Nog even en dat boek blijft thuis

De gekafte reisgids gaat verdwijnen – misschien wel binnen tien jaar. De App Store puilt nu al uit van de gratis alternatieven.

Redacteur Media

De boekenkast met rijen vol blauwe Lonely Planet-kaften. Wild door de Trottergids bladeren naar kaart 3C om restaurantje 338 te vinden.

Romantisch, zeker. Maar hoe lang kan het nog? Het gaat niet goed met de verkoop van reisboeken. De omzet uit verkoop daalde in 2012 met 3 procent van 14,7 naar 14,3 miljoen euro, blijkt uit interne cijfers van de uitgeversbranche. Cijfers van eerdere jaren zijn niet beschikbaar, maar uitgevers spreken van een dalende trend. Vorig jaar werden er in Nederland ongeveer een miljoen reisboeken verkocht.

De meeste uitgevers praten er liever niet over. Verkoopcijfers zijn „vertrouwelijk” of „concurrentiegevoelig”, zeggen ze. Dave van Westing van de ANWB, dat wel inzage in de cijfers wil geven, kan wel een reden voor de geheimzinnigheid bedenken. „Te confronterend.”

Ook de persvoorlichter van Lonely Planet wil liever niet gedetailleerd op vragen ingaan. Hoeveel gidsen het bedrijf verkocht is lastig te zeggen: veel gidsen worden via internet besteld. Met de in boekwinkels verkochte Lonely Planet’s ging het in elk geval niet goed: 3.100 vorig jaar tegenover 5.100 in 2011. Ook marktleider Unieboek-Het Spectrum (van onder meer de Rough Guide-, Capitool- en Marco Pologidsen) zag de omzet van 3,7 miljoen euro vorig jaar met een half miljoen teruglopen.

Dat is de reden dat Unieboek-Het Spectrum „strenger is geworden met bestemmingenbeleid”, laat uitgever Vera Wolf weten. „Neem Tunesië, dat ging heel lang heel goed, maar die bestemming is nu minder populair. Dan denk ik: ik wil daar best een gids voor maken, maar alleen als er een markt voor is.” Ook de ANWB laat weten „al blij te zijn als we met een gids break even kunnen draaien. En dan doen reisboeken het in vergelijking met andere boeken nog relatief goed”, aldus Van Westing.

Belangrijkste oorzaak, zeggen de uitgevers: de crisis. We gaan vaker op vakantie, maar korter en minder ver, blijkt uit onderzoek van NBTC-NIPO, een gezamenlijk initiatief van TNS NIPO en het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC). Dat is terug te zien in de verkoop van reisboeken: dure, dikke landenboeken zijn uit, kleine goedkope stedengidsen doen het goed. Van de toptien reisboeken in 2012 zijn er zes stedengidsen.

Daar komt bij dat uitgeverijen kampen met een meedogenloze concurrent, waar nauwelijks mee te concurreren valt. Internet.

Dat is niet altijd zo geweest. Ooit maakte internet vliegen goedkoop en bracht het verre bestemmingen en onbekende steden in Europa dichterbij. Dat was goed voor de verkoop van reisgidsen. René Bego van Mo Media, uitgever van de 100%-serie: „Dankzij internet bestaan wij.”

Maar sinds de komst van smartphones en tablets zijn uitgevers van reisboeken in het defensief gedwongen. Veel gidsen hebben de stap naar een digitale versie of app gemaakt. Maar de kosten zijn hoog en de ontwikkelingen gaan snel. Vera Wolf van Unieboek-Het Spectrum: „Eerst dachten we, over een paar jaar gaat iedereen met een gsm op pad. Toen kwam de iPad. Nu heeft Samsung weer een tussenmaatje. Zie op al deze devices maar eens een product aan te bieden dat draait.” En, lastig: de ideale technologische drager voor een reisboek is er nog niet. „Op reis is een tablet is te groot en een telefoon te klein”, zegt René Bego. „We zitten al een tijd te wachten op een succesvolle tussenmaat.”

De App Store van Apple en Google Market van Android puilen uit van de gratis alternatieven. Kaarten in reisboeken zijn statisch en vaak hopeloos verouderd, terwijl iedereen met een smartphone met Google Maps zijn exacte locatie overal ter wereld kan bepalen. Hotel- en restaurantrecensies staan op internet, inclusief de dagschotel. Er is een app (Google Goggles) die foto’s van beroemde gebouwen herkent en er direct alle informatie over geeft. Er zijn taalapps met spraakherkenning, die zinnen in tientallen talen kunnen vertalen. Handig als je een Chinese taxichauffeur uit moet leggen waar je naartoe wil. En veel van die apps kun je ook offline gebruiken. Dat moet ook wel, in landen als Nepal, China of Rusland betaal je zomaar bijna tien euro per mb voor een internetverbinding.

Uitgevers van reisboeken zoeken het vooral in de combinatie reisgids-reisapp. Het idee: reizigers kopen een ‘inspiratief’ boek van een stad en krijgen daar een app gratis bij. Het boek lees je thuis en de app leidt je vervolgens met GPS door de mooiste plekken van de stad. En uitgevers boren andere markten aan, die weinig meer met papier te maken hebben. Zo verhuurt de ANWB vakantiehuisjes en begon Unieboek-Het Spectrum website On Track, waar GPS-wandel- en fietstochten worden verkocht. Lonely Planet maakt tegenwoordig zelfs televisieseries.

De reisgidsen hebben één enorm voordeel ten opzichte van de duizenden gratis reisapps: reputatie. In juli vorig jaar werd bekend dat de BBC – dat Lonely Planet in 2007 voor 160 miljoen euro kocht – in ruim vijf jaar tijd bijna 60 miljoen euro af heeft geschreven op het bedrijf. Toch is Lonely Planet „zeer succesvol”, zei BBC-directeur John Smith destijds. „Het merk Lonely Planet is niet in waarde uit te drukken.”

Bij een gratis app voelen we niks. Terwijl wij, reizigers, jaren met een Lonely Planet op pad zijn geweest en aan het merk gehecht zijn geraakt. Reisgidsen zijn gekoppeld aan positieve herinneringen en daarom als merk ijzersterk. Uiteindelijk, hopen de uitgevers, moet dat vertrouwen ons overhalen om in de App Store toch maar voor een betaalde versie te kiezen.

De toekomst is digitaal, hoe dan ook. De online-inkomsten van uitgevers nemen toe, over de hele linie. Met spectaculaire percentages zelfs, maar vooral omdat het nog om relatief kleine bedragen gaat.

Hoe romantisch ook, het gekafte reisboek met plaatjes gaat waarschijnlijk verdwijnen. „Over vijftig jaar zeker en over tien jaar misschien ook wel”, zegt uitgever René Bego. „Gelukkig hebben we nog een aantal jaar de tijd.”

    • Stijn Bronzwaer