Obama kiest behoedzaam defensietrio

Na lang aarzelen heeft president Obama gekozen met wie hij de komende vier jaar zijn buitenlands beleid wil vormgeven: ervaren geestverwanten.

Obama’s keuzes: John Brennan als directeur CIA, John Kerry als minister van Buitenlandse Zaken en Chuck Hagel op Defensie Foto’s AFP, AP

Met de voordracht van een nieuwe CIA-directeur en nieuwe ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, heeft president Obama duidelijk gemaakt met welk team hij in zijn tweede termijn zaken van oorlog en vrede wil aanpakken. De nieuwe ploeg bestaat uit ervaren mannen, die terughoudend staan tegenover grootscheepse militaire interventies.

De belangrijkste opdrachten waar het buitenland- en defensieteam nu voor staat zijn: afwikkelen van de oorlog in Afghanistan, voorkomen dat de spanningen over het omstreden nucleaire programma van Iran uit de hand lopen, en bezuinigen op defensie.

Obama droeg gisteren John Brennan, nu nog adviseur voor terreurbestrijding, voor als de nieuwe baas van de CIA. Brennan heeft een lange carrière bij de inlichtingendienst achter de rug.

Obama had hem aan het begin van zijn eerste termijn al de leiding over de CIA willen geven, maar toen trok Brennan zich terug voor die positie. Hij was omstreden geworden vanwege mogelijke betrokkenheid als hoge CIA-functionaris in de regering van George W. Bush bij het gebruik van marteling bij ondervraging van terreurverdachten. Zélf zegt Brennan dat hij tegenstander is van zulke methodes.

Als adviseur van Obama heeft Brennan een belangrijke rol gespeeld bij het toenemend gebruik van een andere omstreden methode: het doden van terreurverdachten met onbemande vliegtuigjes (drones) in Pakistan, Jemen en Somalië .

De benoeming van senator John Kerry op Buitenlandse Zaken zal naar verwachting zonder problemen goedgekeurd worden door de Senaat. Kerry heeft goede banden met senatoren van beide partijen. Afgelopen jaren heeft hij veel samengewerkt met Obama, en ook in het buitenland verscheidene lastige klussen voor hem opgelost.

Maar Brennan, en vooral Chuck Hagel, die Obama wil benoemen op het ministerie van Defensie, zullen stevig aan de tand gevoeld worden door de senatoren. Functionarissen van het Witte Huis zeiden gisteren tegen journalisten dat Brennan er zich afgelopen jaren voor heeft ingezet om het aantal liquidaties met de vliegtuigjes te beperken. Maar het aantal van zulke aanvallen zou niettemin fors zijn opgelopen van zo’n vijftig onder Bush, tot een totaal van 390 nu (precieze cijfers ontbreken, de regering spreekt zo min mogelijk over deze operaties).

De kritiek op Hagel, een gedecoreerde Vietnam-veteraan, richt zich vooral op zijn vermeende kritische opstellingen ten opzichte van Israël, te meegaande houding ten opzichte van Iran en kritiek die hij in 1998 had op de benoeming van een homoseksuele man tot ambassadeur in Luxemburg. Voor dat laatste heeft hij excuses aangeboden, maar het is een gevoelig punt, vooral omdat pas sinds kort het fel omstreden verbod op openlijk homoseksuele militairen is opgeheven.

Op de achtergrond speelt dat de Republikein Hagel in eigen partij veel vijanden heeft gemaakt met zijn harde kritiek op de Irak-oorlog. Obama waardeert zijn onafhankelijke oordeel – maar de nieuwe minister van Defensie zal in het Congres steun moeten vinden voor de defensiebezuinigingen. Dat zal Hagel, die weinig vrienden heeft op Capitol Hill, niet makkelijk vallen.

De Republikeinse critici van Hagel beseffen wel dat de grote politieke beslissingen niet door de minister worden genomen, maar door de president. En dat is dan ook hun eigenlijke doelwit. Van een kritischer opstelling van Washington ten opzichte van Israël, of een dialoog met Iran, zijn ze niet gediend.