Roemeense kathedraal zal boven parlement uit steken

De orthodoxe kerk in Roemenië is begonnen aan de bouw van een megakathedraal, naast het Paleis van het Volk. De twee machtscentra komen vlak bij elkaar.

Naast het beroemde Paleis van het Volk in Boekarest, symbool voor de grootheidswaanzin van dictator Nicolae Ceausescu, wordt nu een Roemeens Orthodoxe kathedraal gebouwd die daar nog bovenuit moet steken.

De bouw verdeelt Roemenen. Tegenstanders vinden het geldverspilling en zien de geldinzameling voor de kathedraal als een vorm van aflatenhandel. Ze gruwelen van de reclames waarin het hoofd van de kerk, patriarch Daniël, te zien is naast een oproep om te sms’en en zo twee euro te doneren voor de Kathedraal van de Nationale Verlossing.

Opnieuw, net als onder Ceausescu, moet alles in de overtreffende trap, zegt beeldend kunstenaar Vlad Nanca (33). „We leren niets van de geschiedenis en van onze trauma’s. Weer is de stad een speeltuin voor bestuurders met megalomane ideeën.”

Maar hij vertegenwoordigt een minderheid. De meeste mensen zijn blij dat hun religie een gebouw krijgt dat door zijn omvang haar belang onderstreept, zegt socioloog Mirel Banica. „Er wordt wanhopig verlangd naar een hart voor deze stad.”

De wonden van een halve eeuw communisme zijn in Boekarest blijvend. Grote delen van het historische stadscentrum moesten in de jaren tachtig plaats maken voor het Paleis voor het Volk, de stalinistische behuizing voor dictator Ceausescu en het parlement. Het is een gebouw van 340.000 vierkante meter waaraan alles groot is. In het ondergrondse gangencomplex van meerdere verdiepingen kunnen auto’s racen.

Het is het ongeliefde beeldmerk van Boekarest, de permanente herinnering aan de zware laatste jaren van de dictatuur. Voor het paleis en de autowegen eromheen gingen hele wijken plat. Eeuwenoude kerken en kloosters werden vernield of honderden meters verplaatst.

Met de bouw van de megakathedraal draait Roemenië de verhoudingen weer om. De Kathedraal voor de Nationale Verlossing is een brug naar de bloeitijd van vóór het communisme. Ongeveer de helft van het bouwbudget, zo’n tweehonderd miljoen euro, komt uit de staatskas. De waardevolle grond in het centrum van de stad is door het parlement middels een speciale wet aan de kerk gegeven, zonder eerst claims van vroegere eigenaren af te wikkelen.

Een maquette van de nieuwbouw staat in de statige ontvangsthal van het patriarchaat, dat huist in een zeventiende-eeuws complex bij het parlement. Vóór het witte gebouw met gouden koepels komt een beschut plein waarop met gemak honderdduizend gelovigen een plaats kunnen vinden. In de nieuwbouw is plaats voor vijfduizend gelovigen. Er komen ook liften, videoschermen en een ondergrondse parkeergarage, plus winkels voor religieuze cadeautjes, en een kantine en medische faciliteiten voor de duizenden pelgrims die worden verwacht. Nu staan die met Pasen en Kerst, of wanneer rondreizende relieken te bewonderen zijn, uren buiten in de kou in de rij.

85 procent van de Roemenen is orthodox christelijk en het kerkbezoek ligt hoog in vergelijking met de rest van Europa. Vanaf de jaren negentig zijn meer dan tweeduizend kerken bijgebouwd. De orthodoxe kerk was en is een bindende factor in Roemenië, een land dat pas sinds 1920 zijn huidige omvang heeft en is samengesteld uit sterk van elkaar verschillende landsdelen.

Tijdens de communistische dictatuur was religie niet verboden, maar werd zij wel ontmoedigd. Ook toen bestond tussen de kerk en machthebbers een inmiddels bekritiseerde symbiose. „De Byzantijnse symfonie”, noemt socioloog Mirel Banica die. Het ‘meebuigen’ met de staat is een belangrijk verschil met bijvoorbeeld Polen, waar de katholieke kerk bij het verzet hoorde.

Volgens de grondwet zijn kerk en staat gescheiden. In de praktijk zijn ze nauw verweven. Priesters worden, net als in Griekenland en Servië, door de staat betaald. De kerk profiteert van een aantal belastingvrijstellingen. Politici die de zegen van de kerk niet hebben, worden door partijen meestal niet verkiesbaar gesteld. Priesters geven geregeld stemadvies.

Mirel noemt het een „ironische parabool van de geschiedenis” dat „de bruidstaart voor reuzen” (Ceausescus paleis) en de kathedraal nu naast elkaar komen. Het toekomstig stadsaanzicht weerspiegelt volgens de socioloog het echte Roemeense machtscentrum.