Sancties dwingen Iran tot een eigen, vervuilend benzinebrouwsel

Op het eerste gezicht is er niets nieuws aan de dikke gele nevel van smog waarin de Iraanse hoofdstad deze weken is gehuld. Slechts de contouren van de vele woontorens zijn zichtbaar, en mensen gaan hoestend over straat. Het majestueuze Alborzgebergte, dat Teheran innig omhelst, is onzichtbaar door de luchtvervuiling die door de bergflanken en de koude winterlucht wordt vastgehouden.

Al sinds de introductie van de Iraanse volksauto, de Peykan (pijl), het symbool van vooruitgang in de jaren zestig onder de in 1979 verdreven sjah, proberen de Teherani’s de jaarlijkse wintersmog te overleven. Maar sinds westerse sancties tegen het omstreden nucleaire programma de staat dwingen een eigen benzinebrouwsel te produceren, lijkt het alsof de vervuiling nooit meer ophoudt.

Gisteren gingen ambtenaren, scholieren en studenten voor het eerst weer aan het werk nadat de regering een verplichte vakantie van vijf dagen had afgekondigd om de vervuiling tegen te gaan. Desondanks bleef de hoofdstad gehuld in een gele mist, met de zon als een eenzaam muntje aan de horizon.

„Het voelt als het einde der tijden”, zegt Nader Asgarpour, een afgestudeerde ingenieur zonder werk. „Het enige wat we kunnen doen is binnen blijven en wachten op wind.”

Teheran staat al decennialang op lijstjes van meest vervuilde hoofdsteden, dankzij een combinatie van wanbestuur, ongebreidelde autoproductie en de ligging tussen de bergen. Olieland Iran, dat zelf een tekort aan raffinaderijen heeft, importeerde tot 2010 benzine uit het Westen, het leeuwendeel via de Rotterdamse haven. Maar nadat het Amerikaanse Congres eenzijdig sancties had afgekondigd tegen Iraanse benzineaankopen in het buitenland, droogde die stroom snel op. Irans revolutionaire leiders riepen om het hardst dat dit geen enkel probleem was en dat wonderbaarlijke noodbenzine alle verwachte tekorten zou oplossen.

Het brouwsel waarmee ze kwamen, was echter honderden keren zo vervuilend als de geïmporteerde benzine, waarschuwden experts. Vrijwel direct nam de luchtvervuiling angstaanjagende vormen aan, maar regeringsvertegenwoordigers ontkenden dat het iets met hun benzine te maken had.

Een recent rapport van de gemeente Teheran erkent dat er in 2009 nog 300 ‘schone’ dagen waren, zonder luchtvervuiling, tegen ‘minder dan 150’ in 2011, een jaar na het ingaan van de sancties. Regeringsvertegenwoordigers claimen niettemin de ideologische overwinning op het Westen. „Met onze benzine is niets mis, er is geen enkel verband met de vervuiling”, zei Ali Mohammad Sha’eri, een milieu-expert van de overheid, zaterdag op de staatstelevisie. Hij voegde daar aan toe: „Hopelijk voldoet de helft van onze benzine over drie maanden aan de internationale normen.”

Gewone Iraniërs, lamgeslagen door sancties en de geleidelijke instorting van hun economie, proberen er zoals altijd het beste van te maken. „We hebben een heerlijke tijd gehad aan de Kaspische Zee”, zegt Ali, 35. Maar ja, dat zijn restaurant dicht moest omdat hij de stad ontvluchtte, heeft wel inkomsten gekost, geeft hij toe.

Anderen zijn ronduit depressief. „God heeft ons nu ook in de steek gelaten”, zegt Azadeh, een kunstenares. Ze werpt door haar raam een blik op de vergeelde contouren van Teheran, een van de meest geïsoleerde hoofdsteden ter wereld. „We staan er helemaal alleen voor.”

Correspondent Iran

    • Thomas Erdbrink