'2012 was het beste jaar ooit'

Fireworks explode above Copacabana beach in Rio de Janeiro January 1, 2013. More than two million people gathered along Rio's most famous beach to witness the 20-minute display and celebrate the beginning of a new year. REUTERS/Pilar Olivares(BRAZIL - Tags: ANNIVERSARY SOCIETY) REUTERS

De aanleiding

‘Waarom 2012 het beste jaar ooit was.’ Dat schreef het gerespecteerde Engelse opinietijdschrift The Spectator rond de jaarwisseling. Volgens het magazine was 2012 het jaar met de minste honger, de minste ziekte en de meeste welvaart ooit. Bovendien zou de ongelijkheid wereldwijd kleiner zijn dan ooit tevoren, de gemiddelde levensverwachting hoger en er zouden het voorbije decennium minder oorlogsdoden dan ooit zijn gevallen. Kortom, een beter jaar dan 2012 was er nog niet geweest. Nrc.next-lezer Jacque Buysse had er moeite mee om dit te geloven en vroeg next.checkt om te bekijken of het waar is.

Waar is het op gebaseerd?

The Spectator haalt een keur aan bronnen aan, maar die onderbouwen niet allemaal de beweringen die worden gedaan. Zo wordt geschreven dat een van de VN-millenniumdoelen, het halveren per 2015 van het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, ondertussen is gerealiseerd. Dat is waar, maar daarmee is nog niet gezegd dat er nu minder honger is dan ooit. Voor die bewering wordt geen onderbouwing gegeven. Voor de claim dat er minder ziekte is dan ooit worden cijfers over aids en malaria aangehaald. Maar in hoeverre zeggen die wat over de algemeen geformuleerde bewering dat er nu minder ziekte is dan ooit?

Daarom zetten we in deze next.checkt zes algemene claims uit het Spectator-artikel op een rij en bekijken we op basis van uiteenlopende bronnen of ze waar zijn.

Er is nu minder honger dan ooit.

En, klopt het?

Volgens de Verenigde Naties leden in de periode 2010 tot en met 2012 bijna 870 miljoen mensen wereldwijd, oftewel een op de acht, aan chronische ondervoeding. Dat is een enorm aantal, maar wel een afname met 132 miljoen ten opzichte van de periode 1990 tot en met 1992. Oftewel een vermindering van 18.6 procent naar 12.5 procent van de wereldbevolking.

De afname vond vooral voor 2007 plaats. Sindsdien wordt er weinig vooruitgang geboekt bij de bestrijding van honger in de wereld. Volgens historische VN-cijfers over chronische ondervoeding was in 1970 36 procent van de wereldbevolking chronisch ondervoed (942 miljoen mensen). In 1975 nog 33 procent (976 miljoen), in 1980 26 procent (846 miljoen) en in 1990 20 procent (786 miljoen). Over de betrouwbaarheid van deze cijfers wordt altijd flink gedebatteerd. Eerdere gegevens laten we vanwege de vermoedelijk nog grotere onbetrouwbaarheid buiten beschouwing.

Conclusie

Of er nu minder honger is dan ooit valt niet te onderzoeken omdat pas in de vorige eeuw werd begonnen met het bijhouden van statistieken. Over de betrouwbaarheid daarvan bestaat veel discussie. Daarom kijken we hier naar de periode sinds 1970, omdat daarover waarschijnlijk de meest betrouwbare gegevens bestaan. Dan blijkt dat er de laatste jaren wereldwijd inderdaad, procentueel gezien, minder mensen dan ooit sinds 1970 chronisch ondervoed zijn. Daarbij moet worden aangetekend dat dat percentage sinds 2007 onveranderd is. De bewering dat er nu minder honger is dan ooit beoordelen we daarom als grotendeels waar.

Er is nu minder ziekte dan ooit.

En, klopt het?

Letterlijk genomen is deze bewering onwaar. Uiteindelijk gaat iedereen dood en de meeste mensen sterven door ziektes, dus in die zin zijn er nu niet minder ziektes dan vroeger. Maar er hebben wel belangrijke veranderingen plaatsgevonden in de kwalen waar de meeste mensen in ontwikkelingslanden aan overlijden. Rond 1990 behoorden infectieziektes en ziektes tijdens de kindertijd nog tot de belangrijkste doodsoorzaken. Maar op die gebieden zijn grote successen geboekt. Bijna overal is de levensverwachting flink toegenomen. Ondervoeding, infectieziektes en complicaties rond de bevalling zijn als doodsoorzaken op hun retour, zo blijkt uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Universiteit van Washington. In 2010 waren zij verantwoordelijk voor 13,2 miljoen sterfgevallen. Dat is 2,7 miljoen minder dan in 1990.

Daar staat tegenover dat er nu meer mensen in slechte gezondheid leven. Mentale gezondheidsproblemen en ‘westerse’ chronische ziektes als diabetes, reuma, hartkwalen en kanker zijn in opmars. Het aantal doden door kanker bijvoorbeeld was 5,8 miljoen in 1990 tegen 8 miljoen in 2010. Dat is een stijging van 38 procent.

Conclusie

Er zijn de voorbije decennia flinke stappen gezet in de strijd tegen infectieziektes als hiv/aids, malaria en tuberculose. Mede als gevolg daarvan is de levensverwachting in grote delen van de wereld flink toegenomen. Dat wil niet zeggen dat al die mensen in goede gezondheid leven. ‘Westerse’ kwalen als diabetes en kanker rukken op. Maar omdat er nu minder slachtoffers vallen door infectieziektes en de levensverwachting toeneemt, beoordelen wij de bewering dat er nu minder ziekte dan ooit is als grotendeels waar.

Er is meer welvaart dan ooit.

En, klopt het?

Ondanks de economische crisis in Europa en Noord-Amerika is er wereldwijd gezien ook in 2012 vooruitgang geboekt in de welvaartsontwikkeling. Vooral in Afrika neemt de welvaart in veel landen snel toe.

De samengestelde maat voor welvaart, de human development index (hdi) combineert het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking met gezondheid en onderwijsstatistieken. De gemiddelde hdi van de wereld nam tussen 1990 en 2010 met 18 procent toe en met 41 procent sinds 1970. In de meeste landen is de hdi in 2011 weer hoger dan in 2010, de hdi-cijfers over 2012 zijn er nog niet. Griekenland is een van de weinige voorbeelden van landen die in 2011 iets lager scoorden dan in 2010 en 2009 (maar nog altijd beter dan in 2005).

Conclusie

Wereldwijd gezien was er in 2011 volgens de human development index meer welvaart dan ooit tevoren. De cijfers over 2012 zijn er nog niet, maar op basis van de cijfers over 2011 beoordelen wij de bewering dat er nu meer welvaart is dan ooit als waar.

De wereldwijde ongelijkheid is minder dan ooit in de moderne geschiedenis.

En, klopt het?

We kijken hierbij naar inkomensongelijkheid. Dan blijkt dat de bewering niet klopt. Tussen 1960 en 1982 bleef de inkomensongelijkheid tussen landen wereldwijd ongeveer gelijk, maar daarna nam die volgens berekeningen van de Wereldbank scherp toe. Vooral door inkomensdalingen in Afrika, Latijns Amerika, Oost-Europa en de voormalige landen van de Sovjetunie. Sinds 2000 is weer sprake van een afname in de inkomensongelijkheid, vooral doordat de economische groei in de genoemde regio’s weer aantrok. Maar nog altijd is er nu meer ongelijkheid tussen landen dan in de periode voor 1982.

Bovendien neemt ook de inkomensongelijkheid binnen veel landen toe. In een land als China bijvoorbeeld profiteert lang niet iedereen van de enorme economische groei, waardoor de inkomensongelijkheid, vooral tussen stad en platteland, er flink groeit.

Conclusie

Vóór 1982 was er wereldwijd gemiddeld minder inkomensongelijkheid tussen landen dan nu. Bovendien neemt de inkomensongelijkheid binnen veel landen nog altijd toe. Daarom beoordelen wij de bewering dat de wereldwijde ongelijkheid nu minder dan ooit is als onwaar.

De gemiddelde levensverwachting stijgt.

En, klopt het?

Ja, dat klopt. Mannen kregen er de voorbije vier decennia wereldwijd gemiddeld 11 jaren bij en vrouwen 12. Japan heeft met gemiddeld 84 jaar de hoogste levensverwachting, Sierra Leone met 48 jaar de laagste. Deze bewering beoordelen we als waar.

In het voorbije decennium vielen minder oorlogsdoden dan ooit in de laatste 100 jaar.

En, klopt het?

Volgens cijfers van het Peace Research Institute Oslo lag het aantal oorlogsdoden wereldwijd na 2000 altijd ver onder de 100.000 per jaar. Ook in Syrië staat de teller na bijna twee jaar oorlog voeren nog ‘maar’ op zo’n 60.000 slachtoffers. Gedurende bijna alle jaren sinds de Tweede Wereldoorlog vóór het jaar 2000 lag het aantal hoger dan 100.000 per jaar. De meeste slachtoffers, vele miljoenen, vielen bij de oorlogen in Korea (1950-1953) en Vietnam (1955 -1975). Het instituut deed alleen onderzoek na 1945 en heeft geen cijfers van na 2008. Maar inclusief de Eerste Wereldoorlog (16,6 miljoen doden), de Russische burgeroorlog (begon in 1917, bijna drie miljoen slachtoffers) de Chinese burgeroorlog (begon in 1927, zo’n drie miljoen doden), de Spaanse burgeroorlog (begon in 1936, minstens 500.000 doden) en de Tweede Chinees-Japanse oorlog (begon in 1937, 20 miljoen doden), is de kans klein dat er in de decennia voor de Tweede Wereldoorlog minder oorlogsdoden vielen dan in het voorbije decennium.

Conclusie

Van de decennia voor de Tweede Wereldoorlog is het lastig te zeggen hoeveel oorlogsdoden er precies vielen. Maar als we kijken naar de oorlogen die destijds plaatsvonden, dan is het vermoedelijk veilig te stellen dat we de bewering (dat er in het voorbije decennium minder oorlogsdoden vielen dan ooit in de laatste 100 jaar) kunnen beoordelen als waar.

Algemene conclusie

Of 2012 een beter jaar was dan 2011 of 2007 is lastig te zeggen. Wel duidelijk is dat de wereld er de laatste jaren volgens de meeste indicatoren die we hier bekeken steeds verder op vooruitgaat. Alleen de inkomensongelijkheid tussen landen en binnen landen neemt vaak nog toe, wat als negatief kan worden beschouwd. Met die aanmerkingen in gedachte beoordelen we de bewering dat 2012 het beste jaar ooit was als grotendeels waar.