Océ is na overname hijgerigheid voorbij

De Venlose printergigant Océ is bijna een jaar in Japanse handen. Met Canon aan het roer is zelfs de vakbond tevreden.

Zonder margarine zou de industriële trots van Noord-Limburg er waarschijnlijk nooit geweest zijn. In 1857 begint Océ-grondlegger Lodewijk van der Grinten een apotheek in Venlo. Dertig jaar later komt hij op het idee van een botermengsel: een kleurstof om margarine een gouden gloed te geven. Het recept wordt uiteindelijk in 1970 aan Unilever verkocht.

In de tussentijd gaat Océ zich tevens richten op blauwdrukken en kopieerapparaten. Later voegen printers zich in dat rijtje – en Océ wordt een wereldspeler. Als printergigant houdt de trots van Venlo zich lang staande tussen grotere concurrenten als Canon, Hewlett-Packard, Ricoh en Xerox.

Maar uiteindelijk legt Océ het toch af wegens onvoldoende schaalgrootte. Aan 54 jaar op de Amsterdamse beurs komt in februari 2012 een eind, nadat Océ wordt overgenomen door Canon. De koers van Océ krijgt dan al jaren klappen. In vijftien jaar tijd blijft eenderde van de waarde over. De crisis komt hard aan; Océ levert veel specialistische printers aan twee hard getroffen sectoren: banken en de bouw.

Als Canon toeslaat is Océ actief in meer dan 100 landen en heeft het wereldwijd ruim 22.000 mensen in dienst. De totale omzet bedraagt een kleine 3 miljard euro. De overname moet leiden tot ’s werelds grootste leverancier in de printsector. Bij Canon zelf werken meer dan 190.000 mensen en wordt een omzet van ruim 35 miljard euro gedraaid.

De fusie met de Japanners wordt in 2009 aangekondigd, maar komt veel later dan verwacht rond doordat beleggingsfonds Orbis uit Bermuda dwarsligt. Orbis – dat ruim 10 procent van de aandelen bezit – wordt uiteindelijk tevredengesteld met een prijs van 9,75 euro per aandeel. Dat is 1,15 euro meer dan de aandeelhouders krijgen die in 2009 instemden. Voor de resterende 1,2 procent van de aandelen start Canon een uitrookprocedure. In totaal betalen de Japanners voor Océ ruim 730 miljoen euro. Océ blijft wel printers onder eigen naam leveren.

Bestuursvoorzitter Rokus van Iperen begint in 2008 naar eigen zeggen met het zoeken naar een strategische partner, omdat Océ te klein is om zelfstandig een mondiaal distributienetwerk op te zetten. Zijn zoektocht mondt uit in de overname door Canon. Van Iperen zelf wordt de eerste, niet-Japanse topman van Canon Europe. Hij zegt dat de overname is „gebaseerd op strategische overwegingen” en niet is gericht op kostenbesparingen.

Vakbondsonderhandelaar Ron van Baden van FNV Bondgenoten zegt dat de overname „redelijk positief” is ontvangen op de werkvloer. De werknemers zagen ook wel in dat „Océ te groot was voor het servet en te klein voor het tafellaken”.

Van Baden gelooft dat Canon niet alleen bezig is met rendementseisen, maar een langere adem heeft. „Iedere keer als Van Iperen kwartaalcijfers presenteerde moesten er zo veel man uit. Met Canon was die hijgerigheid eruit.”

Sinds afgelopen november een sociaal plan werd gesloten zijn er twintig ontslagen aangekondigd. Het kan slechter. Al benadrukt Van Baden dat de echte gevolgen van de integratie nog duidelijk moeten worden. „De komende jaren verwacht ik meer keuzes en focus. Canon heeft Océ natuurlijk niet gekocht om verlies te lijden.”