Kraftwerk speelt robotpop in musea

Ruim veertig jaar oud en nog steeds invloedrijk en populair: elektropop-collectief Kraftwerk. Ze treden op in musea in Londen en Düsseldorf.

Medewerker Muziek

Kaartjes voor Kraftwerk in Düsseldorf en Londen zijn alleen nog tegen woekerprijzen te koop. Op internet wordt 340 euro gevraagd voor een toegangsbewijs tot de meest gewilde avonden in Düsseldorf; meer dan zes keer de oorspronkelijke prijs. In Londen lopen de door de markt bepaalde prijzen zelfs op tot duizend pond, na een run op tickets die de website van het Tate Modern binnen dertig seconden liet crashen. Met nog maar één oorspronkelijk groepslid blijft Kraftwerk een gewilde attractie, meer dan veertig jaar na de oprichting van het Duitse elektronische collectief dat in 2003 voor het laatst nieuw werk uitbracht.

Kraftwerk heeft de komende concertreeksen opgezet als conceptuele kunstwerken. De Duitse elektropopgoeroes verkozen kunstmusea boven reguliere concertzalen voor evenementen waar op acht achtereenvolgende avonden telkens één van hun albums integraal zal worden uitgevoerd, beginnend met Autobahn (1974) tot en met Tour De France Soundtracks (2003). In de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen en de Turbine Hall van het Londense Tate Modern brengen ze een spectaculaire hightechvertoning in 3D, met brilletjes die vooraf aan het publiek worden uitgedeeld. Zo wordt onder andere de illusie gewekt dat bandleider Ralf Hütter (66) zich als een lichtgevende robot uit het immense videoscherm kan losmaken, om plaats te nemen achter één van de vier lessenaars met laptops die Kraftwerks hele instrumentarium vormen.

Als pioniers van de elektronische popmuziek experimenteerde Kraftwerk als eerste met technische innovaties, onder meer door gebruik te maken van de ritmecomputer uit een elektronisch orgel die door de toenmalige slagwerker Karl Bartos met breipennen werd bediend. Het werk van elektronisch componist Karlheinz Stockhausen bracht oprichters Ralf Hütter en Florian Schneider-Esleben op het idee om experimentele popmuziek te maken zonder het gebruikelijke instrumentarium van bas, gitaar en drums. Het ritme van een geigerteller en de taal van computers werden onderdeel van Kraftwerks muziek, die later van grote invloed was op het ontstaan van hiphop en house. Het idee van bandleden als inwisselbare robots die op verschillende plekken tegelijk konden worden ingezet stamt uit 1978. Vier op de bandleden lijkende poppen werden afgevaardigd naar televisieoptredens en perspresentaties bij verschijning van het album The Man-Machine. Terwijl navolgers als Depeche Mode en Human League bewegingsloos achter hun synthesizers stonden, was Kraftwerk hen een stap voor door het individu van de performer geheel uit te schakelen. Bij concerten riepen ze de vraag op of ze werkelijk ter plekke muziek maakten of er met minimale manipulaties een computerbestand werd afgespeeld; een praktijk die door veel technodeejays is overgenomen.

Kraftwerk was zijn tijd ver vooruit en kreeg eind jaren tachtig last van de wet van de remmende voorsprong. De opkomst van de sampler maakte het voor iedere aanstormende houseproducer mogelijk om op een zolderkamer muziek te creëren, een ontwikkeling die Kraftwerk met primitievere middelen in gang had gezet. Hütter en Schneider sloten zich jarenlang op in hun hermetische Klinklangstudio in Düsseldorf, waar ze worstelden met de nieuwe mogelijkheden van het digitale tijdperk.

Het album The Mix (1991) bestond uit nieuwe versies van hun bekendste nummers. Het kwam ze op de kritiek te staan dat ze hun meest experimentele werk melodieus hadden opgefleurd om het poppubliek te plezieren. Na hun eerdere lofzangen op de verworvenheden van de moderne tijd kwam Kraftwerk in 1992 met een veranderde versie van het nummer Radio Activity. De bouw van een nieuwe kernreactor in het Engelse Sellafield bracht de groep tot de tekstregel “Chernobyl-Harrisburg-Sellafield-Hiroshima: Stop radio-activity!” Bij de heruitgave van hun cd’s in 2009 werd de hoesafbeelding van Radio-Activity veranderd in het waarschuwingsteken voor radioactiviteit. Ook hun andere albums kregen nieuwe, gestileerde hoezen die zich beter leenden voor kleine afbeeldingen op iTunes en andere internetplatforms.

Sinds Florian Schneider zich in 2009 heeft terugtrokken als actief bandlid blijft Kraftwerk sporadisch concerten geven, met Fritz Hilpert, Henning Schmitz en Stefan Pfaffe als nieuwe menselijke robots naast Hütter. In het New Yorkse Museum of Modern Art gaven ze in april vorig jaar de eerste reeks van acht albumconcerten. In het atrium van het MoMA speelden ze behalve de beloofde albums telkens een uitgebreide toegift met opgefriste versies van hun klassiekers. Vooral Computer World kreeg een drastische transformatie naar een moderner, meer naar techno neigend geluid. Dat is geen revisionisme, schreef de New York Times, maar een verdieping van elementen die altijd al in Kraftwerks muziek zaten. Zoals een computer ook voortdurend updates ondergaat.

Kraftwerk 3D Concerts: 11 t/m 20 januari Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf en 6 t/m 14 februari Tate Modern, Londen.

    • Jan Vollaard