Soepeler bankregels zijn een tijdelijke oplossing

Het schijnt een adequate remedie te zijn: een fikse kater bestrijden met een borrel. De vraag is of de jongste versoepeling van de nieuwe bankenregels ook tot deze methode moet worden gerekend.

De belangrijkste internationale toezichthouders en centrale bankiers kwamen gisteren met mildere regels voor de banksector. Inzet is de zogenoemde liquiditeitsratio. Daarbij gaat het erom in hoeverre een bank bestand is tegen een bankrun. Zij moet daarvoor voldoende direct verkoopbare bezittingen, liquiditeiten, op de balans hebben om het een maand te kunnen uitzingen.

Besloten is om het stress-scenario van zo’n bankrun minder draconisch te maken, en om de liquiditeitsregels te versoepelen. Banken mogen er nu vier jaar langer, tot 2019, over doen om aan de nieuwe normen te voldoen. En er mogen meer zaken worden meegeteld als ‘liquiditeit’. Daaronder zijn ook verpakte en doorverkochte hypotheken, al moet worden gezegd dat alleen het meest solide deel daarvan mag meetellen.

Dat het regime wat milder wordt, heeft twee redenen. De eerste is dat banken sinds de kredietcrisis een vloedgolf van regels over zich heen hebben gekregen. Sommige daarvan dreigen tegenstrijdig te werken, en bij elkaar tellen ze op tot een regime dat onbedoeld zwaarder kan uitpakken dan voorgenomen.

De tweede reden hangt daarmee samen. Banken zijn door de combinatie van een tegenzittende economie en al deze nieuwe regels minder geneigd om krediet te verlenen. Een te zwaar regime frustreert daarmee het economisch herstel, met name in Europa.

Toezichthouders staan nu voor een dilemma. De financiële sector is de afgelopen twintig jaar veel te sterk gegroeid en domineert de westerse economie op ongezonde wijze. Consumenten en bedrijven hebben te veel krediet gevraagd en gekregen. De reden dat het herstel zo traag gaat, is dat al deze schulden tot een houdbaar niveau moeten worden teruggebracht.

Anderzijds wordt dit proces van deleveraging (het terugbrengen van de hefboom van schulden op de economie) lastiger als de economie stikt door gebrek aan nieuwe kredietverlening. En zo moeten de teugels van de banksector nu dus worden gevierd om ze aan te kunnen trekken.

Dat banken nu wat meer tijd krijgen om aan de liquiditeitseisen te voldoen, is vanuit dit perspectief begrijpelijk. Het geeft hun, en de rest van de samenleving, meer lucht. Maar het is belangrijk om het uiteindelijke doel in het vizier te houden: een einde maken aan de verslaving aan excessief krediet. Een leninkje bij het opstaan mag dan tijdelijk helpen, het is uiteindelijk niet de oplossing.