Twee op drie kinderen zien gezinsvoogd niet op tijd

Twee op de drie kinderen ontmoeten hun gezinsvoogd niet op tijd als de rechter bepaalt dat zij snel bescherming nodig hebben. De rest staat op een wachtlijst en dat is onacceptabel, schrijft staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven volgens de Volkskrant en De Telegraaf in een brief aan de Kamer.

De toewijzing van een gezinsvoogd is pas aan de orde als vrijwillige hulp niet werkt bij kinderen die uit huis dreigen te worden gezet, verslaafd zijn of een psychische aandoening hebben. Als een rechter heeft bepaald dat een kind bescherming nodig heeft, mag het maximaal vijf werkdagen duren voor ze een gezinsvoogd zien. Dat dat vaak niet lukt vindt Teeven “niet verdedigbaar”.

“Het is niet verdedigbaar dat zeer veel kinderen langer dan vijf werkdagen moeten wachten op het eerste face-to-facecontact met hun jeugdbeschermer. Het percentage van 33 procent moet omhoog.” - staatssecretaris Fred Teeven

De Kamer had om cijfers over de wachtlijsten van de jeugdbescherming gevraagd.

Teeven wil in gesprek met Jeugdzorg

Teeven wil in gesprek met provincies en brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland om het percentage omhoog te krijgen. Jeugdzorg Nederland erkent dat het beter moet. “We moeten er meer prioriteit aan geven om echt met die kinderen aan tafel te gaan zitten. Bellen alleen is niet meer genoeg”, zegt vicevoorzitter Jan-Dirk Sprokkereef in de Volkskrant.

Wel benadrukt Sprokkereef dat er minder kinderen op een wachtlijst staan dan het lijkt. “Sommige jeugdbeschermers zijn al aanwezig bij de rechtszitting; die zie je niet terug in de cijfers.” Ook wijst hij erop dat een voogd ook kan zijn toegewezen zonder dat er fysiek contact is geweest.

    • Lex Boon