..en maakt de top flexibel

Wat de Quote-500 is voor de rijkste Nederlanders, is de vanochtend gepubliceerde lijst voor de meestverdieners in de (semi)publieke sector.

De twee lijsten staan borg voor emoties. Ergernis, jaloezie, teleurstelling, of ze zijn juist een aansporing om meer te bereiken.

De Quote-500 is een geslaagd voorbeeld van privaat initiatief en viert de ‘vrije jongens’ en het ‘oude’ familiegeld. De lijst (semi)publieke topinkomens (‘Balkenendenorm’) is daarentegen gebaseerd op gedetailleerde wetgeving.

Wie een functie heeft of ambieert in de (semi)publieke sector, weet dat hij nu eenmaal nooit een topinkomen kan verwerven zoals dat bij beursgenoteerde bedrijven of in de Quote-500 geldt.

De overheid, maar ook de gezondheidszorg, woningcorporaties en publieke omroeporganisaties zijn gehouden tot sobere bedrijfsvoering. Daarin passen geen uitbundige bonussen of vergelijkbare emolumenten. Een publieke topfunctie kent wél een niet in geld uit te drukken component die samenhangt met de wetenschap dat men niet voor private aandeelhoudersbelangen werkt, maar voor de publiek-maatschappelijke zaak.

Binnen deze algemene uitgangspunten moet de wetgever zich inmiddels afvragen of zij op de goede weg is met de huidige regelgeving. In de maatschappelijke discussie over (semi)publieke topinkomens die inmiddels een jaar of vijftien woedt, speelde verhoging van de salarissen van ministers van meet af aan een cruciale rol. De rest van de publieke sector kon hieraan gekoppeld worden. Gesproken werd over 50 procent meer, later 30 procent. Dat weerspiegelde algemene loonstijgingen en de ingewikkelder politieke besluitvorming, die ook een verstrekkende Europese component heeft gekregen.

Geen kabinet heeft de verhoging aangedurfd. Politici vrezen de volkswoede die zich laat samenvatten in het woord ‘zakkenvullers’. Jammer. De discussie in Duitsland over een hogere beloning van de functie van bondskanselier moet hier ook open gevoerd worden.

In het verlengde van deze discussie moet de wetgever zich meer dan nu rekenschap geven van het samenstel van verantwoordelijkheden, de omvang van de organisatie en het netwerk van belanghebbenden en mogelijk tegengestelde belangen.

Als dat betekent dat, bijvoorbeeld, een bestuurder van een groot ziekenhuis meer verdient dan de minister van Defensie: prima. Of dat een directeur van een woningcorporatie een halvering verdient? Ook prima.

De variëteit aan sectoren en verantwoordelijkheden moet niet leiden tot fixatie op uniforme bedragen. Het moet bijdragen aan diversiteit die recht doet aan kennis en kunde aan de top.