Zelfselectiefout

Op de A5 van Basel naar Frankfurt kwam ik in de file terecht. ‘Verdomme, dat heb ik weer,’ vloekte ik en ik keek naar de tegenliggers die met benijdenswaardige snelheid over de andere weghelft naar het zuiden trokken. Terwijl ik een uur lang in een slakkengang van zijn vrij naar de eerste versnelling en terug schakelde en mijn knie moe werd van het koppelen, vroeg ik me af of ik werkelijk zo’n beklagenswaardige figuur was. Sta ik inderdaad meestal net in de rij (bij bank, postkantoor of supermarkt) waar nauwelijks beweging in zit? Of houd ik mezelf voor de gek? Stel dat er tussen Basel en Frankfurt over het geheel genomen 10 procent kans is dat er een file ontstaat. De waarschijnlijkheid dat ik op een bepaalde dag blijf steken is niet groter dan de waarschijnlijkheid waarmee deze files zich voordoen, dus 10 procent. Maar de waarschijnlijkheid dat ik op een bepaald moment tijdens de rit inderdaad in een file blijf steken, is groter dan 10 procent. De reden is dat ik me in de file slechts traag voortbeweeg, en er dus onevenredig veel tijd in doorbreng. Bovendien komt die hele file niet in mijn hoofd op, zolang het verkeer vlot doorrijdt. Pas als ik vastzit, denk ik eraan.

Dat gaat net zo met de rij voor een loket bij de bank of voor rood licht. Als er op een afstand tussen A en B tien stoplichten staan, waarvan er gemiddeld één (10 procent) op rood staat en de rest op groen, sta je over de gehele duur van de rit genomen meer dan 10 procent voor het rode licht. Niet duidelijk? Stel je dan eens voor dat je met de snelheid van het licht reist. In dat geval stond je 99,99 procent van de gehele reistijd vloekend voor dat ene rode licht te wachten.

Als we deel van een steekproef uitmaken moeten we altijd oppassen niet de denkfout te maken die als self-selection bias bekend staat (vertaald: zelfselectiefout). De mannen in mijn kennissenkring klagen er vaak over dat er zo weinig vrouwen bij hen op de zaak zijn; de vrouwen in mijn kennissenkring, dat er zo weinig mannen bij hen op de zaak werken. Dat heeft met pech niets te maken: de klagers zijn onderdeel van de steekproef. De waarschijnlijkheid dat een willekeurige man in een branche met een mannenoverschot werkt, is gewoon hoog. Idem voor vrouwen. Op grotere schaal: als je in een land met een groot mannen- of vrouwenoverschot woont (bijvoorbeeld in respectievelijk China en Rusland) zal je met grote waarschijnlijkheid tot het overschot behoren en je dienovereenkomstig ergeren. Bij verkiezingen is de kans het grootst dat je op de winnende partij hebt gestemd. Bij een stemming is de kans het grootst dat jouw stem overeenkomt met die van de winnende meerderheid.

De self-selection bias is alom aanwezig. Niet al te lang geleden riep een vriend van me pathetisch uit dat het toch bijna een wonder was dat hij – en juist hij! – nog leefde. Een klassiek slachtoffer van de self-selection bias. Een dergelijke opmerking kan alleen maar worden gemaakt door iemand die inderdaad leeft. Wie niet leeft kan zich daarover ook niet verwonderen. En toch trekken elk jaar opnieuw minstens tien filosofen precies dezelfde onjuiste conclusie, als ze genieten van de gedachte dat er zoiets geniaals als taal kon ontstaan. Ik sta uiteraard sympathiek tegenover hun verbazing, maar gegrond is die niet. Als er geen taal was, konden de filosofen zich daarover niet verbazen, sterker nog, dan waren er niet eens filosofen. De verbazing dat taal bestaat, is alleen mogelijk in een omgeving waarin taal bestaat.

Bijzonder grappig was laatst een telefonische enquête. Een bedrijf wilde erachter komen hoeveel (vaste en mobiele) telefoons er gemiddeld per huishouden zijn. Toen de enquête werd uitgewerkt, constateerde men verbaasd dat er geen enkel huishouden bij was dat geen telefoon bleek te hebben. Ja, kunst!

De Zwitser Rolf Dobelli schreef het boek De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten

    • Rolf Dobelli