Zo'n register is oké, maar niet bij elke klacht

Betere registratie van falende artsen is wenselijk, vinden politici. De beroepsgroep vindt dat ook, maar wel graag met behoud van nuance.

Goed dat er internationale uitwisseling komt van informatie over dokters die ernstige fouten hebben gemaakt, zegt Hilde van der Meer. Maar voordat iemand in een register komt, moet er „wel eerst een sanctie zijn opgelegd door de tucht- of strafrechter”. Van der Meer is jurist bij artsenorganisatie KNMG, waar alle dokters verplicht lid van zijn. Zij overlegt met artsenorganisaties in andere Europese landen over uitwisseling van informatie.

De beroepsgroep van artsen kan niet meer om publieke verantwoording voor ernstige missers heen, en dat vindt ze zelf ook. De discussie over naming and shaming laaide weer op toen dit weekeinde bleek dat de Twentse neuroloog Ernst J.S. (67) in een Duitse kliniek werkte. In Nederland wordt hij stafrechtelijk vervolgd omdat hij foute diagnoses zou hebben gesteld en ten onrechte operaties zou hebben laten uitvoeren. Maar hij stond in geen enkel register of lijst als ‘verdacht’ te boek. Daardoor kon hij in Duitsland aan de slag.

J.S. had zich, op verzoek van de inspectie, laten uitschrijven uit het (openbare) BIG-register, waarin alle dokters zijn vermeld. Wie er niet in staat, is niet bevoegd om als arts in Nederland te werken. Er is ook een lijst van geschorste artsen, onder de noemer ‘maatregelen Wet BIG’. Maar daarop zou het buitenlandse ziekenhuis J.S. niet hebben gevonden. Hij had zich immers zélf uitgeschreven.

De registratie moet beter, vinden Kamerleden en minister Schippers (Volksgezondheid, VVD). Rutger-Jan van der Gaag, voorzitter van de KNMG: „Wij willen dat buitenlandse instanties, zoals de inspectie, in alle Europese lidstaten in één register kunnen kijken waar dokters in staan die tijdelijk of zelfs definitief geschorst zijn.”

Wel dient de aspirant-werkgever (de kliniek) zelf nog te kunnen uitmaken of die schorsing terecht is. Van der Gaag: „Er moet dus bij staan waarom iemand is geschorst. In Ierland is het bijvoorbeeld verboden een abortus uit te voeren. Als een dokter dat toch doet en ervoor wordt geschorst, vinden wij dat in Nederland geen reden om zo’n dokter te weren.” Ook in Oost-Europese landen zijn de medische wetten en regels heel anders dan in West-Europese landen.

Een genuanceerde lijst graag, zegt de KNMG. Alleen al omdat het aantal klachten tegen medici toeneemt: vorig jaar kreeg het Medisch Tuchtcollege er 1.675, in 2002 nog 1.120. Van de klachten wordt ongeveer een kwart gegrond verklaard.

Een openbare ‘zwarte lijst’, die minister Schippers graag wil, vindt de KNMG te ongenuanceerd.

Toch is de tijd voorbij dat dokters elkaar de hand boven het hoofd hielden en tuchtrechtelijke uitspraken anoniem bleven, zegt jurist Van der Meer. „Vroeger gooide ook de inspectie het vaak op een akkoordje met een disfunctionerende arts: als u stopt met werken, vervolgen wij u niet. Dat is voorbij.” Wel vindt de KNMG dat er sneller dan nu een rechterlijk oordeel moet kunnen zijn.

Sinds 1 juli 2012 kan iedereen in het BIG-register op internet zien welke arts een berisping heeft gekregen van de tuchtrechter. Zo’n berisping blijft vijf jaar staan. Het is een zwaardere sanctie dan een tuchtrechtelijke waarschuwing, die nog niet te zien is in het BIG-register. De zwaarste sanctie van de tuchtrechter is doorhaling uit het register, en ook dokters die dat overkomt, zijn op een aparte lijst te zien. De allerzwaarste sanctie komt van een andere rechter: een strafrechtelijke veroordeling.

Ziekenhuizen zijn verplicht uit te zoeken of er een fout is gemaakt als een patiënt een klacht indient. Soms verloopt dat stroef: patiënten krijgen niet het hele dossier in handen en vinden zich niet serieus genomen. De patiënt wendt zich vervolgens tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ook daar wordt hij niet echt gehoord, blijkt uit vele onderzoeken. Schippers zou dit voorjaar met beleidsplannen komen om de positie van patiënten te versterken.