Waardedaling yen houdt ook gevaren in

Het omlaag praten van de yen door Japan heeft ertoe geleid dat de waarde van de munt sinds september vorig jaar met zo’n 12 procent is gedaald. Japan is een laatkomer in de valuta-oorlog, maar het is niet zonder gevaar om juist nu te opteren voor een zwakkere munt.

Japan kan met recht aanvoeren dat de wereld te hard is geweest voor zijn munt. Valutahandelaren hebben het land ‘gestraft’ voor het feit dat het de financiële crises van de afgelopen vijf jaar zo goed heeft doorstaan. Deze handelaren zijn sinds medio 2007 yens gaan kopen, waardoor de waarde van de munt ten opzichte van de dollar de vijf jaar daarna met bijna 60 procent is gestegen.

Dat is niet bevorderlijk geweest voor de export, die sinds de piek van begin 2008 met 31 procent is gedaald, terwijl de handelsbalans nu al vijf maanden in het rood staat. Nu de prijzen dalen, lijkt de schuldenlast van het land van ruim 500 procent van het bruto binnenlands product een zware last voor de slinkende en snel verouderende bevolking.

De aanpak van Abe verschilt niet van soortgelijke pogingen van de VS, Engeland, Zwitserland en China. Maar hij zou het wel eens heel zwaar kunnen krijgen in een slijtageslag met zulke geduchte tegenstanders.

Een hogere inflatie en een zwakkere yen zijn misschien populair in Japan zelf, waar de consumentenprijzen bijna twintig jaar lang min of meer gelijk zijn gebleven. Maar als Abe te ver gaat en de Japanse export het weer te goed gaat doen, kan zijn beleid op verzet stuiten van Zuid-Korea, China en zelfs de VS.

De yen kan nog steeds ruimschoots in waarde dalen voordat men de munt ondergewaardeerd kan noemen. Volgens de maatstaven van de OESO voor de relatieve koopkracht van de wereldvaluta staat de yen nog steeds 16 procent in de plus. Maar de Japanse deelname kan de valutastrijd onoverzichtelijker maken dan beleggers nu verwachten.

Breakingviews is een dagelijks financieel commentaar uit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.