Lastenverzwaring verergert de crisis

Wie had er gelijk – de beperkers van overheidsuitgaven of degenen die de economie wilden stimuleren? Pak de staatsschuld pas aan als de crisis nagenoeg voorbij is, betoogt Henk Folmer.

Economisch crisisbeleid is – net als de behandeling van een ziekte – maatwerk, met diagnose, therapie en timing als belangrijkste elementen. Van essentieel belang voor een voorspoedige genezing is dat alle elementen goed op elkaar zijn afgestemd. Wat betreft de economische crisis waarin Nederland verkeert, schort er nogal wat aan deze conditie.

Over de diagnose bestaat weinig verschil van mening. De patiënt is zwaar ziek, met als belangrijkste symptomen krimp, stijgende werkloosheid, een hoog financieringstekort en toenemende staatsschuld. Ook over 2013 heerst overeenstemming: van wezenlijk herstel is nog geen sprake. Ten slotte is nagenoeg iedereen het erover eens dat ook de Nederlandse overheid de crisis moet bestrijden, hoewel de oorzaken grotendeels in het buitenland liggen.

Wat de therapie betreft, hebben zich veranderingen voltrokken. Voor de verkiezingen was er sprake van twee hoofdstromingen. Aan de ene kant het liberale kamp, onder aanvoering van de VVD, dat zich sterk maakte voor een beperking op de overheidsuitgaven, om het financieringstekort en de staatsschuld binnen de perken te houden. Het andere, sociaal-democratische kamp, aangevoerd door de PvdA en de SP, stond voor stimulering, om de economische structuur te versterken en de werkgelegenheid te bevorderen. Dit kamp nam een groeiend financieringstekort en toenemende staatsschuld op de koop toe.

Met de ‘uitruilformatie’ kwam er een compromis: lastenverzwaring, (zoals verhoging van het btw-tarief, hogere ziektekostenpremies en woonlasten) maar beperkte stimuleringsmaatregelen. Heeft de juiste mix van therapieën gezegevierd?

Het belangrijkste argument voor uitgavenbeperking is de Brusselse norm van maximaal 3 procent financieringstekort en een staatsschuld van maximaal 60 procent van het bruto nationaal product. Overtreding zou leiden tot forse boetes en het vertrouwen van de financiële markten doen slinken. Hierdoor zou het aanzienlijk duurder worden voor de overheid om geld te lenen.

Maar lastenverzwaring tijdens de crisis verergert de kwaal. Het tast het producenten- en consumentenvertrouwen verder aan. Hierdoor zullen de investeringen verder afnemen, de bestedingen van consumenten dalen, de huizenmarkt zal in mineur blijven. Meer bedrijven en huishoudens komen in problemen, de werkloosheid zal oplopen, banken zullen meer uitstaande kredieten moeten afschrijven, het wordt moeilijker om nieuwe kredieten te krijgen en de belastinginkomsten zullen blijven dalen. Nieuwe bezuinigingen en lastenverzwaringen zullen nodig zijn.

Een beperking van de overheidsuitgaven is geen therapie die gebaseerd is op een gedegen diagnose. Zij is ingegeven door willekeurige Brusselse normen. Ze waren bedoeld om de euro sterk te houden, niet om een diepe crisis te bestrijden.

Ook het vertrouwensargument is niet steekhoudend. Dan zou de rente waartegen de Nederlandse overheid geld leent op basis van de jongste prognoses van het financieringstekort en de staatsschuld aanzienlijk hoger moeten liggen.

Ten slotte kunnen vraagtekens gezet worden bij het argument dat Nederland aan de Brusselse normen moet voldoen om de zuidelijke eurolanden te dwingen hun economieën te hervormen en zich te houden aan deze normen. Dit kan ook worden bereikt via de leningsvoorwaarden van het Europese Stabilisatiemechanisme. Ook zullen de probleemlanden vanwege hun export gebaat zijn bij zich snel herstellende noordelijke landen. Het is van ondergeschikt belang dat hierbij de Brusselse normen enigszins overtreden worden.

Volgens de voorstanders van stimuleren moet alles in het werk gesteld worden om het vertrouwen van consumenten en producenten te herstellen en dienen er maatregelen getroffen te worden om de economische structuur te versterken en de werkgelegenheid te stimuleren. Het is moeilijk en onwenselijk om de btw-verhoging, de herziening van de ziektekostenverzekering en de beperking van de hypotheekrenteaftrek terug te draaien. Wel kan verslechtering van de situatie voorkomen worden door geen lastenverzwaring door te voeren bij nieuwe tegenvallers en kan via andere belastingmaatregelen de koopkracht versterkt worden. Ook kan er meer gedaan worden om de economische structuur te versterken. Vooral energiebesparing en een snellere ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen komen hiervoor in aanmerking. Zodra de economie aantrekt, zullen de energieprijzen gaan stijgen. Dit zal het herstel vertragen.

Pas als de economische crisis over haar diepste punt heen is, kan een begin worden gemaakt met beperking van het financieringstekort en verkleining van de staatschuld.

Henk Folmer is hoogleraar ruimtelijke economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.