'Om goed te doen heb je geen hoge opleiding nodig'

Lody van de Kamp (64) is een orthodox-joodse rabbijn. En schrijver, publicist en CDA-politicus.

Mijn tante Anna. Een klein, mager vrouwtje. Ze zag eruit alsof je haar zo omverblies. Maar ze had bijzondere innerlijke kracht. Zij ontfermde zich in de Tweede Wereldoorlog over mijn moeder. Zij redde haar het leven.

Als kind wist ik dat. Maar hoe het precies zat, wist ik niet.

Tante Anna en haar man, oom Gerrit, kwamen twee of drie keer per jaar met de bus uit Zutphen naar Enschede waar ik als kind met mijn ouders woonde. Tante Anna kon niet stilzitten, dus mijn moeder zette dan de naaimachine klaar met een hoop verstelwerk. Als Anna een stap in huis had gezet, riep ze al: Dinie, heb je wat voor me te doen?

Oom Gerrit kon ook niet stilzitten. Die had zijn hele leven bij de Nederlandsche Heidemaatschappij gewerkt. Sloten graven. Hij ging zo snel mogelijk in de tuin aan het werk. Harken, schoffelen, wieden.

Pas om een uur of vier werd het tijd om even te gaan zitten en wat te drinken. En daarna zei oom Gerrit: ‘Kom Anna, we gaan op huis aan. Dan zijn we voor het donker thuis.’

Ik hoorde het hele verhaal achter tante Anna pas een paar jaar geleden. Ze was toen al overleden. Haar dochter had uitgezocht hoe het precies zat. Ik heb haar verhaal verwerkt in mijn boek Oorlogstranen, een roman over onderduikkinderen.

Tante Anna redde niet alleen het leven van mijn moeder, maar van nog vele anderen. Ze had een pension in Zutphen dat als dekmantel diende voor zesendertig onderduikers. Mijn moeder was een van hen. Tante Anna zat in het verzet.

Hoe ze die zesendertig mensen in leven hield, is een verhaal apart. Ze naaide goed voor de boeren in haar omgeving. Drie keer per week fietste ze midden in de nacht door de bossen naar de boerderijen om de kleding op de stoep te leggen. Ze kreeg er eten, melk, brood, eieren voor terug.

Tante Anna en oom Gerrit waren eenvoudige mensen. Ze waren niet hoogopgeleid. Ze hadden wel het hart op de goede plaats.

Voor altijd leerde ik: om goede dingen te doen heb je geen hoge opleiding nodig. Maar wel innerlijke kracht, moed, durf, menselijkheid en gevoel voor verantwoordelijkheid. Zoals tante Anna dus.