opinie

    • Frits Abrahams

Heftig conflict

Als de archieven opengaan, begint de waarheid op te staan.

Klinkt dit niet als een uitdrukking van Chinese, Japanse, desnoods Cambodjaanse oorsprong? Toch moet ik bekennen dat ik haar zelf bedacht heb – zij drong zich spontaan aan mij op toen ik zat na te denken over de recente onthullingen betreffende John Steinbeck en K.L. Poll contra Rudy Kousbroek.

Steinbeck, zo blijkt nu uit de archieven, was in 1962 een compromislaureaat voor de Nobelprijs voor de literatuur. Het prijscomité vond hem te middelmatig, maar aan betere kandidaten waren allerlei andere bezwaren verbonden.

Bij Poll en Kousbroek ligt het anders. Over hun conflict uit de jaren zeventig deden bij ingewijden al allerlei verhalen de ronde, maar voor de toenmalige lezers van NRC Handelsblad, waarvoor beide heren schreven, bleef de affaire verborgen. Dankzij het boek Het succes van een kwaliteitskrant van Pien van der Hoeven over de ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad ligt de controverse nu waar ze na zoveel jaar hoort: op straat. Een interessante controverse, want de hoofdrolspelers waren voor het culturele klimaat van Nederland bepalende figuren. Pien van der Hoeven doet de affaire overzichtelijk uit de doeken.

Poll was de kunstchef van de fusiekrant NRC Handelsblad. Hij was een begaafde, maar eigengereide man aan wie de hoofdredactie (Spoor/Woltz) zich nogal eens ergerde. In 1975 ontstond een heftig conflict toen Poll een bijdrage van zijn vriend Kousbroek, medewerker van grote naam en faam, weigerde. Kousbroek had een vernietigende recensie over een boek van bioloog Dick Hillenius geschreven. Poll vond het artikel een vorm van eigenrichting, de hoofdredactie was dat met hem eens. Kousbroek diende woedend zijn ontslag in, wat door Spoor geweigerd werd.

Kousbroek schreef daarna alleen nog voor andere delen van de krant. Poll zocht verzoening, hij belde en schreef Kousbroek, die met een briefje liet weten dat hij geen contact meer wilde: „En op deze brief verwacht ik ook geen antwoord.”

Na interventie door Spoor en kunstredactrice Lien Heyting bleek Kousbroek bereid om weer voor het Cultureel Supplement te schrijven mits Poll zijn stukken niet meer vóór publicatie zou beoordelen. Poll weigerde dat. Hij verweet Spoor dat hij de verantwoordelijkheid voor de afwijzing van Kousbroeks reactie op hem afschoof. Spoor reageerde per brief ziedend: „Ik ben er vast van overtuigd dat het hele conflict voor een groot deel het gevolg was van onbuigzaamheid van jouw kant, van onnodige Prinzipienreiterei en van een totaal gebrek aan consideratie voor de gevoeligheden bij Kousbroek.”

Hij zinspeelde op ontslag.

Poll was geschokt. „Ik voel mij eerlijk gezegd te goed, en ook wat te oud, om door jou op deze manier te worden uitgescholden.” Hij bleef bij zijn weigering.

Toen begonnen andere redactieleden het voor hem op te nemen. Uiteindelijk kwam er een polderachtig compromis uit de bus waarmee Poll kon leven. Heyting zou voortaan Poll bij de besluitvorming over Kousbroeks stukken betrekken, zonder Kousbroek daarover in te lichten. Poll en Kousbroek konden hun tienjarige vriendschap voortzetten.

De feiten overziend, zonder de humeuren en temperamenten van toen helemaal te kunnen navoelen, denk ik bijna veertig jaar later: viel Poll wel zoveel te verwijten? Welke chef wil chef blijven als hij de stukken van een medewerker niet meer vooraf mag beoordelen?

    • Frits Abrahams