Pionieren binnen de grens van wat kan

Het Noord Nederlands Orkest bestaat 150 jaar. Met een avontuurlijke programmering weet het ver van de Randstad ook nieuw publiek te trekken.

Uit de zaal van De Oosterpoort klinken de klappen die Luciano Berio uitdeelt in het derde deel van zijn Sinfonia. Een schoonmaker in de foyer spreekt er artistiek manager/programmeur Marcel Mandos op aan. „Zeg hé, heb jij dit stuk gekozen? Dit vind ik niet mooi, hoor.”

Met uitvoeringen van Berio’s Sinfonia en Mahlers Eerste symfonie vierde het Noord Nederlands Orkest (NNO) afgelopen maand zijn 150-jarig bestaan. Eerder al waren er uitvoeringen van de musical Soldaat van Oranje en Pianoconcerten van Rachmaninov met Wibi Soerjadi. Eind deze maand komt Philip Glass met ensemble zelf live de film Koyaanisqatsi (1982) begeleiden; een Nederlandse première. En ook het festival Time Shift rondom Stravinsky’s Le Sacre du Printemps en de grenzen van artistieke vernieuwing onderstreept de mix van lef en toegankelijkheid die typerend is voor de koers van het NNO. „Liefst wil ik dat iedereen de Sacre en Berio’s Sinfonia hoort”, zegt programmeur Mandos. „De grootste meesterwerken van de 20ste eeuw… die wil je gewoon laten horen. Ja, ik voel me vaak een soort missionaris.”

Het Noord Nederlands Orkest kwam relatief goed door de laatste bezuinigingsronde op de orkesten. „We krijgen 6 miljoen van het Rijk en gaan er 8 ton per jaar op achteruit”, zegt algemeen directeur Ingeborg Walinga. „Onze formatie moet op termijn krimpen van 83 naar 65 fte vaste musici.” Het orkest kan dat in de komende kunstenplanperiode realiseren met natuurlijk verloop. „Het blijft een akelig proces, maar onze jas was gelukkig vrij ruim. Door slim te programmeren en een beroep te doen op een vaste groep freelance musici, blijven de kwaliteit en breedte van ons repertoire behouden. ”

Een opmerkelijk gegeven is dat de lagere overheden in het noorden nauwelijks bijdragen aan ‘hun’ orkest: samen betalen ze een symbolische ton per jaar. „Toch is er breed draagvlak voor ons”, zegt directeur Walinga. „Maar anders dan in de gebieden waar nu echt de nood aan de man is bij de orkesten, wordt dat hier nog niet vertaald in hogere bedragen.” Dat moet op niet te lange termijn wel veranderen. „Anders zegt het Rijk over vier jaar: leuk, dat draagvlak, maar waar blijkt het uit?” Ook naar een hoofdsponsor in de regio wordt nog gespeurd.

Het NNO is een schoolvoorbeeld van een reizend regionaal orkest. Het lichte, vrolijke Nieuwjaarsconcert met werken van Strauss en Offenbach wordt dezer dagen negen maal voor uitverkochte zalen gespeeld in Stadskanaal, Emmen en Meppel. „Maar onze groot symfonische of modern-klassieke programma’s spelen we daar niet”, zegt artistiek manager/programmeur Mandos. „Groningen is met tweehonderdduizend inwoners, de universiteit en het academisch ziekenhuis een kenniscentrum, hier halen we een zaalbezetting van rond de 80 procent. Maar de Eerste symfonie van Mahler spelen in Emmen, dat loont niet.”

In de zaal repeteert het orkest intussen onder leiding van de nieuwe chef-dirigent Stefan Asbury. De musici ogen jong, en – veelal – Nederlands. Het orkest zet sterk in op samenwerking met het Conservatorium in Groningen, en de verjongingsslag (huidige gemiddelde leeftijd: 46) zet de komende jaren verder door doordat twintig musici pensioneren.

Maar de vergrijzing dreigt ook aan de andere kant: zalen in het hele land zien zich geconfronteerd met stroever verlopende, dalende kaartverkoop. „Daar moet je op inspelen door publieksdifferentiatie, anders red je het niet”, zegt Mandos. „Klassieke topconcerten als Beethovens Missa Solemnis door het Concertgebouworkest, een concert door het Rotterdams Philharmonisch onder Herreweghe – ik was er, maar de zalen zaten helaas niet vol. Terwijl ons programma met filmmuziek en Giel Beelen als presentator wél was uitverkocht.

„Enerzijds ben ik er niet tegen de concertetiquette wat te versoepelen zodat jongeren makkelijker komen, mogen klappen tussen de delen, hun drankje mee de zaal in kunnen nemen. Anderzijds weet ik óók: het broze begin van een Bruckner-symfonie gaat hartstikke kapot als je er doorheen gaat lopen rinkelen.”

Het belangrijkste? Een goede balans tussen nieuwe muziek, ijzeren repertoire en vernieuwing. „Elk programma moet zinvol zijn. Ede Staal met orkest klinkt prachtig én trekt volle zalen. Maar een Beethoven-symfonie? Waarom speel je die als modern orkest? Beethoven heeft zich de klank zeker niet zo voorgesteld. Dan presenteer ik zo’n symfonie liever in een festival over authentieke uitvoeringspraktijk, waar een uitvoering op darmsnaren klinkt naast een romantische. Dat heeft zin.”

NNO Nieuwjaarsconcerten t/m 11/1. Meer info: www.nno.nu