2.651 193.000 mensen in de (semi) publieke sector krijgen meer salaris dan de premier. Dat is meer dan euro per jaar.

Het aantal mensen in de (semi)publieke sector dat meer verdient dan een ministerssalaris is vorig jaar met bijna vijfhonderd gestegen, tot 2.651. Het overgrote deel van hen werkt in de zorg. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA) gisteren bekendgemaakt.

Al jaren probeert politiek Den Haag grip te krijgen op topsalarissen in de (semi)publieke sector. In 2006 werd besloten dat alle (semi)publieke organisaties (zoals woningcorporaties, onderwijsinstellingen en ziekenhuizen), topsalarissen openbaar moeten maken. IJkpunt werd het loon van de minister-president, toen 171.000 euro per jaar. Intussen ligt deze ‘Balkenendenorm’ op 193.000 euro.

Voor het eerst geldt in 2013 een wettelijk salarismaximum voor een deel van de sector. Bestuurders mogen sinds 1 januari niet meer dan 130 procent van een ministerssalaris verdienen. De nieuwe wet betekent naar schatting voor ongeveer 700 topambtenaren en bestuurders een salarisverlaging. Zij mogen hun huidige salaris nog maximaal vier jaar houden, daarna gaan ze binnen drie jaar stapsgewijs omlaag.

Dat nieuwe maximumsalaris geldt voor alle bestuurders in het onderwijs, bij corporaties en de publieke omroep, maar niet voor de medewerkers. Een presentator van de NOS, VARA of BNN hoeft daar dus niet onder te vallen.