Jeugdzorg onderzoekt kinderen vaak te laat

Jeugdzorg begint vaak te laat met de begeleiding van kinderen die hulp nodig hebben. In slechts eenderde van de gevallen ziet de gezinsvoogd het kind binnen de voorgeschreven termijn van 5 dagen na uitspraak van de kinderrechter.

Dat liet staatssecretaris Teeven van Justitie de Tweede Kamer gisteren per brief weten. „Ik vind het percentage van 33 procent te laag, want hoe sneller een kind of jeugdige geholpen wordt, hoe beter en vanzelfsprekender de interventie is voor het kind en het gezin”, schrijft Teeven.

Volgens de staatssecretaris is het niet zo dat kinderen hierdoor te lang in een onveilige situatie zijn. Jeugdzorg maakt een selectie van kinderen op de wachtlijst. Waar nodig wordt meteen begonnen met de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel, aldus Teeven. Uit een recent onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg naar de veiligheid van jongeren die wachten op geïndiceerde jeugdzorg zou blijken dat de bureaus jeugdzorg de veiligheidsrisico’s van deze jongeren goed inschatten.

De gepubliceerde cijfers laten ook zien dat het aantal kinderen dat onder toezicht staat van jeugdzorg verder afneemt. In 2009 was het aantal kinderen onder toezicht het hoogst: ruim 33.000 kinderen werden toen begeleid door jeugdzorg. Sindsdien neemt het aantal af met ongeveer 2 procent per jaar. Aan het eind van het derde kwartaal van 2012 waren het er 30.973.

Het aantal ondertoezichtstellingen loopt terug omdat ze minder vaak worden uitgesproken en omdat de periode van toezicht korter duurt, schrijft Teeven. Hij verwacht dat de aantallen verder zullen teruglopen als de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg bij de gemeenten zal komen te liggen vanaf 2015. De gemeenten kunnen volgens hem dan eerder en gerichter ingrijpen.