Een ruime eeuw, in Gods hand

‘Indië’ bepaalde bijna dertig jaar het werk van Gerard Helders. Maar uiteindelijk was het slechts een klein deel van zijn leven.

In zijn woonplaats Wassenaar is zondag oud-minister mr. G.Ph. (Gerard) Helders overleden. Hij was 107 jaar, en sinds augustus vorig jaar de oudste man van Nederland.

Helders (Rotterdam, 9 maart 1905) was in de jaren 1957-1959 minister van Zaken Overzee in het laatste kabinet-Drees en het overgangskabinet-Beel. In die functie was hij verantwoordelijk voor het Nederlands bestuur in Suriname, de Nederlandse Antillen en Nieuw-Guinea. Hij was lid van de Christelijk-Historische Unie, een van de voorlopers van het CDA.

Zijn laatste interview gaf Helders in augustus 2011 aan NRC Handelsblad, als aflevering van de wekelijkse serie Het Laatste Woord. Hij vertelde hierin dat hij – ondanks zijn hoge leeftijd – zelden aan de dood dacht, „omdat ik niets te vrezen heb en dit allemaal in Gods hand ligt”. Tot enkele maanden voor zijn overlijden las hij ambtelijke stukken en vakliteratuur over bestuursrecht en overheidsfinanciën.

In 1948 ging Helders werken voor de Nederlands-Indische Handelsbank, later de Nationale Trustmaatschappij geheten, tot zijn ministerschap. Tussen 1959 en 1975 was hij lid van de Raad van State. Hij bekleedde allerlei maatschappelijke functies, onder meer in kerkelijke organisaties en Kinderbescherming.

Helders begon zijn loopbaan nadat hij zijn studie rechten had afgerond aan de universiteit van Leiden. Van 1930 tot 1946 verbleef hij met zijn gezin, dat uiteindelijk een zoon en vier dochters telde, in Nederlands-Indië. De familie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in Jappenkampen geïnterneerd. Tussen 1930 en 1942 was Helders inspecteur van financiën in ‘Indië’. Hij is lid geweest van de gemeenteraden van Bandung en Batavia.

Volgens een lijst op Wikipedia is Arie Vermeulen uit Reeuwijk nu de oudste man van Nederland. Hij wordt op 10 februari 107 jaar.