, die voortkwam uit een verwarrend overgangstijdperk, dat wel wat parallellen met onze huidige wereld heeft (lees Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen er maar op na). Toen stoften filosofen als Montaigne en Erasmus de klassieke deugden van Aristoteles en Seneca weer af.

Bij veel filosofen van vandaag zie je opnieuw aanzetten tot zo’n deugdenrevival. Van Peter Sloterdijk (Du mußt dein Leben ändern) of Alain de Botton (Religion for Atheïsts) tot Edward Skidelsky (Case for the Good Life): hoe verschillend ook in stijl en achtergrond, ze propaganderen allemaal een moreel reveil.

Voor de slachtoffers aan de onderkant van de samenleving kan dat abstract gefilosofeer lijken, maar als de rest er werkelijk naar gaat leven, profiteren zij daar ook van.

„Hoogheid”, fluisterde een nieuwe dienaar. „Aan roltrappen kan ik u niet helpen, maar als u mijn hand pakt, help ik u zelf lopen”. „Maar ik wil een roltrap!” stampvoette de prins. „Dan moet u het zelf weten”, zei de dienaar, en hij beklom de wenteltrap naar de torenkamer van de prinses, vrijde met haar en ze leefden nog lang en gelukkig.

Christiaan Weijts (1976) is schrijver. Zijn laatste roman Euforie (2012) is genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

    • Christiaan Weijts