Cartoongevecht tegen de 'kosher nostra'

Wilson Webb

Gangster Squad. Regie: Ruben Fleischer. Met: Sean Penn, Josh Brolin, Ryan Gosling, Emma Stone.**

Het helpt om je te realiseren dat regisseur Ruben Fleischers grootste bijdrage aan de filmgeschiedenis tot nu toe de niet onaardige parodiefilm Zombieland is. Misschien had hij daarom zijn snoeiharde gangsterparodie beter Gangsterland kunnen noemen. Dan had je als toeschouwer geweten dat je misschien af en toe een voorzichtig lachje moest wagen om al het brute cartooneske geweld te weerstaan.

Het werd Gangster Squad, een film die het genre nieuw leven wil inblazen, maar er ook een knipoog aan wil uitdelen. Maar helaas: door deze film zal het gangstergenre niet herrrijzen. Regisseur Fleischer had de pech dat een eindscène met gangster die dwars door een bioscoopdoek op een zaal schieten, uit de film werd gehaald na een massamoord in een bioscoopzaal in juli, tijdens een andere film van Warner Bros, The Dark Knight Rises.

Toch mis je het, want Gangster Squad opent nota bene met een ratelende filmcamera en een shot van de letters HOLLYWOODLAND, de versie van het Hollywood Sign die tot 1949 in de heuvels van Los Angeles prijkte. Het is een baken dat zegt: dit is Hollywoodland, een realiteit die alleen maar in film bestaat. Wat de afsluitende bioscoopscène nog eens bevestigt.

Gangster Squad sluit bij het bestaande ressentiment tussen Oost- en Westkust. De film varieert op de de ‘ware geschiedenis’ van bokskampioen Mickey Cohen uit New York, die in de jaren veertig en vijftig als de meest notoire aanvoerders van de ‘joodse maffia’ de onderwereld van Los Angeles overnam. Een ‘invasie’ door agressieve Oostkust, vindt de relaxte Westkust, die Cohens gangsters onder leiding Californiër van zevende generatie het hoofd biedt.

Cohen wordt gespeeld door Sean Penn, hevig schmierend en zijn gezicht vol geplakt met vellen en vulsel. Niet per se om op de echte Mickey Cohen te lijken, in zijn dagen best een charmeur en een societyfiguur, maar om een mombakkes te krijgen dat niet misstaat in het Lombroso-boek. En eerlijk gezegd zijn dat de leukste momenten: als Penn echt uit de bocht durft te vliegen.

Cartoonesk. Het woord viel al. Zo zijn ook de undercoveragenten die het tegen Cohen en zijn ‘kosher nostra’ opnemen. Aangevoerd door huisvader John O’Mara (Josh Brolin met heerlijk sonore voice-over) is de een nog braver dan de ander. Er wordt veel tijd besteed om uit te leggen dat ze als oorlogsveteranen zoeken naar een nieuwe strijd, en in gevecht met de slechterik in hun eigen achtertuin weer echte mannen worden. „Morgen nemen ze m’n badge af, maar vanavond ben ik een agent”, is de oneliner waarmee O’Mara de eindstrijd tegen de nachtclubgangster inzet. En dan vliegen de kogels weer in slowmotion rond.

    • Dana Linssen