Onvoorspelbaar theater

Omdat er jonge Afghaanse jongens door mensenhandelaren naar Duitsland gesmokkeld worden en daar in de prostitutie belanden is er op station Bad Bentheim, het eerste station na de Nederlandse grens, een extra strenge paspoortcontrole ten opzichte van allochtone uitziende jongeren. De controle wordt uitgevoerd door de Duitse Polizei, aan de riemen van hun te strakke broeken hangen holsters met hun wapens. Ze wijzen een jonkie aan, vragen om een paspoort en stellen vragen terwijl hun gezichten geen enkele uitdrukking vertonen. Dat moet ook niet, de Polizei is per slot van rekening opvoedkundig bezig. Waar zaken op te lossen vallen mag je aandacht nooit verslappen.

Ik reisde samen met mijn vriendin, een Antilliaans meisje, van Berlijn terug naar Nederland. Omdat de trein bij Bad Bentheim een tiental minuten stilstaat stapten we uit om over te gooien met een stuiterbal. Ik snap dat dit als een verdachte activiteit kan overkomen. Mijn vriendin werd dan ook aangehouden door de politie. Het grondig doornemen van haar paspoort was niet genoeg, ze moesten weten wat de stuiterbal te betekenen had.

In Berlijn hadden we een jongen ontmoet die Dieter heette. Hij werkte in een winkel waar ze bakken vol met stuiterballen hadden staan. Dieter noemde de stuiterballen ‘flummies’. Hij nodigde ons uit om te komen stuiterballen op een flummiebaan die hij samen met zijn vrienden had aangelegd in een oude loods. Dieter besteedde al zijn vrije tijd aan het flummieën. Hij zei dat ieder mens ergens anders rustig van wordt. Hij zei: “Ik word kalm van de onvoorspelbaarheid die van zo’n balletje uitgaat.” Hij zei ook dat mensen teveel praten, dat al die woorden tussen ons in hangen zonder dat ze ergens naartoe kunnen en dat slecht is. De woorden zijn als een soort ziekte, zei hij. Waarna hij (uiteraard) zweeg. We begrepen niets van de dingen die Dieter zei, hij praatte zelf zoals een stuiterbal, maar we gingen op zijn uitnodiging in.

De Polizei gebaarden dat ze de stuiterbal wilden bestuderen. Ik legde het balletje in een grote Duitse hand. Mijn vriendin mocht uiteindelijk gaan, de stuiterbal werd ingenomen en in een vacuüm getrokken zakje gestopt alsof het om harddrugs ging.

“Dat was raar”, zei ik tegen haar.

Toen we op Amsterdam Centraal iets bij de HEMA kochten, vroeg het kassameisje: “Willen jullie er een opblaasbare rookworst bij?” Er hangt van alles in de lucht. En niet alleen woorden.