Brieven

Dat is geen kroning, maar heus een inhuldiging

Ilja Leonard Pfeijffer doet voorspellingen over de monarchie (NRC Handelsblad, 7 januari). Hierbij heeft hij het viermaal over een ‘kroning’ en gebruikt hij eenmaal het werkwoord ‘kronen’.

Kroning is een rooms-katholiek sacrament. Op protestanten, zoals de familie Van Oranje-Nassau, ‘houdt’ dat niet. Daarom bepaalt de Grondwet in art. 32 dat „de Koning [...] wordt beëdigd en ingehuldigd [...].” Zelfs bij wichelaars zou het prettig zijn als ze enigszins weten waarover zij het hebben!

Overigens: als ik koningin was, zou ik met aftreden wachten tot niemand er nog over speculeert. Zelfs een republikein als ondergetekende vindt die hijgerige hoop op haar aftreden onheus jegens haar persoon.

O.L.E. Jongmans

Wateringen

Ik verbaas me over advies van de zorginspectie

Het medisch tuchtrecht betreft alleen beroepsbeoefenaren die staan ingeschreven in het BIG-register. Een van de makkes ervan is dat veel alternatieve behandelaars niet kunnen worden aangepakt. Een ander probleem is dat beroepsbeoefenaren die zich laten uitschrijven per definitie buiten het bereik vallen van het tuchtrecht. Ze kunnen hun vak niet meer uitoefenen in Nederland, maar sommigen nemen dat voor lief, gaan iets anders doen of vertrekken naar het buitenland.

Het wekt dus grote verbazing dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de bekendste ex-neuroloog van Nederland zou hebben geadviseerd om zijn inschrijving te laten doorhalen (NRC Handelsblad, 7 januari). De IGZ is de enige externe instantie die tuchtzaken aanhangig kan maken. Bij zo’n advies moet de IGZ dus terdege hebben geweten dat ze de ex-neuroloog ongrijpbaar maakte voor tuchtrechtspraak en dat ze zichzelf buitenspel zette als mogelijke procespartij.

Toen ik bijna tien jaar geleden teleurgesteld de inspectie verliet, was het verdwijnen van veroordeelde beroepsbeoefenaren naar het buitenland een levensgroot probleem. Toen al bestond onder inspecteurs de behoefte om waarschuwingen over falende beroepsbeoefenaren uit te wisselen tussen landen, om te voorkomen wat zich afspeelt met deze voormalig arts. Er lijkt in tien jaar weinig vooruitgang geboekt.

Rob Jamin

Den Haag

Reo, de autobus van mijn opa, was Amerikaans

Reo is geen Nederlands automerk, zoals Henk van Gelder meldde in het artikel ‘Auto’s uit de oertijd’ (NRC Handelsblad, 5 januari). De Amerikaan Ransom Eli Olds (1864-1950) gaf er zijn naam aan.

Vanaf 1886 hield Ransom zich bezig met de bouw van stoomvoertuigen, alvorens in 1896 in Detroit de Olds Motor Vehicle Company op te richten. Bekend werd de Curved Dash uit 1901. Een jaar later liet hij de naam Oldsmobile registreren.

Na een brand in 1904 en problemen met geldschieters verkocht Olds zijn aandelen. Datzelfde jaar begon hij een nieuw merk, waarvoor hij zijn initialen gebruikte: R.E.O.

De eerste Reo verscheen in 1905 en de laatste personenauto werd gebouwd in 1936. Met de productie van vrachtauto’s is men nog tot na de oorlog doorgegaan. In de jaren dertig had mijn grootvader een drietal Reo-autobussen, waaronder een met de naam Reo Speedwagon.

C.W. de Regt

Zoetermeer

    • O.L.E. Jongmans
    • Rob Jamin
    • C.W. de Regt