De laatste rondjes van Léon van Bon

Léon van Bon is bezig aan zijn laatste wielerseizoen. De Zesdaagse van Rotterdam deze week was waarschijnlijk zijn laatste optreden in Nederland.

ROTTERDAM - Léon Hendrik Jan van Bon (Asperen, 28 januari 1972) is een Nederlandse profwielrenner. Hij nam tweemaal deel aan de Olympische Spelen ROBIN UTRECHT FOTOGRAFIE

Op borden boven de wielerbaan in Ahoy staan de namen van de koppels die de Zesdaagse ooit hebben gewonnen. Patrick Sercu bijvoorbeeld, met Peter Post (1971). En Eddy Merckx (1976). René Pijnen, zo’n beetje de hele jaren 70 en 80 – één keer met Jan Raas. En, jawel, in 2011: Léon van Bon, samen met Danny Stam.

De in het Gelderse Asperen geboren Van Bon (40) is bezig aan zijn laatste seizoen als wielrenner. Hij begon zijn carrière met een zilveren medaille in de puntenkoers op de baan van Barcelona tijdens de Olympische Spelen van 1992. Na een profloopbaan als wegwielrenner bij onder meer Rabobank is hij sinds 2007 teruggekeerd naar de piste.

„Het mooie van baanwielrennen is dat er zoveel publiek is”, zegt Van Bon op de voorlaatste avond van de Rotterdamse Zesdaagse. „Op de weg is er eigenlijk alleen veel publiek bij de Tour de France en een paar klassiekers. Ook in de Vuelta of Giro staat er niet zoveel publiek.”

Op het middenterrein van Ahoy krioelt het van de mensen. Showlichten proberen de renners te vangen die met duizelingwekkende snelheid hun rondjes rijden.

„De combinatie van sport en entertainment is uniek”, vindt Van Bon. „In Rotterdam is de balans precies goed. In Grenoble moet je bijvoorbeeld steeds wachten omdat er nog een paar acrobaten op de baan staan. In Kopenhagen gaat het weer puur om de sport en zijn er zelfs geen showlichten.”

De Zesdaagse van Rotterdam is waarschijnlijk zijn laatste koers in Nederland. „Of er moet binnenkort nog iets tussenkomen”, zegt Van Bon. „En misschien rijd ik in de zomer nog een criterium. Maar dit is wel de laatste keer Ahoy.”

Van Bon is in Rotterdam niet voor iedereen bekend. „Sommigen denken dat ik al gestopt ben, anderen zijn me al vergeten”, zegt hij. „Maar vooral voor het oudere publiek ben ik juist vaak de enige die ze kennen.”

Van Bon begon zijn carrière op de weg in 1994 bij WordPerfect. Tot 1995 reed hij ook nog op de baan. Na WordPerfect ging hij met toenmalig ploegleider Raas naar Rabobank en later zonder Raas naar Domo en Davitamon. „Qua uitslagen zijn de twee gewonnen Touretappes in 1998 en 2000 de hoogtepunten in mijn carrière. Sportief vond ik het winnen van de [wereldbekerwedstijd] HEW Cyclassics in Hamburg in 1998 specialer, omdat ik daar hele sterke renners versloeg, onder [oud-Tourwinnaar] wie Jan Ullrich. Ook het NK in 2005 was een bijzondere winst omdat dat toen heel onverwacht was.”

De zilveren medaille op de Olympische baan in Barcelona ziet Van Bon minder als hoogtepunt. „De Italiaan Lombardi won die koers terwijl hij samenwerkte met een Australiër die al uit koers had moeten zijn omdat hij een ronde ingehaald was. In de sprint reed hij ook nog over de blauwe lijn. De jury deed niets. De juryleden kwamen ook uit een exotisch land, Pakistan geloof ik, waar ze niet zoveel met wielrennen hebben. Ik verloor op één punt. ‘De rijkste heeft gewonnen’, zei Lombardi na afloop tegen me.”

Toch kijkt Van Bon tevreden terug op zijn jaren als prof. „Ik heb alles uit mijn carrière gehaald en binnen mijn mogelijkheden gepresteerd. Ik heb altijd bewust alle beslissingen genomen, zoals trainingsopbouw en keuzes in de koers.”

Het slotakkoord van zijn loopbaan vindt net als de start plaats op de baan. „Toen ik in 2007 stopte bij Rabobank werd ik benaderd door de Marco Polo-ploeg, waar ik Zesdaagsen met Aziatische wegwedstrijden kon combineren. Dat sprak me wel aan. Toen heb ik weer eens een derny-wedstrijd in Amsterdam gereden en heb ik ook direct meegedaan aan de Zesdaagsen van Zuidlaren en Rotterdam.”

Dus vliegt Van Bon de laatste jaren van baanwedstrijden in Australië naar wegwedstrijden in Thailand en Japan. „Dat zijn altijd leuke reisjes. Het is ook een beetje vakantie. Begin maart ga ik naar een koppelkoers in Bendigo, Australië. Daar is altijd een mooie sfeer. We rijden op een buitenbaan in de zon terwijl het publiek aan het barbecuen is.”

Van Bon: „Baanwielrennen is anders dan wegwielrennen. De inspanning op de baan is minder groot. Ook trek je bij baanwielrennen veel meer met dezelfde groep op. De ene keer vorm je een koppel, de andere keer ben je concurrent. Op de weg is het gewoon jouw ploeg tegen de rest.”

Toch vindt Van Bon het wegwielrennen uiteindelijk mooier. „De weg is het hoogst haalbare. Een overwinning op de weg is meer waard dan winst van een Zesdaagse. Ik noem de winst in Rotterdam in 2011 ook niet als hoogtepunt. Op de weg is de tegenstand groter, en winnen is dus een grotere prestatie.”

Van Bon ziet het definitieve einde van de carrière met gemengde gevoelens tegemoet. „Het stellen van doelen, het toeleven naar wedstrijden zal ik meeste missen. Het ‘moeten’ zal ik juist niet missen.”

Wat hij na de zomer gaat doen, weet Van Bon nog niet. „Ik sta overal voor open. Door twee ploegen ben ik al gevraagd als ploegleider, maar dat heb ik afgeslagen omdat je dan driehonderd dagen per jaar van huis bent. Het lijkt me wel leuk met jonge renners te werken. Niet als trainer, maar meer als coach om renners de weg te wijzen, qua instelling bijvoorbeeld. Daarom is het jammer dat de functie van teammanager bij de baan nu is vervallen.” Eind december vertrok Robert Slippens wegens bezuinigingen bij sportkoepel NOC*NSF.

„Ik trek altijd al meer naar jonge renners, en andersom trouwens ook. Bij de NK vorige week in Apeldoorn vroeg Geert-Jan Jonkman of hij met mij mocht rijden, anders zou hij niet opstappen. We hebben gereden en hebben zelfs nog brons behaald.”

Mocht een functie binnen het wielrennen niet lukken, schuwt Van Bon ook een baan buiten het wielrennen niet. „Ik ben bezig met fotografie, misschien is dat wat. Maar het is lastig om nu ergens te beginnen.”

Zijn opvolgers op de baan heeft Van Bon al gezien. „Yoeri Havik en Nick Stöpler zijn de grootste talenten. Zij zullen niet snel overstappen naar de weg. De broers Kreder hebben meer potentie, maar ik verwacht dat zij wel zullen overstappen naar de weg.”